id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 07 november 2023 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2
Art. 193
- 01 ELI link Pub nr 1867060850
Art. 196
- 01 ELI link Pub nr 1867060850
Art. 197- 01 ELI link Pub nr 1867060850 Tekst van de beslissing Nr.
P.23.0712.N
- E. M. J. D. K., beklaagde,
- V. M. M.-P. D. B., beklaagde, eisers, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de eisers woonplaats kiezen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, correctionele kamer, van 19 april
- De eisers voeren in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Erwin Francis heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Bart De Smet heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
- Het middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet en de artikelen 193, 196 en 197 Strafwetboek: de appelrechters verklaren de eiseres als dader en de eiser als mededader schuldig aan de telastlegging A (valsheid in geschriften en gebruik van valse stukken) doordat de eiseres zich in de oprichtingsakte van F. bv heeft betiteld als zaakvoerder, terwijl de feitelijke zaakvoerder van die vennootschap enkel de eiser was, wiens beroepsuitoefeningsverbod daardoor werd omzeild; de appelrechters vermochten uit hun feitelijke vaststellingen echter niet wettig af te leiden dat de oprichtingsakte van F. bv een waarheidsvermomming bevat en dus vals is, nu die vaststellingen in essentie betrekking hebben op het feitelijke zaakvoerderschap van de eiser en de overtreding door deze laatste van het hem opgelegde beroepsuitoefeningsverbod, wat geenszins uitsluit dat de eiseres wel degelijk juridisch formeel zaakvoerder van F. bv zou zijn en dat zij in elk geval zaakvoerder was op datum van de oprichtingsakte op 16 december 2015, gelet op de weliswaar beperkte paardenactiviteiten van de vennootschap; aangezien de oprichtingsakte om deze reden geen waarheidsvermomming bevat, verantwoorden de appelrechters hun beslissing tot de bewezenverklaring van de telastlegging A niet naar recht; minstens stellen de door de appelrechters vermelde redenen het Hof niet in staat zijn wettigheidstoezicht uit te oefenen.
- Indien bij een vervolging wegens valsheid in geschriften en gebruik van valse stukken de aan een beklaagde verweten waarheidsvermomming in de oprichtingsakte van een vennootschap erin bestaat dat hij zichzelf vermeldt als zaakvoerder om te verdoezelen dat een andere persoon de werkelijke leiding van de vennootschap heeft, oordeelt de rechter onaantastbaar of de laatst vermelde persoon daadwerkelijk de enige zaakvoerder van de vennootschap was. Het Hof gaat evenwel na of de rechter uit zijn vaststellingen geen gevolgen afleidt die op grond daarvan onmogelijk kunnen worden verantwoord.
- Het arrest oordeelt dat de oprichtingsakte van F. bv een waarheidsvermomming bevat die erin bestaat dat de eiseres zich in de oprichtingsakte van die vennootschap heeft betiteld als zaakvoerder, terwijl niet zij maar in werkelijkheid enkel de eiser die hoedanigheid had. Het arrest steunt dat oordeel in essentie op de volgende redenen: - de eiser, waartegen sinds 11 juni 2013 een bestuurdersverbod in de zin van artikel 1 Wet Beroepsuitoefeningsverbod liep en die een schuldenlast meedroeg, oefende zijn activiteit van zelfstandige handelsagent voor onder meer een verdeler van zonnepanelen en warmtepompen vanaf 1 januari 2013 uit als zelfstandige (activiteit stopgezet op 1 oktober 2014) en vanaf 6 augustus 2013 via een Letse vennootschap, totdat de Letse bankrekeningen van die vennootschap en van de eiser eind 2015 of begin 2016 werden afgesloten; - de oprichtingsakte van F. bv van 16 december 2015 vermeldt als oprichters de eiseres met 999 aandelen en de accountant van de vennootschap met 1 van de 1.000 aandelen. De eiseres werd de enige zaakvoerder. Op 22 maart 2018, na te zijn gealarmeerd door een politieverhoor van de zaakvoerder van de voormelde verdeler, sloot F. bv een arbeidsovereenkomst met de eiser; - het maatschappelijk doel van F. bv bestond in wezen in het geven van paardenrijlessen en het fokken en verhandelen van paarden, dit is een activiteit die de eiseres voorheen als zelfstandige in bijberoep uitoefende; - op 17 december 2015, dit is daags na haar oprichting, sloot F. bv een agentuurovereenkomst met de vermelde verdeler; - de eisers woonden sinds 12 mei 2015 samen en huwden op 5 maart 2016 onder het stelsel van scheiding van goederen. De eiseres was ongetwijfeld op de hoogte van het beroepsuitoefeningsverbod lastens de eiser, alsook van zijn economische activiteit die de eisers toeliet dure villa’s te huren die niet in verhouding stonden met de beperkte belastbare inkomsten van de eiseres en het gebrek aan belastbare inkomsten van de