← België

B.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 17 oktober 2023 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20231017.2N.10 Rolnummer: P.23.0873.N Zaak: B. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2023-11-10 Raadplegingen: 705 - laatst gezien 2026-06-16 20:42 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiche 1 Uit de bepaling van artikel 2.17 Wegverkeersreglement volgt dat het determinerend criterium om een onderscheid te maken tussen een bromfiets klasse A en een bromfiets klasse B de door de constructie van de bromfiets bepaalde maximumsnelheid van ten hoogste 25 of 45 km per uur is. Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSREGLEMENT VAN 01-12-1975 - REGLEMENTSBEPALINGEN - Artikel 2 - Artikel 2.17 Wettelijke bepalingen: KB van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en het gebruik van de openbare weg - 01-12-1975 - Art. 2.17 - 31 ELI link Pub nr 1975120109 Fiche 2 De wettelijke herhaling is geen bestanddeel van de telastlegging, maar enkel een persoonlijke omstandigheid, eigen aan de persoon die de telaste gelegde feiten heeft gepleegd

(1).
(1)Cass. 25 april 2012, AR P.12.0178.F ECLI:BE:CASS:2012:ARR.20120425.3, AC 2012, nr. 255 met concl. in hoofdzaak van advocaat-generaal D. VANDERMEERSCH, op datum in Pas.. Thesaurus CAS: HERHALING Fiches 3 - 5 De rechter kan een toestand van herhaling maar aannemen als hij vaststelt dat de bestanddelen voor die herhaling en de daarvoor geldende voorwaarden verenigd zijn en het bewijs daarvoor dient te blijken uit de aan de rechter overgelegde en voor de partijen beschikbare stukken waarvoor de bewijslast berust bij het openbaar ministerie; geen wettelijke bepaling noch het recht van verdediging vereist dat de dagvaarding melding maakt van de herhaling of de beslissing vermeldt waarop de herhaling wordt gesteund en de rechter moet evenmin de beklaagde kennis geven van de herhaling die in aanmerking kan worden genomen noch van de beslissing waarop die herhaling kan worden gesteund, voor zover de beklaagde kennis heeft kunnen nemen van de stukken waaruit die herhaling blijkt
(1).
(1)Cass. 25 april 2012, AR P.12.0178.F ECLI:BE:CASS:2012:ARR.20120425.3, AC 2012, nr. 255 met concl. in hoofdzaak van advocaat-generaal D. VANDERMEERSCH, op datum in Pas.; Cass. 12 november 2019, AR P.19.0772.N ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20191112.4, AC 2019, nr. 587. Thesaurus CAS: HERHALING Wettelijke bepalingen: Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 36 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Thesaurus CAS: RECHT VAN VERDEDIGING - STRAFZAKEN Wettelijke bepalingen: Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 36 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSWET - WETSBEPALINGEN - Artikel 36 Wettelijke bepalingen: Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 36 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Tekst van de beslissing Nr. P.23.0873.N G.H.M.B, beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Alexander Meuwissen, advocaat bij de balie (...), met kantoor te 3000 (...), Parijsstraat 62/2, waar de eiser woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank Leuven van 11 mei 2023. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Raadsheer Peter Hoet heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Alain Winants heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel 1. Het middel voert schending aan van de artikelen 21 en 30, § 1, 1°, Wegverkeerswet en de artikelen 1.3° en 3 KB Rijbewijs: het bestreden vonnis verklaart ten onrechte de telastlegging H bewezen op grond van de snelheid die de bromfiets kan halen; nochtans is niet de snelheid, die de bromfiets de facto kan halen, determinerend met betrekking tot vraag of het om een bromfiets van de klasse A of klasse B gaat. 2. Artikel 2.17 Wegverkeersreglement bepaalt onder meer: “Bromfiets”: “1) ofwel een “bromfiets klasse A”, dit wil zeggen elk twee- of driewielig voertuig uitgerust met een motor met inwendige verbranding waarvan de cilinderinhoud ten hoogste 50 cm3 bedraagt met een netto-maximumvermogen van ten hoogste 4 kW, of met een elektrische motor met een nominaal continu maximumvermogen van ten hoogste 4kW en met een door de constructie bepaalde maximumsnelheid van 25 km per uur, met uitsluiting van de gemotoriseerde voortbewegingstoestellen; 2) ofwel een “bromfiets klasse B”, dit wil zeggen:
