← België

M. contra GEWESTELIJK STEDENBOUWKUNDIGE INSPECTEUR

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 07 november 2023 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20231107.2N.15 Rolnummer: P.23.0116.N Zaak: M. contra GEWESTELIJK STEDENBOUWKUNDIGE INSPECTEUR Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2023-11-23 Raadplegingen: 785 - laatst gezien 2026-06-18 13:34 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiche 1 De in artikel 6.3.1 Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening bedoelde herstelmaatregel kan worden bevolen ten aanzien van elkeen die schuldig is aan een stedenbouwkundig misdrijf; de omstandigheid dat de schuldige geen eigenaar is of geen eigenaar meer is van het onroerend goed waarop de herstelmaatregel betrekking heeft, doet hieraan geen afbreuk. Thesaurus CAS: STEDENBOUW - HERSTEL VAN PLAATS IN DE VORIGE STAAT. BETALING VAN EEN MEERWAARDE Wettelijke bepalingen: Besluit van de Vlaamse Regering 15 mei 2009 houdende coördinatie van de decreetgeving op de ruimtelijke ordening - 15-05-2009 - Art. 6.3.1 - 36 ELI link Pub nr 2009A35738 Fiche 2 De in artikel 6.3.1 Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening bedoelde herstelmaatregel kan maar wettig worden bevolen in zoverre hij geënt is op feiten die het voorwerp uitmaken van een bewezenverklaarde telastlegging

(1); aangezien die maatregel het herstel beoogt van de wettigheid van de toestand in de toekomst, dient de rechter die deze maatregel beveelt, evenwel de gewijzigde plaatselijke toestand in aanmerking te nemen; indien de telastlegging bestaat in een overtreding van de hier toepasselijke artikelen 4.2.1, 5°, a), en 6.1.1, 1°, thans 6.2.1, Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, dan leidt het verwijderen van de in de telastlegging vermelde opslag van gebruikte of afgedankte voertuigen, of van allerlei materialen, materieel of afval op een perceel of percelen in beginsel niet tot het uitdoven van de herstelvordering indien die verwijdering wordt gevolgd door een nieuwe opslag van materialen, materieel of afval op datzelfde perceel of diezelfde percelen, zelfs wanneer de tot het herstel veroordeelde beklaagde niet betrokken was bij die nieuwe opslag; de rechter kan dan ook een oorzakelijk verband aannemen tussen de wederrechtelijke opslag waaraan een einde is gesteld en de nieuwe wederrechtelijke opslag; de herstelvordering die strekt tot het herstel van de nieuwe opslag blijft in beginsel dan ook geënt op de feiten van de telastlegging, tenzij wanneer de rechter vaststelt dat de nieuwe opslag volstrekt vreemd is aan de wederrechtelijke opslag waarvoor de beklaagde wordt veroordeeld.
(1)Cass. 23 april 2019, AR P.18.0815.N ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190423.2, AC 2019, nr.
