id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 24 oktober 2023 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20231024.2N.23 Rolnummer: P.23.0959.N Zaak: K. contra G. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Overige Invoerdatum: 2023-11-27 Raadplegingen: 552 - laatst gezien 2026-06-17 20:48 Versie(s): Vertaling samenvatting(
- en)FR nog niet beschikbaar Fiches 1 - 2 Bij de straftoemeting kan de rechter wel degelijk het afschrikwekkend effect van een aan een veroordeelde opgelegde straf voor andere potentiële daders in aanmerking nemen. Thesaurus CAS: STRAF - ALGEMEEN. STRAF EN MAATREGEL. WETTIGHEID REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - GEEN CONCLUSIE - Strafzaken (geestrijke dranken en douane en accijnzen inbegrepen) Tekst van de beslissing Nr. P.23.0959.N Z. K. K., beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Arhan Askarovtich Egamberdiev, advocaat bij de balie Brussel. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel, correctionele kamer, van 12 mei 2023. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Schoeters heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel Eerste onderdeel 1. Het onderdeel voert schending aan van artikel 149 Grondwet en miskenning van het algemeen rechtsbeginsel houdende eerbiediging van het recht van verdediging: het arrest antwoordt niet afdoende op eisers verweer dat er meerdere ernstige elementen zijn waarmee bij het bepalen van de strafmaat rekening moet worden gehouden; het door het arrest gegeven antwoord stelt de eiser en derden niet in staat te begrijpen waarom het arrest niet ingaat op eisers argumenten betreffende zijn gunstig strafverleden en het gegeven dat hij meer dan veertien maanden in voorhechtenis heeft doorgebracht. 2. Het arrest (p. 27-28) motiveert de aan de eiser opgelegde bestraffing als volgt: - bij de straftoemeting moet rekening worden gehouden met de aard en de ernst van de bewezen feiten, de omstandigheden waarin deze feiten plaatsvonden, de persoonlijke levensomstandigheden van de eiser, alsook zijn strafverleden; - de gepleegde feiten zijn bijzonder ernstig: de brutale gewapende overvallen gebeurden binnen een zeer kort tijdsbestek, zij waren planmatig georganiseerd, met een duidelijke taakverdeling tussen de verschillende beklaagden, er werd telkens gebruik gemaakt van minstens één wapen en (gestolen) voertuigen en de beklaagden waren bij de uitvoering gemaskerd of vermomd; - de maatschappij moet worden beschermd tegen dergelijke vormen van zeer gewelddadige eigendomsdelicten, die onbetwistbaar een ernstige impact hebben gehad op de gedupeerden; - de eiser stelde zich naar aanleiding van zijn interceptie/arrestatie bovendien weerspannig op en betoonde aldus een fundamenteel gebrek aan normbesef en respect voor politieambtenaren in functie; - een ontradende bestraffing is vereist; - de eiser verzoekt om een straf met probatie-uitstel voor het gedeelte dat zijn voorlopige hechtenis overschrijdt en hij verwijst naar zijn invrijheidstelling onder voorwaarden door de raadkamer te Leuven op 20 oktober 2020, met relatief gunstige evolutieverslagen, wat volgens hem zijn kans op een re-integratie in de samenleving bevestigt, mits het naleven van strikte voorwaarden; - de door de eiser gepleegde feiten zijn evenwel dermate zwaarwichtig dat zij met een hoofdgevangenisstraf moet worden beteugeld, waarvan de tenuitvoerlegging niet kan worden uitgesteld, ook niet gedeeltelijk of met probatievoorwaarden, omdat zij meer dan vijf jaar bedraagt; - deze effectieve gevangenisstraf is noodzakelijk om de eiser ervan te weerhouden in de toekomst nog misdrijven te plegen en andere potentiële daders af te schrikken; - een gevangenisstraf van niet meer dan vijf jaar, met gedeeltelijk uitstel, zelfs met probatievoorwaarden, zou die doelstellingen van de strafvordering niet verwezenlijken; - bij het bepalen van de op te leggen gevangenisstraf wordt rekening gehouden met de gunstige evolutie van de eiser tijdens zijn periodes van voorwaardelijke invrijheidstelling, zodat de door de eerste rechter uitgesproken gevangenisstraf wordt verminderd. Aldus vermelden de appelrechters de redenen voor het opleggen van een effectieve gevangenisstraf aan de eiser en de duur van die straf, alsook waarom zij niet ingaan op zijn verzoek tot het opleggen van een gevangenisstraf deels met uitstel van tenuitvoerlegging. Het onderdeel mist feitelijke grondslag. Tweede onderdeel 3. Het onderdeel voert schending aan van artikel 8, § 1, vierde lid, Probatiewet en artikel 195, tweede lid, Wetboek van Strafvordering: door als reden voor het opleggen van de hoofdstraf het afschrikken van andere potentiële daders in aanmerking te nemen, gaat het arrest uit van een onjuiste doelstelling van de straftoemeting. 4. Bij de straftoemeting kan de rechter wel degelijk het afschrikwekkend effect van een aan een veroordeelde opgelegde straf voor andere potentiële daders in aanmerking nemen. Het onderdeel dat uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt naar recht. Derde onderdeel 5. Het onderdeel voert schending aan van artikel 8, § 1, vierde lid, Probatiewet en artikel 195, tweede lid, Wetboek van Strafvordering: het arrest is tegenstrijdig gemotiveerd: het oordeelt enerzijds dat het rekening houdt met de gunstige evolutie van de eiser tijdens de periodes van voorwaardelijke invrijheidstelling; het oordeelt anderzijds dat een gevangenisstraf van minder dan vijf jaar met (gedeeltelijk) uitstel met probatievoorwaarden de doelstellingen van de strafvordering niet zou verwezenlijken. 6. Artikel 8, § 1, vierde lid, Probatiewet en artikel 195, tweede lid, Wetboek van Strafvordering zijn vreemd aan het aangevoerde motiveringsgebrek. In zoverre faalt het onderdeel naar recht. 7. Een rechterlijke beslissing is tegenstrijdig gemotiveerd in de zin van artikel 149 Grondwet indien ze redenen of beschikkingen bevat die elkaar uitsluiten of opheffen. 8. Nadat het arrest de redenen heeft uiteengezet op grond waarvan het oordeelt dat aan de eiser een effectieve gevangenisstraf moet worden opgelegd en er niet kan worden ingegaan op zijn verzoek om een straf met gedeeltelijk uitstel van tenuitvoerlegging, vermeldt het dat bij het bepalen van de op te leggen gevangenisstraf wel rekening wordt gehouden met de gunstige evolutie van de eiser tijdens de periodes van voorwaardelijke invrijheidstelling zodat de door de eerste rechter uitgesproken gevangenisstraf wordt verminderd. Die redenen sluiten elkaar niet uit of heffen elkaar niet op. In zoverre mist het onderdeel feitelijke grondslag. Ambtshalve onderzoek 9. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 203,01 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Sidney Berneman, Eric Van Dooren en Bruno Lietaert, en in openbare rechtszitting van 24 oktober 2023 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van griffier Ayse Birant PDF document ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20231024.2N.23 Gerelateerde publicatie(
- s)citeert: ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20231024.2N.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.