id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 26 oktober 2023 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20231026.1N.5 Rolnummer: F.22.0176.N Zaak: BELGISCHE STAAT, MIN VAN FINANCIËN contra B. Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Belastingrecht Invoerdatum: 2023-11-21 Raadplegingen: 1214 - laatst gezien 2026-06-19 03:03 Versie(s): Vertaling samenvatting(
- en)FR nog niet beschikbaar Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2023:CONC.20231026.1N.5 Fiche 1 De aangegeven inkomsten en andere gegevens worden vermoed juist te zijn, en indien de administratie der directe belastingen de aangegeven inkomsten en andere gegevens onjuist bevindt, moet zij dit bewijzen. Thesaurus CAS: INKOMSTENBELASTINGEN - AANSLAGPROCEDURE - Bewijsvoering - Algemeen Wettelijke bepalingen: Wetboek Inkomstenbelastingen 1992 - 12-06-1992 - Art. 339 - 32 Link Justel databank 19920612-32 Fiche 2 Om het bewijs te leveren van het bestaan en het bedrag van de belastingschuld mag de administratie alle door het gemeen recht toegelaten bewijsmiddelen aanvoeren, met uitzondering van de eed. Thesaurus CAS: INKOMSTENBELASTINGEN - AANSLAGPROCEDURE - Bewijsvoering - Algemeen Wettelijke bepalingen: Wetboek Inkomstenbelastingen 1992 - 12-06-1992 - Art. 340 - 32 Link Justel databank 19920612-32 Fiche 3 De belastingplichtige die het brutobedrag van de inkomsten van een beroepswerkzaamheid wenst te verminderen met de beroepskosten die op deze inkomsten betrekking hebben en met de beroepsverliezen die tijdens het belastbare tijdperk zijn geleden uit hoofde van een andere beroepswerkzaamheid, moet het bestaan bewijzen en het bedrag van deze beroepskosten en beroepsverliezen. Thesaurus CAS: INKOMSTENBELASTINGEN - PERSONENBELASTING - Beroepsinkomsten - Beroepskosten Wettelijke bepalingen: Wetboek Inkomstenbelastingen 1992 - 12-06-1992 - Art. 23, § 2 - 32 Link Justel databank 19920612-32 Fiche 4 Indien de boekhouding van de belastingplichtige voor het belastbare tijdperk bewijskracht mist, vervalt het vermoeden van juistheid van de aangegeven inkomsten en de andere gegevens, zodat de administratie en de belastingplichtige het bewijs moeten leveren van respectievelijk de inkomsten en de beroepskosten; indien noch inkomsten noch beroepskosten bewezen worden, zijn geen beroepsverliezen bewezen; de opnulstelling van het resultaat dat tijdens het belastbare tijdperk is behaald uit hoofde van de betrokken beroepswerkzaamheid, is daarvan het noodzakelijke gevolg. Thesaurus CAS: INKOMSTENBELASTINGEN - PERSONENBELASTING - Beroepsinkomsten - Beroepskosten Tekst van de beslissing Nr. F.22.0176.N BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kabinet te 1000 Brussel, Wetstraat 12, voor wie optreedt de adviseur-generaal centrum directeur van het KMO centrum te Leuven, met kantoor te 3001 Leuven, Philipssite 3A, bus 1, eiser, tegen F.B., verweerster, met als raadslieden mr. Karen Niesten en mr. Alexis Lefebvre, advocaten bij de balie te Leuven, beiden met kantoor te 3001 Leuven, Philipssite 5/2, waar de verweerster woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel van 20 april 2021. Advocaat-generaal Stijn Ravyse heeft op 27 september 2023 een schriftelijke conclusie neergelegd. Raadsheer Bart Wylleman heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Stijn Ravyse heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van het middel 1. De verweerster voert een grond van niet-ontvankelijkheid van het middel aan: het middel vermeldt noch in zijn algemeen deel, noch in zijn onderdelen tegen welke punten van de beslissing het is gericht en mist bijgevolg nauwkeurigheid. 2. Het middel komt in zijn beide onderdelen op voldoende duidelijk wijze op tegen de beslissing dat de aanvullende aanslag in de personenbelasting met artikelnummer 663901816 wordt vernietigd en de eiser wordt veroordeeld tot terugbetaling van alle ten onrechte uit hoofde van deze vernietigde aanslag ontvangen sommen vermeerderd met de moratoriuminterest. De grond van niet-ontvankelijkheid moet worden verworpen. Eerste onderdeel 3. Krachtens artikel 339, eerste lid, WIB92, wordt de aangifte onderzocht en wordt de aanslag gevestigd door de administratie der directe belastingen en neemt deze als belastinggrondslag de aangegeven inkomsten en andere gegevens, tenzij zij die onjuist bevindt. Krachtens artikel 340 WIB92, kan de administratie, ter bepaling van het bestaan en het bedrag van de belastingschuld, alle door het gemeen recht toegelaten bewijsmiddelen aanvoeren, met uitzondering van de eed. Hieruit volgt dat de aangegeven inkomsten en andere gegevens vermoed worden juist te zijn, en dat, indien de administratie der directe