  1. a)elk tweewielig voertuig, met uitsluiting van de bromfietsen klasse A en van de gemotoriseerde voortbewegingstoestellen, met een door de constructie bepaalde maximumsnelheid van ten hoogste 45 km per uur en met de volgende kenmerken: - een cilinderinhoud van ten hoogste 50 cm3 met een netto-maximumvermogen van ten hoogste 4 kW indien het een motor met inwendige verbranding betreft, of - een nominaal continu maximumvermogen van ten hoogste 4 kW indien het een elektrische motor betreft; (…)” 3. Uit deze bepaling volgt dat het determinerend criterium om een onderscheid te maken tussen een bromfiets klasse A en een bromfiets klasse B de door de constructie van de bromfiets bepaalde maximumsnelheid van ten hoogste 25 of 45 km per uur is. Het middel dat uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt naar recht. Tweede middel 4. Het middel voert schending aan van artikel 6.3.a en c EVRM, alsmede miskenning van het recht van verdediging: het bestreden vonnis oordeelt ten onrechte dat de eiser zich wat betreft de telastlegging D, waaraan hij schuldig wordt verklaard, in staat van herhaling bevindt, zoals bepaald in artikel 36 Wegverkeerswet; voor deze herhaling verwijst de initiële dagvaarding naar een vonnis van de politierechtbank (…) van (…), dat de eiser niet veroordeelt voor een inbreuk op artikel 34, § 2, Wegverkeerswet; anders dan het bestreden vonnis oordeelt, verwijst de dagvaarding en de in het bestreden vonnis opgenomen omschrijving van de telastlegging niet naar dit vonnis van (...); het bestreden vonnis verwijst naar een ander vonnis, te weten het vonnis van de politierechtbank (…) van (…), dat de eiser wel veroordeelt voor een inbreuk op artikel 34, § 2, Wegverkeerswet; dit vonnis wordt evenwel niet vermeld in de dagvaarding en maakt geen deel uit van de telastlegging; het bestreden vonnis veroordeelt de eiser dan ook voor een beweerd misdrijf, minstens een beweerde verzwarende omstandigheid, waarvoor hij niet werd vervolgd en waarop hij zich ook niet heeft kunnen verdedigen. 5. De dagvaarding noch de omschrijving van de in het bestreden vonnis opgenomen telastlegging D verwijzen voor de erin opgenomen staat van herhaling op grond van artikel 36 Wegverkeerswet naar het vonnis van de politierechtbank (...) van (...). In zoverre berust het middel op een onjuiste lezing en mist het feitelijke grondslag. 6. De wettelijke herhaling is geen bestanddeel van de telastlegging, maar enkel een persoonlijke omstandigheid, eigen aan de persoon die de ten laste gelegde feiten heeft gepleegd. 7. De rechter kan een toestand van herhaling maar aannemen als hij vaststelt dat de bestanddelen voor die herhaling en de daarvoor geldende voorwaarden verenigd zijn. Het bewijs daarvoor dient te blijken uit de aan de rechter overgelegde en voor de partijen beschikbare stukken. De bewijslast daarvoor berust bij het openbaar ministerie. 8. Geen wettelijke bepaling noch het recht van verdediging vereist dat de dagvaarding melding maakt van de herhaling of de beslissing vermeldt waarop de herhaling wordt gesteund en de rechter moet evenmin de beklaagde kennis geven van de herhaling die in aanmerking kan worden genomen noch van de beslissing waarop die herhaling kan worden gesteund, voor zover de beklaagde kennis heeft kunnen nemen van de stukken waaruit die herhaling blijkt. 9. In zoverre het middel uitgaat van andere rechtsopvattingen, faalt het naar recht. 10. De eiser voert niet aan dat hij geen kennis heeft kunnen nemen van het vonnis van de politierechtbank (...) van (...) en het bestreden vonnis oordeelt: “De staat van nieuwe herhaling met toepassing van art. 36 WVW voor de tenlastelegging D kan weerhouden worden op basis van het vonnis van (...) van de politierechtbank van (...) (vonnis in kracht van gewijsde) waar hij werd veroordeeld onder meer wegens overtreding van art. 34§2 en 35 WVW en dit in staat van herhaling.” Aldus is de beslissing toepassing te maken van artikel 36 Wegverkeerswet naar recht verantwoord. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek 11. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 87,51 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Erwin Francis, Sidney Berneman en Steven Van Overbeke, en in openbare rechtszitting van 17 oktober 2023 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Alain Winants, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20231017.2N.10 Gerelateerde publicatie(
  2. s)precedenten: ECLI:BE:CASS:2012:ARR.20120425.3 ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20191112.4 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.