← België

V. contra L.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 19 oktober 2023 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20231019.1N.3 Rolnummer: C.23.0077.N Zaak: V. contra L. Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Familierecht Invoerdatum: 2023-11-13 Raadplegingen: 884 - laatst gezien 2026-06-15 08:59 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2023:CONC.20231019.1N.3 Fiche 1 De rechter die oordeelt over een vordering tot afschaffing of vermindering van een onderhoudsuitkering na echtscheiding die is gesteund op een beweerde wijziging van de financiële situatie van de ex-echtgenoten ingevolge oppensioenstelling, moet bij het bepalen van de inkomsten van de ex-echtgenoten rekening houden, niet enkel met de inkomsten die de ingevolge de beëindiging van pensioenverzekeringen uitgekeerde pensioenbedragen genereren, maar ook met deze pensioenbedragen zelf

(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: ECHTSCHEIDING EN SCHEIDING VAN TAFEL EN BED - GEVOLGEN T.A.V. DE PERSONEN - T.a.v. de echtgenoten Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Art. 301, § 3, tweede lid - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Fiche 2 De pensioenuitkeringen zijn de vrucht van de beroepsloopbaan en strekken ertoe het beroepsinkomen na de oppensioenstelling te vervangen, zodat zij als inkomsten in aanmerking moeten worden genomen bij de vordering tot afschaffing of vermindering van een onderhoudsuitkering na echtscheiding die is gesteund op een beweerde wijziging van de financiële situatie van de ex-echtgenoten ingevolge oppensioenstelling
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: ECHTSCHEIDING EN SCHEIDING VAN TAFEL EN BED - GEVOLGEN T.A.V. DE PERSONEN - T.a.v. de echtgenoten Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Art. 301, § 3, tweede lid - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Nota: Art. 301 Oud Burgerlijk Wetboek, zoals van toepassing vóór de wijziging bij Wet van 27 april 2007, art.
  1. Tekst van de beslissing Nr. C.23.0077.N G.V., eiseres, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist en mr. Beatrix Vanlerberghe, advocaten bij het Hof van Cassatie, beiden met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen J.L., verweerder. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 10 oktober
  2. Advocaat-generaal met opdracht Michèle Deconynck heeft op 6 september 2023 een schriftelijke conclusie neergelegd. Raadsheer Sven Mosselmans heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal met opdracht Michèle Deconynck heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling
  3. Krachtens artikel 42, § 3, van de wet van 27 april 2007 betreffende de hervorming van de echtscheiding, blijft, indien de echtscheiding werd uitgesproken voor de inwerkingtreding van deze wet met toepassing van de vroegere artikelen 229, 231 en 232 Oud Burgerlijk Wetboek, het in artikel 301 van hetzelfde wetboek bepaalde recht op een uitkering verworven of uitgesloten krachtens de vroegere wettelijke voorwaarden. Krachtens artikel 301, § 1, eerste lid, Oud Burgerlijk Wetboek, zoals van kracht voor de wijziging ervan bij wet van 27 april 2007, kan de rechter aan de echtgenoot die de echtscheiding heeft verkregen, uit de goederen en de inkomsten van de andere echtgenoot, een uitkering toekennen die, rekening houdend met zijn inkomsten en mogelijkheden, hem in staat stelt in zijn bestaan te voorzien op een gelijkwaardige wijze als tijdens het samenleven. Krachtens artikel 301, § 3, tweede lid, Oud Burgerlijk Wetboek, zoals van kracht voor de wijziging ervan bij wet van 27 april 2007, kan, indien de financiële situatie van de uitkeringsgerechtigde ex-echtgenoot een ingrijpende wijziging heeft ondergaan zodat het bedrag van de uitkering niet langer is verantwoord, de rechter de uitkering afschaffen of verminderen. Krachtens het derde lid van deze paragraaf geldt dit eveneens indien de financiële situatie van de uitkeringsplichtige ex-echtgenoot een ingrijpende wijziging heeft ondergaan ingevolge omstandigheden onafhankelijk van zijn wil.
  4. De rechter die oordeelt over een vordering tot afschaffing of vermindering van een onderhoudsuitkering na echtscheiding die is gesteund op een beweerde wijziging van de financiële situatie van de ex-echtgenoten ingevolge oppensioenstelling, moet bij het bepalen van de inkomsten van de ex-echtgenoten rekening houden, niet enkel met de inkomsten die de ingevolge de beëindiging van pensioenverzekeringen uitgekeerde pensioenbedragen genereren, maar ook met deze pensioenbedragen zelf. Deze pensioenuitkeringen zijn immers de vrucht van de beroepsloopbaan en strekken ertoe het beroepsinkomen na de oppensioenstelling te vervangen, zodat zij als inkomsten in aanmerking moeten worden genomen.
  5. In het niet-bestreden tussenarrest van 25 april 2022 stelt de appelrechter vast dat de verweerder ingevolge een aantal nader bepaalde pensioenverzekeringen pensioenbedragen heeft ontvangen en mogelijk nog moet ontvangen. In het bestreden arrest beslist de appelrechter om de door de verweerder aan de eiseres verschuldigde onderhoudsuitkering na echtscheiding te verminderen mede gelet op het ernstig verminderde verdienvermogen van de verweerder ingevolge zijn oppensioenstelling. Hij oordeelt daarbij dat “er geen rekening [werd] gehouden met inkomsten uit de pensioenverzekeringen, omdat het onduidelijk is welke inkomsten de uitgekeerde pensioenbedragen thans genereren” en “bovendien ook [de eiseres] toe[geeft] dat zij aan pensioensparen deed en een pensioenverzekering had, maar het even onduidelijk [is] in haar hoofde welke inkomsten zij hieruit genereert”.
  6. De appelrechter die zodoende beslist dat de uitgekeerde pensioenbedragen zelf niet in rekening moeten worden gebracht bij het bepalen van de inkomsten van de ex-echtgenoten, terwijl de uitgekeerde pensioenbedragen inkomsten zijn in de zin van voormeld artikel 301, § 1, eerste lid, Oud Burgerlijk Wetboek, verantwoordt zijn beslissing niet naar recht. Het middel is gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Brussel. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Koen Mestdagh, als voorzitter, sectievoorzitter Geert Jocqué, en de raadsheren Bart Wylleman, Sven Mosselmans en Myriam Ghyselen, en in openbare rechtszitting van 19 oktober 2023 uitgesproken door sectievoorzitter Koen Mestdagh, in aanwezigheid van advocaat-generaal met opdracht Michèle Deconynck, met bijstand van griffier Elien Van Isterdael. PDF document ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20231019.1N.3 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2023:CONC.20231019.1N.3 geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2026:CONC.20260312.1N.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.