id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 17 oktober 2023 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:20
Art. 6
.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.1 Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,
Art. 6
.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Thesaurus CAS: BEWIJS - STRAFZAKEN - Algemeen Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,
Art. 6
.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Thesaurus CAS: VONNISSEN EN ARRESTEN - STRAFZAKEN - Strafvordering Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,
Art. 6
.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Thesaurus CAS: ONAANTASTBARE BEOORDELING DOOR DE FEITENRECHTER Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,
Art. 6.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Tekst van de beslissing Nr.
P.23.0768.N E.D.W., beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Joachim Meese, advocaat bij de balie Gent, tegen IVEKA, met zetel te 2300 Turnhout, Koningin Elisabethlei 38, burgerlijke partij, verweerster. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, correctionele kamer, van 3 mei
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Erwin Francis heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Alain Winants heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van het cassatieberoep
- In zoverre het cassatieberoep is gericht tegen de vrijspraak van de eiser voor de telastlegging E.2, is het bij gebrek aan belang niet ontvankelijk. Middel Eerste onderdeel
- Het onderdeel voert schending aan van artikel 149 Grondwet en de artikelen 195 en 211 Wetboek van Strafvordering: het arrest beantwoordt niet eisers verweer dat zijn recht van verdediging onherroepelijk is miskend doordat hij ingevolge de laattijdige mogelijkheid tot inzage van de dvd met een kopie van de harde schijf van zijn voormalige in beslag genomen laptop, niet meer kan aantonen dat het vanop die laptop gegenereerde e-mailverkeer uitging van een op afstand verbonden computer; het arrest houdt ten onrechte geen rekening met het feit dat de eiser slechts onderzoek naar de laptop kon vragen nadat hij kennis en inzage had van de dvd; minstens is het arrest intern tegenstrijdig door enerzijds het verweer van de eiser af te wijzen omdat hij voorafgaand aan 13 maart 2023 op geen enkel ogenblik heeft gevraagd “om hiernaar verder onderzoek te doen”, maar anderzijds vast te stellen dat partijen pas op 20 september 2022 werden ingelicht dat de dvd beschikbaar was en de kopie ervan pas op 27 september 2022 beschikbaar was voor de verdediging; het arrest legt evenmin uit waarom de onmogelijkheid om nog te onderzoeken of de verbinding op afstand ook daadwerkelijk openstond ten tijde van het eisers zogenaamde e-mailverkeer, zich niet zou hebben voorgedaan mocht eiser de vraag tot dit onderzoek tussen 20 september 2022 en 13 maart 2023 hebben gesteld.
- De artikelen 195 en 211 Wetboek van Strafvordering bevatten geen verplichting voor de appelrechter in strafzaken om zijn beslissing tot de schuldigverklaring van een beklaagde te motiveren.
- De verplichting van artikel 149 Grondwet elk vonnis met redenen te omkleden, houdt niet in dat de rechter moet antwoorden op elk argument dat tot staving van een middel is aangevoerd, maar geen afzonderlijk middel vormt.
- In zoverre het onderdeel uitgaat van andere rechtsopvattingen, faalt het naar recht
- Het arrest (p. 35-43) vermeldt met eigen en van het beroepen vonnis overgenomen redenen een geheel van feitelijke elementen waaruit het de schuld van de eiser aan onder meer de telastleggingen A en E.1 (aanmaak en levering van cocaïne als leidend persoon van een vereniging) afleidt. Een van die elementen betreft inloggegevens op een e-mailadres, waarop werd ingelogd vanop IP-adressen toegekend aan met de eiser verbonden ondernemingen.
- Met de in het onderdeel vermelde redenen beoordeelt het arrest eisers verweer tegen dat bewijselement. Dat verweer bestaat erin dat de vermelde inloggegevens onjuiste informatie kunnen opleveren omdat de laptop vanop afstand kan zijn gebruikt door middel van een op die laptop geïnstalleerd programma en dat eisers recht van verdediging onherstelbaar is miskend omdat, ingevolge het tijdsverloop dat te wijten is aan de laattijdige terbeschikkingstelling van overtuigingsstukken, niet meer kan worden nagegaan of eisers laptop op het moment van het belastende e-mailverkeer inderdaad werd gebruikt vanop afstand.
