id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 24 oktober 2023 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20231024.2N.18 Rolnummer: P.23.1399.N Zaak: B. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2023-11-10 Raadplegingen: 885 - laatst gezien 2026-06-18 21:16 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiches 1 - 3 Noch uit artikel 30 Voorlopige Hechteniswet noch uit enige andere bepaling volgt dat het aan de kamer van inbeschuldigingstelling toegezonden dossier het origineel moet bevatten van de verklaring van hoger beroep; het appelgerecht kan de regelmatigheid van het hoger beroep beoordelen op basis van een door de griffier opgesteld uittreksel waarin wordt aangegeven wie, in welke hoedanigheid, tegen welke beslissing en op welk tijdstip hoger beroep heeft ingesteld en wie de verklaring heeft ondertekend en niet is vereist dat dit uittreksel de weergave bevat van de handtekening van de persoon die de verklaring van hoger beroep heeft afgelegd; indien een partij de juistheid van het uittreksel betwist, volstaat het dat die partij de voorlegging vraagt van de originele verklaring van hoger beroep. Thesaurus CAS: VOORLOPIGE HECHTENIS - HOGER BEROEP Wettelijke bepalingen: Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 30 - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Thesaurus CAS: HOGER BEROEP - STRAFZAKEN (DOUANE EN ACCIJNZEN INBEGREPEN) - Algemeen Wettelijke bepalingen: Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 30 - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Thesaurus CAS: ONDERZOEKSGERECHTEN Wettelijke bepalingen: Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 30 - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Fiches 4 - 5 Geen enkele verdrags- of wetsbepaling vereist dat de onderzoeksrechter die een huiszoekingsbevel verleent voor een gebouw dat bestaat uit meerdere woongelegenheden, noodzakelijk in het bevel door opgave van een huis- of busnummer, verdieping of andere aanduiding de woongelegenheid of woongelegenheden nader specificeert waarvoor het bevel geldt
(1); het volstaat dat de politiediensten die met de uitvoering van het huiszoekingsbevel zijn belast en zij op wie de huiszoeking betrekking heeft, weten welke woongelegenheid wordt beoogd en of aan die voorwaarde is voldaan, kan blijken uit de omstandigheden die aanleiding hebben gegeven tot het verlenen van een bevel tot huiszoeking of de uitvoering van de huiszoeking zelf
(2).
(1)Zie Cass. 28 december 2021, AR P.21.1602.F, AC 2021, nr. 832, ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20211228.2F.1, RABG, 2022, afl. 9, 625-630, met noot F. DE WAEL.
(2)Zie Cass. 4 oktober 2016, AR P.15.0866.N ECLI:BE:CASS:2016:ARR.20161004.3, AC 2016, nr. 542, T.Strafr., 2017, afl. 4, 251-256, met noot M. VANDEBEEK. Thesaurus CAS: ONDERZOEK IN STRAFZAKEN - GERECHTELIJK ONDERZOEK - Onderzoeksverrichtingen ONDERZOEKSRECHTER Tekst van de beslissing Nr. P.23.1399.N K. B., inverdenkinggestelde, aangehouden, eiseres, met als raadsman mr. Kristof Lauwens, advocaat bij de balie Brussel. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel, kamer van inbeschuldigingstelling, van 9 oktober
- De eiseres voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Raadsheer Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Schoeters heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
- Het middel voert schending aan van artikel 6 EVRM en artikel 30 Voorlopige Hechteniswet: het arrest kan onmogelijk oordelen dat het hoger beroep van het openbaar ministerie tijdig en regelmatig is; het dossier bevat niet het origineel van de akte van hoger beroep, maar enkel een “voor eensluidend verklaard” afschrift; op dat afschrift zijn de handtekeningen niet zichtbaar, maar is enkel de vermelding “get.” aangebracht; aangezien het afschrift de handtekeningen niet bevat, kan er geen sprake zijn van een eensluidend verklaard afschrift; zowel de eiseres als de kamer van inbeschuldigingstelling kunnen niet nagaan of hij die hoger beroep heeft ingesteld, wel de juiste hoedanigheid had; het arrest oordeelt dat de eiseres maar uitstel had moeten vragen om de originele akte te consulteren; het is nochtans de taak van de kamer van inbeschuldigingstelling om de regelmatigheid van het hoger beroep te beoordelen.
- Artikel 6 EVRM is in de regel niet van toepassing op het onderzoeksgerechten die oordelen over de handhaving van de voorlopige hechtenis.
