id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 31 oktober 2023 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20231031.2N.11 Rolnummer: P.23.1193.N Zaak: B. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Unierecht - Strafrecht Invoerdatum: 2023-11-13 Raadplegingen: 639 - laatst gezien 2026-06-15 08:58 Versie(s): Vertaling samenvatting(
- en)FR nog niet beschikbaar Fiches 1 - 3 Uit de samenhang van de bepalingen van de artikelen 7.1,
- e)en 12, eerste lid, van de Richtlijn Rijbewijs en van artikel 3, § 1, 1°, KB Rijbewijs volgt dat een onderdaan van een lidstaat van de Europese Unie die in België in het bevolkingsregister is ingeschreven en er zijn gewone verblijfplaats heeft in de betekenis hieraan gegeven door deze bepalingen, zijn rijbewijs alleen in België kan en moet aanvragen; de registratie van een ander nationaal Europees rijbewijs door de gemeentelijke diensten verhindert niet dat de Belgische strafrechter oordeelt over een inbreuk op artikel 21 Wegverkeerswet en kan vaststellen dat het Europees nationaal rijbewijs van de bestuurder niet geldig is, omdat hij niet voldeed aan de vereiste verblijfsvoorwaarden op het ogenblik dat hij dit rijbewijs heeft verkregen
(1).
(1)Cass. 18 april 2023, AR P.22.1772.N ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230418.2N.6, AC 2023, nr. 283 met concl. van advocaat-generaal B. DE SMET. Thesaurus CAS: EUROPESE UNIE - VERDRAGSBEPALINGEN - Beginsels Wettelijke bepalingen: Richtlijn 2006/126/EG van het Europees Parlement en de Raad van 20 december 2006 betreffende het rijbewijs - 20-12-2006 - Art. 7.1,
- e)Richtlijn 2006/126/EG van het Europees Parlement en de Raad van 20 december 2006 betreffende het rijbewijs - 20-12-2006 - Art. 12, eerste lid KB 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs - 23-03-1998 - Art. 3, § 1, 1° - 31 ELI link Pub nr 1998014078 Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 21 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 30 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSWET - WETSBEPALINGEN - Artikel 21 Wettelijke bepalingen: Richtlijn 2006/126/EG van het Europees Parlement en de Raad van 20 december 2006 betreffende het rijbewijs - 20-12-2006 - Art. 7.1,
- e)Richtlijn 2006/126/EG van het Europees Parlement en de Raad van 20 december 2006 betreffende het rijbewijs - 20-12-2006 - Art. 12, eerste lid KB 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs - 23-03-1998 - Art. 3, § 1, 1° - 31 ELI link Pub nr 1998014078 Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 21 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 30 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSWET - WETSBEPALINGEN - Artikel 30 Wettelijke bepalingen: Richtlijn 2006/126/EG van het Europees Parlement en de Raad van 20 december 2006 betreffende het rijbewijs - 20-12-2006 - Art. 7.1,
- e)Richtlijn 2006/126/EG van het Europees Parlement en de Raad van 20 december 2006 betreffende het rijbewijs - 20-12-2006 - Art. 12, eerste lid KB 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs - 23-03-1998 - Art. 3, § 1, 1° - 31 ELI link Pub nr 1998014078 Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 21 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 30 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Tekst van de beslissing Nr. P.23.1193.N M. B., beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Jan Coene, advocaat bij de balie Gent. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank Oost-Vlaanderen, afdeling Gent, van 6 juni 2023. De eiser voert in een memorie, die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Raadsheer Peter Hoet heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Alain Winants heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel 1. Het middel voert schending aan van artikel 8.4 Burgerlijk Wetboek en artikel 670 Gerechtelijk Wetboek: het bestreden vonnis oordeelt ten onrechte dat de eiser zelf moet aantonen dat hij in Slowakije in 2019, toen hij zijn rijbewijs behaalde, zijn gewone verblijfplaats had en er op dat moment ten minste 185 dagen verbleef; de eiser voerde aan dat de stad Gent zijn Slowaaks rijbewijs registreerde en dus erkende, en dat hij dus voldeed aan de toepassingsvoorwaarden; door dit overheidsoptreden mocht de eiser ervan uitgaan dat hij over een geldig rijbewijs beschikte; het kwam niet toe aan de rechtbank om zich in de plaats te stellen van de erkennende overheid. 2. Artikel 670 Gerechtelijk Wetboek is vreemd aan de aangevoerde grief. In zoverre is het middel niet ontvankelijk. 