← België

R.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 24 oktober 2023 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20231024.2N.14 Rolnummer: P.23.1019.N Zaak: R. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Arbeidsrecht - Strafrecht - Handelsrecht - Overige Invoerdatum: 2024-01-08 Raadplegingen: 569 - laatst gezien 2026-06-19 01:10 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiches 1 - 3 Een inbreuk op artikel 34.1., eerste lid, Verordening (EU) nr. 165/2014 van het Europees Parlement en van de Raad van 4 februari 2014 betreffende tachografen in het wegvervoer, gepleegd door een werknemer, heeft betrekking op de controle van de arbeids- en rusttijden en betreft derhalve de arbeidsreglementering die volgens artikel 578, 7°, Gerechtelijk Wetboek een aangelegenheid is die behoort tot de bevoegdheid van de arbeidsgerechten

(1).
(1)Zie ook Cass. 8 oktober 2008, AR P.08.0720.F ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20081008.3, AC 2008, nr. 533; Cass. 18 december 2007, AR P.07.0958.N ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20071218.2, AC 2007, nr. 642, RDPC 2008, 673 met noot J. HUBIN; Cass. 10 januari 1995, AR P.94.1393.N ECLI:BE:CASS:1995:ARR.19950110.16, AC 1995, nr. 20. Thesaurus CAS: ARBEID - ARBEIDSTIJDEN EN RUSTTIJDEN Wettelijke bepalingen: Verordening (EU) nr. 165/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 4 februari 2014 betreffende tachografen in het wegvervoer, tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 3821/85 van de Raad betreffende het controleapparaat in het wegvervoer en tot ... - 04-02-2014 - Art. 34.1., eerste lid Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 578, 7° - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Thesaurus CAS: BEVOEGDHEID EN AANLEG - STRAFZAKEN - Bevoegdheid Wettelijke bepalingen: Verordening (EU) nr. 165/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 4 februari 2014 betreffende tachografen in het wegvervoer, tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 3821/85 van de Raad betreffende het controleapparaat in het wegvervoer en tot ... - 04-02-2014 - Art. 34.1., eerste lid Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 578, 7° - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Thesaurus CAS: VERVOER - ALLERLEI Wettelijke bepalingen: Verordening (EU) nr. 165/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 4 februari 2014 betreffende tachografen in het wegvervoer, tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 3821/85 van de Raad betreffende het controleapparaat in het wegvervoer en tot ... - 04-02-2014 - Art. 34.1., eerste lid Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 578, 7° - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Fiches 4 - 5 Wanneer de correctionele kamer van de rechtbank van eerste aanleg die kennis neemt en oordeelt over een overtreding van de wetten en verordeningen over één van de aangelegenheden die tot de bevoegdheid van de arbeidsgerechten behoren, en, in geval van samenloop of samenhang, van genoemde overtredingen samen met één of meerdere overtredingen die niet behoren tot de bevoegdheid van de arbeidsgerechten, bestaat uit drie rechters zoals voorzien in artikel 92, § 1, eerste lid en § 1/1, moet zij zijn samengesteld uit twee rechters van de rechtbank van eerste aanleg en een rechter in de arbeidsrechtbank
(1).
(1)Zie ook Cass. 8 oktober 2008, AR P.08.0720.F ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20081008.3, AC 2008, nr. 533; Cass. 18 december 2007, AR P.07.0958.N ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20071218.2, AC 2007, nr. 642, RDPC 2008, 673 met noot J. HUBIN; Cass. 10 januari 1995, AR P.94.1393.N ECLI:BE:CASS:1995:ARR.19950110.16, AC 1995, nr.