- Het arrest (p. 42-43) oordeelt als volgt: “De door [de eiser] (…) gesuggereerde hypothese dat er met de gegeven laptop mogelijk via een 'remote desktop' werd gewerkt die gekoppeld zou zijn aan de apparaten van [de eiser] in (…) en (…), wordt door geen enkel objectief onderzoeksgegeven aannemelijk gemaakt, laat staan bewezen. Het hof stelt vast dat [de eiser] voorafgaand aan 13.03.2023 op geen enkel ogenblik heeft gevraagd om hiernaar verder onderzoek te doen.” Met die redenen, die niet enkel betrekking hebben op eisers verweer vanaf 20 september 2022, geeft het arrest te kennen dat eisers verweer niet aannemelijk is en geen verdere weerlegging vereist. Aldus verwerpt en beantwoordt het arrest zonder enige tegenstrijdigheid dat verweer met inbegrip met de aanvoering over de miskenning van het recht van verdediging, zonder dat het moet antwoorden op enkel tot staving van dat verweer aangevoerde argumenten en zonder dat het zijn antwoord verder moet toelichten. In zoverre kan het onderdeel niet worden aangenomen. Tweede onderdeel
- Het onderdeel voert schending aan van artikel 6 EVRM, alsook miskenning van het vermoeden van onschuld: uit de in het eerste onderdeel vermelde redenen blijkt niet dat het arrest rekening houdt met de beperkingen waarmee de eiser werd geconfronteerd ingevolge het feit dat pas ten vroegste op 20 september 2022 toegang mogelijk was tot het in dat onderdeel vermelde overtuigingsstuk; integendeel verwijt het arrest aan de eiser dat hij het verweer over het gebruik van de verbinding op afstand niet aannemelijk maakt, laat staan bewijst; aldus onderzoekt het arrest niet of de laattijdige terbeschikkingstelling van het overtuigingsstuk de verdediging heeft bemoeilijkt, noch houdt het bij de beoordeling van eisers verweer rekening met de beperking van het recht van verdediging ingevolge die laattijdige toegang; evenmin onderzoekt het arrest of een meer tijdige toegang tot het kwestieuze overtuigingsstuk bijkomend onderzoek mogelijk zou hebben gemaakt dat tot ontlastende bewijsgegevens zou hebben kunnen leiden.
- Bij de beoordeling of een laattijdige terbeschikkingstelling van een overtuigingsstuk de mogelijkheid van een beklaagde om daarover tegenspraak te voeren dermate bemoeilijkt dat zijn recht van verdediging onherstelbaar is miskend, kan de rechter rekening houden met de aard van het alsnog bijgebrachte bewijs en met de bewijswaarde ervan binnen het geheel van de bewijselementen à charge en à décharge, alsook met de aannemelijkheid van het verweer dat de beklaagde daarover ontwikkelt of zegt daarover niet meer te kunnen ontwikkelen. De rechter oordeelt daarover onaantastbaar. Het Hof gaat wel na of de rechter uit zijn vaststellingen geen gevolgen afleidt die daardoor onmogelijk kunnen worden verantwoord. In zoverre het onderdeel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
- Eensdeels stelt het arrest (p. 27-29) vast dat de zaak in voortzetting is gesteld om de eiser voldoende tijd en faciliteiten te geven teneinde het hem bijkomend ter beschikking gestelde bewijsmateriaal gedegen te onderzoeken, zodat de eiser daarover vrij tegenspraak heeft kunnen voeren en er aldus geen sprake is van een miskenning van het recht van verdediging. Anderdeels oordeelt het arrest (p. 35-43) met de in het antwoord op het eerste onderdeel vermelde redenen dat eisers verweer, gelet op de daar vermelde elementen, dermate onaannemelijk is dat dit verweer, met inbegrip van de aangevoerde miskenning van het recht van verdediging, geen verder onderzoek vereist.
- Op grond van die redenen kan het arrest wettig oordelen dat eisers recht van verdediging met inbegrip van zijn recht op tegenspraak niet is miskend. In zoverre kan het onderdeel niet worden aangenomen. Derde onderdeel
- Het onderdeel voert schending aan van artikel 6.2 EVRM, alsmede miskenning van het vermoeden van onschuld: het arrest oordeelt dat de door de eiser gesuggereerde hypothese dat er met de laptop mogelijk via een verbinding op afstand werd gewerkt, die gekoppeld zou zijn aan eisers apparaten, door geen enkel objectief onderzoeksgegeven aannemelijk wordt gemaakt, laat staan bewezen; daarmee geeft het arrest aan dat eisers verweer slechts kon worden aangenomen voor zover de in dat verweer aangevoerde hypothese zou worden "bewezen".
- Het arrest oordeelt niet dat de eiser zijn verweer moet bewijzen, maar wel dat hij het enigszins aannemelijk moet maken. Het onderdeel berust op een onjuiste lezing van het arrest en mist bijgevolg feitelijke grondslag. Ambtshalve onderzoek
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 285,51 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Erwin Francis, Sidney Berneman en Steven Van Overbeke, en in openbare rechtszitting van 17 oktober 2023 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Alain Winants, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20231017.2N.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div