3. Artikel 8.4 Burgerlijk Wetboek is niet van toepassing in strafzaken. In zoverre faalt het middel naar recht. 4. Artikel 7.1, e), van de Richtlijn nr. 2006/126/EG van 20 december 2006 van het Europees Parlement en de Raad betreffende het rijbewijs (hierna Richtlijn Rijbewijs) bepaalt als voorwaarde voor de afgifte van het rijbewijs dat de aanvrager zijn gewone verblijfplaats moet hebben op het grondgebied van de lidstaat die het rijbewijs afgeeft of het bewijs levert dat hij ten minste zes maanden in een onderwijsinstelling in de lidstaat is ingeschreven. 5. Artikel 12, eerste lid, Richtlijn Rijbewijs bepaalt dat de gewone verblijfplaats de plaats is “waar iemand gewoonlijk verblijft, dat wil zeggen gedurende ten minste 185 dagen per kalenderjaar, wegens persoonlijk en beroepsmatige bindingen of, voor iemand zonder beroepsmatige bindingen, wegens persoonlijke bindingen waaruit nauwe banden blijken tussen hemzelf en de plaats waar hij woont”. 6. Artikel 3, § 1, 1°, KB Rijbewijs, dat de voormelde bepalingen omzet in het Belgisch recht, bepaalt dat om een Belgisch rijbewijs te kunnen verkrijgen de aanvrager moet ingeschreven zijn in het bevolkingsregister, in het vreemdelingeregister of het wachtregister van een Belgische gemeente en in België zijn gewone verblijfplaats moet hebben, te weten volgens artikel 1, 11°, KB Rijbewijs “de plaats waar iemand gewoonlijk verblijft, dat wil zeggen gedurende ten minste 185 dagen per jaar, wegens persoonlijk en beroepsmatige bindingen of, voor iemand zonder beroepsmatige bindingen, wegens persoonlijke bindingen waaruit nauwe banden blijken tussen hemzelf en de plaats waar hij woont”. 7. Uit de samenhang van deze bepalingen volgt dat een onderdaan van een lidstaat van de Europese Unie die in België in het bevolkingsregister is ingeschreven en er zijn gewone verblijfplaats heeft in de betekenis hieraan gegeven door deze bepalingen, zijn rijbewijs alleen in België kan en moet aanvragen. 8. De registratie van een ander nationaal Europees rijbewijs door de gemeentelijke diensten verhindert niet dat de Belgische strafrechter oordeelt over een inbreuk op artikel 21 Wegverkeerswet en kan vaststellen dat het Europees nationaal rijbewijs van de bestuurder niet geldig is, omdat hij niet voldeed aan de vereiste verblijfsvoorwaarden op het ogenblik dat hij dit rijbewijs heeft verkregen. 9. In zoverre het middel uitgaat van andere rechtsopvattingen, faalt het naar recht. 10. Het bestreden vonnis oordeelt dat de eiser de verplichte erkenning van zijn in Slowakije uitgereikt Europees rijbewijs niet kan tegenwerpen, omdat uit de strafinformatie, en in het bijzonder uit het gegeven dat hij tijdens zijn verhoor heeft toegegeven dat hij, ondanks dat hij al ongeveer 20 jaar in België woont, toch naar Slowakije ging om er zijn rijbewijs te behalen na eerst in België driemaal niet te slagen voor het rijexamen, blijkt dat hij misbruik maakte van de bepalingen van de Richtlijn Rijbewijs en er dus sprake is van frauduleus handelen. Met deze redenen verantwoorden de appelrechters eisers schuldigverklaring aan een inbreuk op artikel 21 Wegverkeerswet naar recht. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Tweede middel 11. Het middel voert schending aan van artikel 21 Wegverkeerswet en de Richtlijn Rijbewijs, alsmede miskenning van het beginsel in dubio pro reo: het bestreden vonnis oordeelt ten onrechte dat geweigerd was het rijbewijs van de eiser te erkennen; uit de overgelegde stukken blijkt wel degelijk dat de eiser zijn Slowaaks Europees rijbewijs bij de bevoegde dienst van de stad Gent heeft aangeboden, die het heeft geregistreerd; de bevoegde dienst van de stad Gent heeft dit rijbewijs niet ongeldig verklaard of ingetrokken of hem meegedeeld dat zij er niets mee kon doen; zij registreerde het en deelde de eiser mee dat het in orde was. 12. Het bestreden vonnis oordeelt niet dat eisers rijbewijs niet was erkend. Het middel mist feitelijke grondslag. Ambtshalve onderzoek 13. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 100,71 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Erwin Francis, Sidney Berneman en Steven Van Overbeke, en in openbare rechtszitting van 31 oktober 2023 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Alain Winants, met bijstand van griffier Elien Van Isterdael. PDF document ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20231031.2N.11 Gerelateerde publicatie(
- s)precedenten: ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230418.2N.6 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div