← België

E.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 17 oktober 2023 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20231017.2N.15 Rolnummer: P.23.1368.N Zaak: E. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Internationaal publiekrecht - Overige Invoerdatum: 2023-11-10 Raadplegingen: 652 - laatst gezien 2026-06-18 18:37 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiches 1 - 7 Bij de beoordeling van de volstrekte noodzakelijkheid van de handhaving van de voorlopige hechtenis voor de openbare veiligheid evenals bij het oordeel over het bestaan van ernstige redenen om te vrezen dat een in vrijheid gelaten inverdenkinggestelde nieuwe misdaden of wanbedrijven zal plegen in de zin van artikel 16, § 1, vierde lid, Voorlopige Hechteniswet, betrekt het onderzoeksgerecht noodzakelijkerwijze de feiten waarvoor een bevel tot aanhouding is verleend maar het mag daarbij wat betreft die feiten enkel aannemen dat er lastens de inverdenkinggestelde ernstige aanwijzingen van schuld zijn en dus niet vaststellen dat zijn schuld aan die feiten vaststaat waarbij enkel in dat laatste geval een schending voorligt van artikel 6.2 EVRM en een miskenning van het algemeen rechtsbeginsel van het vermoeden van onschuld; bij de beoordeling van de vraag of de onderzoeksrechter in het bevel tot aanhouding of de onderzoeksgerechten in de beslissing tot handhaving van de voorlopige hechtenis het vermoeden van onschuld in de voormelde zin hebben miskend, dient rekening te worden gehouden met het geheel van de in die beslissingen gebruikte bewoordingen en de context ervan, eerder dan met de wijze waarop een geïsoleerde zin of zinsnede van die beslissing werd geformuleerd

(1).
(1)Cass. 3 oktober 2023, AR P.23.1331.N ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20231003.2N.17, AC 2023, nr. 624; Cass. 22 maart 2023, AR P.23.0377.F ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230322.2F.17, AC 2023, nr. 224; Cass. 12 januari 2022, AR P.22.0011.F ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220112.2F.14, AC 2022, nr.
  1. Thesaurus CAS: VOORLOPIGE HECHTENIS - HANDHAVING Wettelijke bepalingen: Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 16, § 1 - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 30, § 4 - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Art. 6.2 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Thesaurus CAS: VOORLOPIGE HECHTENIS - BEVEL TOT AANHOUDING Wettelijke bepalingen: Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 16, § 1 - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 30, § 4 - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Art. 6.2 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.2 Wettelijke bepalingen: Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 16, § 1 - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 30, § 4 - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Art. 6.2 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Thesaurus CAS: RECHTSBEGINSELEN (ALGEMENE) Wettelijke bepalingen: Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 16, § 1 - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 30, § 4 - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Art. 6.2 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Thesaurus CAS: ONDERZOEKSRECHTER Wettelijke bepalingen: Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 16, § 1 - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 30, § 4 - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Thesaurus CAS: ONDERZOEKSGERECHTEN Wettelijke bepalingen: Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 16, § 1 - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 30, § 4 - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Art. 6.2 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Thesaurus CAS: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - GEEN CONCLUSIE - Strafzaken (geestrijke dranken en douane en accijnzen inbegrepen) Wettelijke bepalingen: Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 16, § 1 - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 30, § 4 - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Art. 6.2 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Tekst van de beslissing Nr. P.23.1368.N A.E.-Z., inverdenkinggestelde, aangehouden, eiser, met als raadsman mr. Laura Otte, advocaat bij de balie Gent. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, kamer van inbeschuldigingstelling, van 3 oktober
  2. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Steven Van Overbeke heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Alain Winants heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
  3. Het middel voert schending aan van artikel 6.2 EVRM, alsook miskenning van het algemeen rechtsbeginsel van het vermoeden van onschuld: door bij het oordeel over de volstrekte noodzakelijkheid van de handhaving van de voorlopige hechtenis voor de openbare veiligheid erop te wijzen dat “[d]e laakbare handelswijze van de [eiser] […] uiteraard het publieke onveiligheidsgevoel aan[wakkert]” en door bij de beoordeling van het recidivegevaar te stellen dat “[d]e feiten […] ook blijk [geven] van weinig normbesef in hoofde van [de eiser], wat het gevaar voor recidive voedt”, spreekt het arrest zich reeds uit over de schuld van de eiser en miskent het bijgevolg het vermoeden van onschuld.
  4. Bij de beoordeling van de volstrekte noodzakelijkheid van de handhaving van de voorlopige hechtenis voor de openbare veiligheid evenals bij het oordeel over het bestaan van ernstige redenen om te vrezen dat een in vrijheid gelaten inverdenkinggestelde nieuwe misdaden of wanbedrijven zal plegen in de zin van artikel 16, § 1, vierde lid, Voorlopige Hechteniswet, betrekt het onderzoeksgerecht noodzakelijkerwijze de feiten waarvoor een bevel tot aanhouding is verleend. Het mag daarbij wat betreft die feiten enkel aannemen dat er lastens de inverdenkinggestelde ernstige aanwijzingen van schuld zijn en dus niet vaststellen dat zijn schuld aan die feiten vaststaat. Enkel in dat laatste geval ligt een schending voor van artikel 6.2 EVRM en een miskenning van het algemeen rechtsbeginsel van het vermoeden van onschuld.
  5. Bij de beoordeling van de vraag of de onderzoeksrechter in het bevel tot aanhouding of de onderzoeksgerechten in de beslissing tot handhaving van de voorlopige hechtenis het vermoeden van onschuld in de voormelde zin hebben miskend, dient rekening te worden gehouden met het geheel van de in die beslissingen gebruikte bewoordingen en de context ervan, eerder dan met de wijze waarop een geïsoleerde zin of zinsnede van die beslissing werd geformuleerd.
  6. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
  7. Door de overname van de redenen van de schriftelijke vordering van het openbaar ministerie, oordeelt het arrest (p. 4-5) over de volstrekte noodzakelijkheid van de handhaving van de voorlopige hechtenis voor de openbare veiligheid en over het recidivegevaar als volgt: - “De feiten, zoals daartoe aanwijzingen bestaan, getuigen van een gevaarlijke criminele ingesteldheid in hoofde van [de eiser] en een totaal gebrek aan respect voor de fysieke en psychische integriteit alsook de eigendomsrechten van anderen. De laakbare handelswijze van de [eiser] wakkert uiteraard onmiskenbaar het publieke onveiligheidsgevoel aan. Het gemak waarmee de [eiser] tot de feiten lijkt te zijn overgegaan, toont aan dat hij een gevaar betekent voor de openbare veiligheid; - Er is een manifest recidivegevaar; - Er zijn aanwijzingen dat de feiten, zoals daartoe ernstige aanwijzingen voor bestaan, op geplande wijze en in bende gepleegd werden. Het lijkt volstrekt illusoir dat [de eiser] zich zou kunnen onttrekken aan het criminele milieu waarin hij schijnbaar […] vertoeft. De feiten geven ook blijk van weinig normbesef in hoofde van [de eiser], wat het gevaar voor recidive voedt”. Uit die redenen, in hun geheel gelezen, blijkt niet dat het arrest ervan uitgaat dat de eiser schuldig is aan de hem ten laste gelegde feiten. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek
  8. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 74,31 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Erwin Francis, Sidney Berneman en Steven Van Overbeke, en in openbare rechtszitting van 17 oktober 2023 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Alain Winants, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20231017.2N.15 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220112.2F.14 ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230322.2F.17 ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20231003.2N.17 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.