- Noch uit artikel 30 Voorlopige Hechteniswet noch uit enige andere bepaling volgt dat het aan de kamer van inbeschuldigingstelling toegezonden dossier het origineel moet bevatten van de verklaring van hoger beroep. Het appelgerecht kan de regelmatigheid van het hoger beroep beoordelen op basis van een door de griffier opgesteld uittreksel waarin wordt aangegeven wie, in welke hoedanigheid, tegen welke beslissing en op welk tijdstip hoger beroep heeft ingesteld en wie de verklaring heeft ondertekend. Niet is vereist dat dit uittreksel de weergave bevat van de handtekening van de persoon die de verklaring van hoger beroep heeft afgelegd.
- Indien een partij de juistheid van het uittreksel betwist, volstaat het dat die partij de voorlegging vraagt van de originele verklaring van hoger beroep.
- Het middel dat uitgaat van andere rechtsopvattingen, faalt naar recht. Tweede middel
- Het middel voert schending aan van de artikelen 6 en 8 EVRM, artikel 17 IVBPR, artikel 15 Grondwet en artikel 16 Voorlopige Hechteniswet: het arrest oordeelt ten onrechte dat het bevel tot aanhouding regelmatig is; de aangenomen ernstige aanwijzingen van schuld zijn immers alle afkomstig van een nietige huiszoeking; het huiszoekingsbevel werd verleend voor een adres, maar vermeldt niet op welke verdieping of bus van het gebouw het betrekking heeft; het arrest oordeelt weliswaar dat A. zou hebben verklaard dat het appartement zich helemaal boven bevond, maar daar blijkt niet uit dat het om de vierde verdieping zou gaan; zelfs indien de verdieping was vermeld en die verdieping bestond uit meerdere appartementen, was het bevel bij afwezigheid van de aanduiding van een bewoner nog onwettig.
- In zoverre het middel, dat geen miskenning van de bewijskracht van akten aanvoert, verplicht tot een onderzoek van feiten, waarvoor het Hof geen bevoegdheid heeft, of opkomt tegen de onaantastbare beoordeling van de feiten door het arrest, is het niet ontvankelijk.
- Een bevel tot huiszoeking moet gemotiveerd zijn. Aan die voorwaarde is voldaan indien het geviseerde misdrijf en de plaats en het voorwerp van de huiszoeking zijn vermeld.
- Geen enkele verdrags- of wetsbepaling vereist dat de onderzoeksrechter die een huiszoekingsbevel verleent voor een gebouw dat bestaat uit meerdere woongelegenheden, noodzakelijk in het bevel door opgave van een huis- of busnummer, verdieping of andere aanduiding de woongelegenheid of woongelegenheden nader specificeert waarvoor het bevel geldt.
- Het volstaat dat de politiediensten die met de uitvoering van het huiszoekingsbevel zijn belast en zij op wie de huiszoeking betrekking heeft, weten welke woongelegenheid wordt beoogd.
- Of aan die voorwaarde is voldaan, kan blijken uit de omstandigheden die aanleiding hebben gegeven tot het verlenen van een bevel tot huiszoeking of de uitvoering van de huiszoeking zelf.
- Het arrest oordeelt met betrekking tot de door de eiseres voorgehouden onwettigheid van de huiszoeking als volgt: - uit de stukken van het dossier en in het bijzonder het tweede verhoor van de mede-inverdenkinggestelde A., dat zich niet in het dossier van de raadkamer bevond, blijkt dat de huiszoeking op het bedoelde adres werd uitgevoerd nadat A. had aangegeven dat daar drugs werden opgeslagen; - A. heeft tevens verklaard dat het appartement waar de drugs zich bevonden helemaal boven was gesitueerd; - het is op basis van die verklaring dat de onderzoeksrechter een huiszoekingsbevel heeft uitgevaardigd voor het bewuste pand; - de omstandigheden dat nog niet precies is geweten hoe de politiediensten kennis hadden van dat adres en een foto hebben kunnen voorleggen van het pand aan A., is niet van aard de regelmatigheid van de huiszoeking aan te tasten; - het staat vast dat A. die plaats heeft aangeduid, informatie die het verlenen van een huiszoekingsbevel heeft verantwoord. Met die redenen verantwoordt het arrest naar recht de beslissing dat de huiszoeking regelmatig is en dat de eruit voortvloeiende vaststellingen in aanmerking kunnen worden genomen voor het verlenen van een bevel tot aanhouding. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres tot de kosten. Bepaalt de kosten op 61,11 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Sidney Berneman, Eric Van Dooren en Bruno Lietaert, en in openbare rechtszitting van 24 oktober 2023 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20231024.2N.18 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2023:CONC.20231219.2N.16 precedenten: ECLI:BE:CASS:2016:ARR.20161004.3 ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20211228.2F.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div