  1. Thesaurus CAS: STEDENBOUW - HERSTEL VAN PLAATS IN DE VORIGE STAAT. BETALING VAN EEN MEERWAARDE Wettelijke bepalingen: Besluit van de Vlaamse Regering 15 mei 2009 houdende coördinatie van de decreetgeving op de ruimtelijke ordening - 15-05-2009 - Art. 6.2.1 - 36 ELI link Pub nr 2009A35738 Besluit van de Vlaamse Regering 15 mei 2009 houdende coördinatie van de decreetgeving op de ruimtelijke ordening - 15-05-2009 - Art. 6.3.1 - 36 ELI link Pub nr 2009A35738 Tekst van de beslissing Nr. P.23.0116.N I J. E. M., beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Jan Swennen, advocaat bij de balie Limburg, II
  2. ALEXON HOLSBEEK nv, met zetel te 1910 Kampenhout, Leuvensesteenweg 262 bus 1, voor wie optreedt de lasthebber ad hoc Christophe CELIS, met kantoor te 3294 Diest (Molenstede), Grasbos 35, beklaagde,
  3. ALEXON MB nv, met zetel te 1910 Kampenhout, Leuvensesteenweg 262 bus 1, voor wie optreedt de lasthebber ad hoc Dimitri NAGELS, met kantoor te 3300 Tienen, Leuvenselaan 172 bus 4, beklaagde, eiseressen, met als raadsman mr. Lore Gyselaers, advocaat bij de balie Limburg, beide cassatieberoepen tegen GEWESTELIJK STEDENBOUWKUNDIG INSPECTEUR, met kantoor te 3000 Leuven, Dirk Boutsgebouw, Diestsepoort 6 bus 93, eiser tot herstel, verweerder, met als raadsman mr. Dennis Muñiz Espinoza, advocaat bij de balie Leuven, met kantoor te 3000 Leuven, Diestsevest 47 bus 001, waar de verweerder woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel, correctionele kamer, van 16 december
  4. De eisers voeren in afzonderlijke memories die aan dit arrest zijn gehecht, twee gelijkluidende middelen aan. Raadsheer Steven Van Overbeke heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Bart De Smet heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middelen van de eiser I en de eiseressen II
  5. Het eerste middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet: de schuldigverklaring van de eisers aan het stallen van voertuigen en autowrakken op de percelen met kadastrale nummers (…) en (…) en de veroordeling van de eisers tot het herstel door het verwijderen van de gebruikte of afgedankte voertuigen van die percelen is niet regelmatig met redenen omkleed; de eiser I heeft in zijn appelconclusie, die door de eiseressen II werd overgenomen, aangevoerd dat de opslag van afgedankte voertuigen op de percelen (…) en (…) eerst werd vastgesteld in het navolgend proces-verbaal van 13 januari 2022, dat die percelen met ingang van 1 december 2020 werden verkocht en derhalve niet met zekerheid is aangetoond dat de eisers de bewuste wrakken en voertuigen hebben gestald op die percelen; de appelrechters laten na dit verweer te beantwoorden en miskennen aldus de motiveringsverplichting. Het tweede middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet, de artikelen 66 en 67 Strafwetboek en de artikelen 6.1.1, eerste lid, zoals van toepassing op het ogenblik van de feiten, 6.1.1, 6°, en 6.3.1 Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening: de veroordeling van de eisers tot het herstel door het verwijderen van de gebruikte of afgedankte voertuigen van de percelen met kadastrale nummers (…) en (…) is niet naar recht verantwoord en niet regelmatig met redenen omkleed; een dergelijke herstelmaatregel kan slechts worden opgelegd aan personen die zonder vergunning een grond gewoonlijk gebruiken, aanleggen of inrichten om gebruikte of afgedankte voertuigen te stallen of die als eigenaar toelaten dat derden hun grond gebruiken om op onvergunde wijze gebruikte of afgedankte voertuigen te stallen, welke hoedanigheid ook essentieel is voor de strafbaarstelling; de stalling van de gebruikte of afgedankte voertuigen op de percelen (…) en (…) werd vastgesteld tijdens een inspectie van 13 januari 2022, terwijl de eiser I in zijn appelconclusie, die door de eiseressen II werd overgenomen, heeft aangevoerd dat die percelen op dat ogenblik reeds waren verkocht aan derden, waarbij het dossier geen stukken bevat die aantonen dat de eisers op 13 januari 2022 gebruikers waren van de percelen of als dader of deelnemer enige daad van uitvoering of medewerking aan de stalling van de voertuigen hebben gesteld; aangezien dit laatste niet vaststaat, is het arrest dat de voormelde herstelmaatregel oplegt niet naar recht verantwoord, minstens niet regelmatig met redenen omkleed, aangezien in weerwil van het aangevoerde verweer niet wordt gemotiveerd waarom de eisers op 13 januari 2022 als eigenaars of gebruikers van de percelen (…) en (…) moeten worden beschouwd en evenmin waarin hun daad van uitvoering of medewerking aan het misdrijf zou bestaan.
