← België

R. contra M.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 07 november 2023 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20231107.2N.6 Rolnummer: P.23.0943.N Zaak: R. contra M. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2023-11-23 Raadplegingen: 764 - laatst gezien 2026-06-18 21:45 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiches 1 - 2 Voor wat betreft de tijdigheid van die memorie moet rekening worden gehouden met de in artikel 429 Wetboek van Strafvordering bepaalde termijnen; uit artikel 429, eerste lid, Wetboek van Strafvordering volgt dat de eiser zijn memorie moet indienen vijftien vrije dagen vóór de rechtszitting en dit ongeacht de in artikel 429, tweede lid, Wetboek van Strafvordering bepaalde termijn van twee maanden; dit betekent dat indien de zestiende en de zeventiende dag een zaterdag, zondag of feestdag zijn, de memorie moet zijn ingediend ten laatste de achttiende dag vóór de rechtszitting

(1).
(1)Cass. 16 februari 2021, AR P.20.1191.N ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210216.2N.15, AC 2021, nr. 123, met concl. van advocaat-generaal WINANTS; Cass. 10 december 2019, AR P.19.1002.N ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20191210.2N.10, AC 2019, nr. 658; Cass. 8 mei 2019, AR P.19.0375.F ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190508.14, AC 2019, nr. 271; M.-A BEERNAERT, H.D. BOSLY en D. VANDERMEERCH, Droit de la procedure pénale, Die Keure, 2021, 1834-
  1. Thesaurus CAS: CASSATIEBEROEP - STRAFZAKEN - Vormen - Vorm en termijn voor memories en stukken Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Art. 429 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: CASSATIEMIDDELEN - STRAFZAKEN - Algemeen Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Art. 429 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Tekst van de beslissing Nr. P.23.0943.N S. R. A., beklaagde, aangehouden, eiser, met als raadsman mr. Tanja Smit, advocaat bij de balie Antwerpen. met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 222, waar de eiser woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, correctionele kamer, van 8 juni
  2. De eiser heeft twee memories ingediend. Raadsheer Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Bart De Smet heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling De door de eiser ingediende memories
  3. De eiser heeft in een 18 augustus 2023 ter griffie van het Hof ontvangen eerste memorie voorgehouden dat het niet mogelijk was om in die memorie cassatiemiddelen aan te voeren omdat het dossier niet kon worden geraadpleegd en een volledige inzage van het strafdossier onontbeerlijk is om cassatiemiddelen aan te voeren. Hij verzocht hem “voorbehoud te verlenen voor het ontwikkelen van cassatiemiddelen in een toekomstige memorie in cassatie gelet op de specifieke overmachtssituatie van het defect zijn van de rotatieve kast waardoor inzage van het strafdossier onmogelijk was.”
  4. Uit de door de griffie verstrekte informatie blijkt dat het strafdossier vanaf begin augustus 2023 en dit tot 28 augustus 2023 niet kon worden geconsulteerd, maar ook dat de raadsman van de eiser op 30 augustus 2023 werd ingelicht dat het dossier vanaf dan terug beschikbaar was voor inzage.
  5. De overmachtssituatie waarop de eiser zich beroept, is opgehouden op 30 augustus
  6. De eiser werd per brief van 31 augustus 2023 ingelicht over de datum van de rechtszitting van 7 november
  7. De eiser kon bijgevolg vanaf 31 augustus 2023 kennis nemen van het dossier en alsnog een memorie met cassatiemiddelen indienen.
  8. Eisers eerste memorie behoeft dan ook geen verder antwoord.
  9. Op 31 oktober 2023 werd ter griffie van het Hof een tweede memorie van de eiser ontvangen met vijf middelen.
  10. Voor wat betreft de tijdigheid van die memorie moet rekening worden gehouden met de in artikel 429 Wetboek van Strafvordering bepaalde termijnen.
  11. Uit artikel 429, eerste lid, Wetboek van Strafvordering volgt dat de eiser zijn memorie moet indienen vijftien vrije dagen vóór de rechtszitting en dit ongeacht de in artikel 429, tweede lid, Wetboek van Strafvordering bepaalde termijn van twee maanden. Dit betekent dat indien de zestiende en de zeventiende dag een zaterdag, zondag of feestdag zijn, de memorie moet zijn ingediend ten laatste de achttiende dag vóór de rechtszitting.
  12. De eiser diende derhalve zijn memorie in te dienen ten laatste op vrijdag 20 oktober
  13. De tweede memorie van de eiser is wegens laattijdigheid niet ontvankelijk. Ambtshalve onderzoek
  14. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Onmiddellijke aanhouding
  15. Door de hierna uit te spreken verwerping van eisers cassatieberoep, verkrijgt de beslissing op de strafvordering kracht van gewijsde. In zoverre het cassatieberoep ook gericht is tegen de beslissing waarbij de onmiddellijke aanhouding van de eiser is bevolen, heeft eisers cassatieberoep geen bestaansreden meer. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 193,11 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Erwin Francis, Sidney Berneman, Steven Van Overbeke en Bruno Lietaert, en in openbare rechtszitting van 7 november 2023 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20231107.2N.6 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20231107.2N.20 precedenten: ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190508.14 ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20191210.2N.10 ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210216.2N.15 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.