← België

L. contra WOONINSPECTEUR VAN HET VLAAMSE GEWEST

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 17 oktober 2023 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:20

Art. 203

, § 1, eerste lid - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Art. 6.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten - 19-12-1966 - Art. 14 - 31 Link Justel databank 19661219-31 Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.1 Wettelijke bepalingen: Wetboek

Art. 203

, § 1, eerste lid - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Art. 6.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten - 19-12-1966 - Art. 14 - 31 Link Justel databank 19661219-31 Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - INTERNATIONAAL VERDRAG BURGERRECHTEN EN POLITIEKE RECHTEN Wettelijke bepalingen: Wetboek

Art. 203

, § 1, eerste lid - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Art. 6.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten - 19-12-1966 - Art. 14 - 31 Link Justel databank 19661219-31 Tekst van de beslissing Nr. P.23.0964.N C.L., beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Leen Vanbrabant, advocaat bij de balie Brussel, tegen WOONINSPECTEUR VAN HET VLAAMS GEWEST, met kantoor te 1000 Brussel, Havenlaan 88 bus 22, eiser tot herstel, verweerder. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel, correctionele kamer, van 1 juni

  1. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Peter Hoet heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Alain Winants heeft geconcludeerd. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
  2. Het middel voert schending aan van artikel 6 EVRM en de artikelen 13 en 149 Grondwet: het arrest verklaart ten onrechte eisers hoger beroep niet ontvankelijk wegens laattijdigheid; de eiser werd immers niet expliciet ingelicht over de termijn om hoger beroep aan te tekenen.
  3. Artikel 13 Grondwet is vreemd aan de aangevoerde grief. In zoverre faalt het middel naar recht.
  4. Uit artikel 6 EVRM en artikel 14 IVBPR en het door die bepalingen gewaarborgde recht van toegang tot de rechter volgt voor de overheid niet de verplichting om een beklaagde, die bij de behandeling in eerste aanleg persoonlijk aanwezig was en er verweer heeft gevoerd, die bij die behandeling werd ingelicht over de datum waarop het vonnis zou worden uitgesproken en die op het ogenblik van de termijn om hoger beroep in te stellen niet van zijn vrijheid was beroofd en dus vrij hoger beroep kon aantekenen tegen het op de voorziene datum uitgesproken vonnis, expliciet te informeren over de door hem in acht te nemen termijn om hoger beroep aan te tekenen, zoals die duidelijk is vastgelegd in artikel 203, § 1, eerste lid, Wetboek van Strafvordering. De omstandigheid dat de beklaagde op de rechtszittingen waarop de zaak werd behandeld en het beroepen vonnis werd uitgesproken, niet werd bijgestaan door een raadsman, doet daaraan geen afbreuk. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
  5. Het arrest oordeelt dat moet worden vastgesteld dat de behandeling van de zaak in eerste aanleg op de rechtszitting van (…) onder meer werd uitgesteld om de eiser toe te laten een advocaat te raadplegen, dat de eiser steeds in de mogelijkheid is geweest te overleggen met een advocaat over de vorm, termijn en opportuniteit van hoger beroep en dat het feit dat hij hiermee heeft gewacht tot na het verstrijken van de beroepstermijn te wijten is aan zijn eigen nalatigheid en geen overmacht uitmaakt. Met die redenen beantwoorden de appelrechters het ter zake door de eiser gevoerde verweer en verantwoorden zij naar recht de beslissing het hoger beroep niet ontvankelijk te verklaren. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek
  6. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 74,31 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Erwin Francis, Sidney Berneman en Steven Van Overbeke, en in openbare rechtszitting van 17 oktober 2023 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Alain Winants, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20231017.2N.6 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220628.2N.13 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.