  6. De eisers hebben het in de middelen bedoelde verweer niet gevoerd tot staving van een betwisting van schuld aan de telastlegging wegens het zonder vergunning gewoonlijk gebruiken, aanleggen of inrichten van een grond voor het opslaan van gebruikte of afgedankte voertuigen of van allerhande materialen, materieel of afval, maar louter tot staving van hun betwisting met betrekking tot de herstelvordering strekkende tot verwijdering van de gebruikte of afgedankte voertuigen op de percelen (…) en (…). In zoverre missen de middelen feitelijke grondslag.
  7. De in artikel 6.3.1 Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening bedoelde herstelmaatregel kan worden bevolen ten aanzien van elkeen die schuldig is aan een stedenbouwkundig misdrijf. De omstandigheid dat de schuldige geen eigenaar is of geen eigenaar meer is van het onroerend goed waarop de herstelmaatregel betrekking heeft, doet hieraan geen afbreuk.
  8. Een dergelijke herstelmaatregel kan maar wettig worden bevolen in zoverre hij geënt is op feiten die het voorwerp uitmaken van een bewezenverklaarde telastlegging. Aangezien die maatregel het herstel beoogt van de wettigheid van de toestand in de toekomst, dient de rechter die deze maatregel beveelt, evenwel de gewijzigde plaatselijke toestand in aanmerking te nemen.
  9. Indien de telastlegging bestaat in een overtreding van de hier toepasselijke artikelen 4.2.1, 5°, a), en 6.1.1, 1°, thans 6.2.1, Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, dan leidt het verwijderen van de in de telastlegging vermelde opslag van gebruikte of afgedankte voertuigen, of van allerlei materialen, materieel of afval op een perceel of percelen in beginsel niet tot het uitdoven van de herstelvordering indien die verwijdering wordt gevolgd door een nieuwe opslag van materialen, materieel of afval op datzelfde perceel of diezelfde percelen, zelfs wanneer de tot het herstel veroordeelde beklaagde niet betrokken was bij die nieuwe opslag. De rechter kan dan ook een oorzakelijk verband aannemen tussen de wederrechtelijke opslag waaraan een einde is gesteld en de nieuwe wederrechtelijke opslag. De herstelvordering die strekt tot het herstel van de nieuwe opslag blijft in beginsel dan ook geënt op de feiten van de telastlegging, tenzij wanneer de rechter vaststelt dat de nieuwe opslag volstrekt vreemd is aan de wederrechtelijke opslag waarvoor de beklaagde wordt veroordeeld.
  10. In zoverre de middelen uitgaan van andere rechtsopvattingen, falen ze naar recht.
  11. Gelet op het voorgaande kon het arrest, dat niet oordeelt dat de opslag waarop het in de middelen bedoelde herstel betrekking heeft, volstrekt vreemd is aan de opslag waarvoor de eiseressen worden veroordeeld maar wel oordeelt dat tijdens de incriminatieperiode de eiseres II.2 de eigenares was van de percelen (…) en (…) en de eiser I de afgevaardigd bestuurder was van de eiseres II.2 (arrest, p. 10-11), het in de middelen bedoelde verweer beantwoorden door te oordelen dat het feit dat de percelen inmiddels zouden zijn verkocht aan een derde, geen invloed heeft op de tegen de eisers ingestelde herstelvordering (arrest, p. 18, nr. 15). In zoverre kunnen de middelen niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek
  12. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissingen zijn overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt de cassatieberoepen. Veroordeelt de eisers tot de kosten van hun cassatieberoep. Bepaalt de kosten in het geheel op 162,31 euro, waarvan de eiser I 81,15 euro is verschuldigd, en de eiseressen II 81,16 euro zijn verschuldigd. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Erwin Francis, Sidney Berneman, Steven Van Overbeke en Bruno Lietaert, en in openbare rechtszitting van 7 november 2023 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20231107.2N.15 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190423.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.