belastingen de aangegeven inkomsten en andere gegevens onjuist bevindt, zij dit moet bewijzen. Om het bewijs te leveren van het bestaan en het bedrag van de belastingschuld mag de administratie alle door het gemeen recht toegelaten bewijsmiddelen aanvoeren, met uitzondering van de eed. 4. Krachtens artikel 23, § 2, WIB92, wordt onder het nettobedrag van beroepsinkomsten verstaan het totale bedrag van die inkomsten met uitsluiting van de vrijgestelde inkomsten en na uitvoering van de volgende bewerkingen: 1° het brutobedrag van de inkomsten van iedere beroepswerkzaamheid wordt verminderd met de beroepskosten die op deze inkomsten betrekking hebben; 2° beroepsverliezen die tijdens het belastbare tijdperk zijn geleden uit hoofde van enige beroepswerkzaamheid, worden afgetrokken van de inkomsten van andere beroepswerkzaamheden; 3° van de beroepsinkomsten, bepaald overeenkomstig 1° en 2°, worden de beroepsverliezen van vorige belastbare tijdperken afgetrokken. Hieruit volgt dat de belastingplichtige die het brutobedrag van de inkomsten van een beroepswerkzaamheid wenst te verminderen met de beroepskosten die op deze inkomsten betrekking hebben en met de beroepsverliezen die tijdens het belastbare tijdperk zijn geleden uit hoofde van een andere beroepswerkzaamheid, het bestaan en het bedrag van deze beroepskosten en beroepsverliezen moet bewijzen. 5. Uit de samenhang tussen deze wetsbepalingen volgt dat indien de boekhouding van de belastingplichtige voor het belastbare tijdperk bewijskracht mist, het vermoeden van juistheid van de aangegeven inkomsten en de andere gegevens vervalt, zodat de administratie en de belastingplichtige het bewijs moeten leveren van respectievelijk de inkomsten en de beroepskosten. Indien noch inkomsten noch beroepskosten bewezen worden, zijn geen beroepsverliezen bewezen. De opnulstelling van het resultaat dat tijdens het belastbare tijdperk is behaald uit hoofde van de betrokken beroepswerkzaamheid, is daarvan het noodzakelijke gevolg. 6. De appelrechter stelt vast en oordeelt dat: - “terecht [is] aangenomen dat de boekhouding van [de verweerster] bewijskracht mist, stukken mist en leemten heeft”; - “[de eiser] in het bericht van wijziging staande [hield] dat “het” verlies niet bewezen was wegens bewijskracht van de boekhouding, en het resultaat uit de manège-activiteit op “nul” [plaatste]”; - “door deze werkwijze [de eiser] [voorhield] dat voor de door [de verweerster] aangegeven bruto-ontvangsten uit de manège-activiteit ten bedrage van € 5.985,95, wel degelijk een aftrekbaar bedrag aan aangegeven bedrijfsinkomsten voor eenzelfde bedrag [voldeed] aan hetgeen bepaald in artikel 49 WIB92”; - “[de verweerster] terecht [stelt], zoals het bestreden vonnis, dat zo de boekhouding van een bedrijfsactiviteit niet bewijskrachtig blijkt, het de fiscale administratie toekomt dan het in acht te nemen fiscaal resultaat te bepalen”; - “door vermelde werkwijze de fiscale administratie wel degelijk, en dit zonder verdere argumentatie, [aanvaardt] dat artikel 49 WIB92 voor een bedrag van bedrijfsuitgaven van € 5.885,95 is nageleefd”; - “dit een willekeurige houding [is]” aangezien “daaruit [volgt], zonder verdere argumentatie van [de eiser], dat de door [de verweerster] aangegeven bedrijfsuitgaven impliciet maar zeker, deels wel aftrekbare bedrijfsuitgaven in de zin van artikel 49 WIB92 betreffen, en deels niet”; - “de door [de eiser] aangehouden stelling dus essentieel tegenstrijdig [is], zonder dat daarvoor een motivatie wordt gegeven”. 7. De appelrechter, die aldus uit de opnulstelling van het resultaat van de manège-activiteit afleidt dat de eiser noodzakelijkerwijze zowel de aangegeven bruto-inkomsten als eenzelfde aftrekbaar bedrag aan beroepskosten heeft aanvaard en daardoor willekeurig heeft gehandeld, terwijl de opnulstelling het gevolg is van een gebrek aan bewijs van inkomsten en beroepskosten, schendt de voormelde wetsbepalingen. Het middel is gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Gent. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Koen Mestdagh, als voorzitter, sectievoorzitter Geert Jocqué, en de raadsheren Bart Wylleman, Ilse Couwenberg en François Stévenart Meeûs, en in openbare rechtszitting van 26 oktober 2023 uitgesproken door sectievoorzitter Koen Mestdagh, in aanwezigheid van advocaat-generaal Stijn Ravyse, met bijstand van griffier Elien Van Isterdael. PDF document ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20231026.1N.5 Gerelateerde publicatie(
- s)Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2023:CONC.20231026.1N.5 geciteerd door: ECLI:BE:CALIE:2026:ARR.20260310.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.