  1. Thesaurus CAS: RECHTBANKEN - STRAFZAKEN - Strafvordering Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 76, § 2, tweede lid - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 78, vijfde lid - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 92, § 1, eerste lid, en § 1/1 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 578, 7° - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Thesaurus CAS: RECHTERLIJKE ORGANISATIE - STRAFZAKEN Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 76, § 2, tweede lid - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 78, vijfde lid - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 92, § 1, eerste lid, en § 1/1 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 578, 7° - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Tekst van de beslissing Nr. P.23.1019.N I M. J. H. R., beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Ann Motmans, advocaat bij de balie Limburg. II WEMAR CARS IMPORT-EXPORT bv, met zetel te 3724 Kortessem (Vliermaal), Luyssenstraat 38, burgerrechtelijk aansprakelijke partij, eiseres, met als raadsman mr. Gino Houbrechts, advocaat bij de balie Limburg. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF De cassatieberoepen zijn gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank Limburg, afdeling Tongeren, van 17 mei
  2. De eisers voeren elk in een memorie, die aan dit arrest is gehecht, drie gelijkluidende middelen aan. Raadsheer Peter Hoet heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Schoeters heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van de cassatieberoepen
  3. Het arrest spreekt de eiser vrij van het onder de telastlegging D omschreven feit. In zoverre de cassatieberoepen ook tegen die beslissing zijn gericht, zijn ze bij gebrek aan belang niet ontvankelijk. Ambtshalve middel Geschonden wettelijke bepaling - artikel 78, vijfde lid, Gerechtelijk Wetboek
  4. Artikel 78, vijfde lid, Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat wanneer de in artikel 76, § 2, tweede lid Gerechtelijk Wetboek, bedoelde gespecialiseerde correctionele kamer bestaat uit drie rechters zoals voorzien in artikel 92, § 1, eerste lid en § 1/1 van dat wetboek, zij is samengesteld uit twee rechters in de rechtbank van eerste aanleg en een rechter in de arbeidsrechtbank.
  5. Artikel 76, § 2, tweede lid, Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat ten minste één correctionele kamer in het bijzonder kennis neemt van de overtredingen van de wetten en verordeningen over een van de aangelegenheden die behoren tot de bevoegdheid van de arbeidsgerechten, en, in geval van samenloop of samenhang, van genoemde overtredingen samen met een of meer overtredingen die niet behoren tot de bevoegdheid van de arbeidsgerechten.
  6. De eiser als beklaagde en de eiseres als burgerrechtelijk aansprakelijke partij zijn onder meer gedagvaard voor het feit omschreven onder de telastlegging E, namelijk een inbreuk op artikel 34.1, eerste lid, Verordening (EU) nr. 165/2014 van het Europees Parlement en van de Raad van 4 februari 2014 betreffende tachografen in het wegvervoer, meer bepaald door als bestuurder van een voertuig waarop deze verordening van toepassing is, te hebben nagelaten voor iedere dag dat hij rijdt, vanaf het tijdstip waarop hij het voertuig overneemt, gebruik te maken van een registratieblad of van de bestuurderskaart.
  7. Het bestreden vonnis (p. 6) stelt vast dat de eiser een werknemer is van de eiseres.
  8. Volgens artikel 578, 7°, Gerechtelijk Wetboek is de arbeidsreglementering een aangelegenheid die tot de bevoegdheid van de arbeidsgerechten behoort.
  9. De met de telastlegging E verweten overtreding heeft betrekking op de controle van arbeids- en rusttijden en betreft derhalve de arbeidsreglementering.
  10. Hieruit volgt dat van deze zaak kennis moet worden genomen, ook in hoger beroep, door de bij artikel 76, § 2, tweede lid, Gerechtelijk Wetboek bedoelde gespecialiseerde kamer, die moet zijn samengesteld uit twee rechters van de rechtbank van eerste aanleg en een rechter in de arbeidsrechtbank.
  11. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt niet dat over deze zaak werd geoordeeld door een correctionele kamer samengesteld overeenkomstig artikel 78, vijfde lid, Gerechtelijk Wetboek. Middelen
  12. De middelen die niet kunnen leiden tot ruimere cassatie of cassatie zonder verwijzing, behoeven geen antwoord. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden vonnis, behoudens in zoverre het de eiser vrijspreekt voor het feit omschreven onder de telastlegging D. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde vonnis. Verwerpt de cassatieberoepen voor het overige. Veroordeelt de eisers tot een tiende van de kosten van hun cassatieberoep. Houdt de beslissing over de overige kosten aan en laat die over aan de rechter op verwijzing. Verwijst de aldus beperkte zaak naar de correctionele rechtbank Limburg, rechtszitting houdend in hoger beroep, anders samengesteld. Bepaalt de kosten in het geheel op 384,51 euro, waarvan de eiser I 192,25 euro is verschuldigd en de eiser II 192,26 euro is verschuldigd. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Sidney Berneman, Eric Van Dooren en Bruno Lietaert, en in openbare rechtszitting van 24 oktober 2023 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20231024.2N.14 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:1995:ARR.19950110.16 ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20071218.2 ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20081008.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.