eiser; - uit de onbeduidende omvang van de posten paardenrijlessen (66,12 euro en 33,06 euro gedurende de eerste twee maanden activiteit van F. bv en verder niets meer) tegenover de hoegrootheid van de omzet gerealiseerd uit commissies op verkoop blijkt dat F. bv “vanaf de oprichting (geheel of bijna) exclusief bezig [was] met de verkoop van zonnepanelen en warmtepompen”; - uit niets blijkt dat de eiseres wat dan ook kende van zonnepanelen of warmtepompen, terwijl er voor haar evenmin een dwingende nood bestond haar bijberoep onder te brengen in een bv, waarvan zij het kapitaal volstortte met geld van de eiser; - de verklaringen van de eiseres over haar onwetendheid met betrekking tot de herkomst van de gelden gebruikt voor de oprichting en de volstorting van het kapitaal van F. bv zijn ongeloofwaardig, haar verklaring over de activiteiten van F. bv correspondeert niet met de omschrijving van het maatschappelijk doel van die vennootschap, zij kon weinig tot geen vragen beantwoorden over de activiteiten en de concrete werking van F. bv of over de reden waarom zij gelden afkomstig uit Letland had ontvangen en de verklaringen dat zij verkopen van zonnepanelen of warmtepompen tot stand bracht, zijn ongeloofwaardig. Wel geloofwaardig is het dat de eiseres binnen F. bv instond voor de interne administratie; - de eiser was betrokken bij de geplande oprichting van F. bv, bezorgde de administratieve gegevens van deze vennootschap aan diens accountant en had volmacht op de vennootschapsrekening, dit terwijl hij geen aandeelhouder, bestuurder of destijds werknemer was; - de eiser beheerde de rekening van de eiseres, waarop hij volmacht had en waarlangs hij inkomende en uitgaande betalingen deed, onder meer naar F. bv, waarover de eiseres ondanks haar hoedanigheden binnen die vennootschap niets kon vertellen. Dit onderbouwt de vaststelling dat het in werkelijkheid de eiser was die deze gelden beheerde als feitelijk zaakvoerder van F. bv; - vanaf de oprichting was de eiser feitelijk zaakvoerder van F. bv onder meer door het langsgaan bij potentiële opdrachtgevers, het beheer van de bankrekening van F. bv via de hem verstrekte volmacht en het spijzen van de bankrekening van F. bv met gelden afkomstig van zijn eigen Belgische en Letse rekeningen en van een Belgische bankrekening van zijn echtgenote waarop hij een volmacht had, alsook door het periodiek aanbrengen van documenten bij de accountant van de bv. Al deze handelingen stelde de eiser niet in ondergeschikt verband, want hij trad pas in dienst als werknemer op 22 maart 2018; - de eiseres is dader aan feit A. Zij liet de notaris valselijk de oprichtingsakte van F. verlijden op 16 december 2015, in welke akte zij werd aangeduid als zaakvoerder terwijl zij in werkelijkheid, herstellend van een medische ingreep op 12 oktober 2015, geen of amper paardenrijlessen meer gaf én hiervoor zelf toen nog was ingeschreven in de KBO met een ondernemingsnummer als natuurlijke persoon, dat pas werd stopgezet op 1 januari
- Uit die redenen en in het bijzonder
(1)de vaststellingen dat er voor de eiseres geen nood bestond om haar bijberoep onder te brengen in een vennootschap, dat de eiseres ten tijde van de oprichting van F. bv alleszins fysiek niet in staat was dat beroep uit te oefenen en dat het kapitaal van F. bv werd volstort met gelden van de eiser,
(2)de historiek van de handelsactiviteiten van de eiser en het verdoken karakter van zijn daaruit verkregen inkomsten,
(3)het onbeduidende karakter van de paardenactiviteiten en daaruit voortvloeiende inkomsten voor F. bv,
(4)de vaststelling dat de omzet van F. bv en het uitgavenpatroon van de eisers zowat uitsluitend voortkwamen uit de handelsactiviteiten van de eiser en
(5)de onwetendheid van de eiseres over de activiteiten en de concrete werking en het financiële beheer van F. bv, kan het arrest wettig afleiden dat de vermelde waarheidsvermomming van bij de oprichting van F. bv vaststond. Die redenen laten het Hof ook toe zijn wettigheidstoezicht uit te oefenen. Het middel kan niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek 5. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissingen zijn overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt de cassatieberoepen. Veroordeelt de eisers tot de kosten van hun cassatieberoep. Bepaalt de kosten op 179,91 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Erwin Francis, Sidney Berneman, Steven Van Overbeke en Bruno Lietaert, en in openbare rechtszitting van 7 november 2023 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20231107.2N.16 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20191126.2N.7 ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230328.2N.4 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div