id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 07 november 2023 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2
Art. 203
, § 1 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Art. 6.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Thesaurus CAS: GRIFFIE. GRIFFIER Wettelijke bepalingen: Wetboek
Art. 203
, § 1 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Art. 6.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.1 Wettelijke bepalingen: Wetboek
Art. 203
, § 1 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Art. 6.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Tekst van de beslissing Nr. P.23.1221.N PROCUREUR DES KONINGS TE HALLE-VILVOORDE, eiser, tegen J. R., beklaagde, verweerder, met als raadsman mr. Jan Donkers, advocaat bij de balie Brussel. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de Nederlandstalige correctionele rechtbank Brussel van 22 juni
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Raadsheer Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Bart De Smet heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middelen
- Het eerste middel voert schending aan van artikel 6 EVRM en artikel 203, § 1, Wetboek van Strafvordering: het bestreden vonnis verklaart ten onrechte en in strijd met de vaststaande rechtspraak van de rechtbank eisers hoger beroep niet ontvankelijk; met het oordeel dat een verklaring van hoger beroep mondeling en op de griffie moet gebeuren, moet worden ondertekend en een digitale handtekening niet geldig is, voegt het bestreden vonnis ontvankelijkheidsvoorwaarden toe die niet in artikel 203 Wetboek van Strafvordering zijn vermeld; een handtekening is hoe dan ook niet vereist; door te eisen dat de appellant zich persoonlijk naar de griffie begeeft, wordt van die appellant een onredelijke inspanning gevraagd; het parket van de eiser is gevestigd te Halle en hij moet om hoger beroep aan tekenen zich begeven naar Halle of Vilvoorde; de werkwijze van de schriftelijke verschijning die sinds jaren wordt toegepast door de griffies van de politierechtbanken te Halle en te Vilvoorde en dit zowel betreffende advocaten als het openbaar ministerie vermijdt nutteloze verplaatsingen en werklast; het is duidelijk dat de eiser uitdrukkelijk en ondubbelzinnig de wil heeft uitgedrukt hoger beroep aan te tekenen en dat blijkt ook uit de door de griffier opgemaakte akte van hoger beroep; met haar vaste rechtspraak heeft de betrokken kamer van de Nederlandstalige correctionele rechtbank Brussel de indruk gewekt dat verklaringen in hoger beroep telefonisch of per e-mail konden worden kenbaar gemaakt. Het tweede middel voert aan dat het bestreden vonnis bij vergissing heeft geoordeeld dat eisers hoger beroep vervallen moet worden verklaard omdat op het grievenformulier geen enkele grief is aangeduid; de toepasselijke rubriek van het grievenformulier werd wel degelijk aangekruist met de nodige uitleg.
- Uit de tekst van artikel 203, § 1, Wetboek van Strafvordering volgt dat het in die bepaling bedoelde hoger beroep een verklaring van hoger beroep vereist ter griffie van de rechtbank die het vonnis heeft gewezen.
- Die verklaring kan enkel geldig worden afgelegd tijdens de openingsuren van de griffie.
- Van die verklaring wordt door de griffier een authentieke akte opgemaakt waarin wordt bevestigd dat de persoon die is verschenen op de in de akte vermelde datum en plaats tegen de in de akte vermelde beslissing hoger beroep heeft aangetekend.
- Daaruit volgt dat de persoon die hoger beroep wil instellen persoonlijk de verklaring van hoger beroep moet afleggen tegenover de griffier tijdens de openingsuren van de griffie.
- Een verklaring van hoger beroep zonder de persoonlijke verschijning van hij die hoger beroep wil instellen, levert geen ontvankelijk hoger beroep op.
- Een verklaring van hoger beroep per brief of per e-mail laat de griffier die de authentieke akte opstelt waarin de verklaring van hoger beroep wordt bevestigd, niet toe zekerheid te hebben over de identiteit en de hoedanigheid van de persoon die verklaart hoger beroep te willen instellen.
- De verplichting om persoonlijk te verschijnen ter griffie voor het doen van de verklaring van hoger beroep dient dan ook een wettig doel en tast het recht van toegang tot de appelrechter in de kern niet aan.
- De omstandigheden dat een rechtbank in het verleden meermaals hogere beroepen zonder persoonlijke verschijning ter griffie ontvankelijk heeft verklaard, de griffie bij het aanvaarden van een schriftelijke verschijning geen onderscheid maakt tussen raadslieden van partijen en het openbaar ministerie en dat de vereiste van een persoonlijke verschijning praktische moeilijkheden kan opleveren voor magistraten van het openbaar ministerie, laten niet toe anders te oordelen. Het staat overigens aan de wetgever om desgevallend een meer praktische regeling uit te werken.
- In zoverre het eerste middel uitgaat van andere rechtsopvattingen, faalt het naar recht.
- Het bestreden vonnis grondt het niet ontvankelijk verklaren van eisers hoger beroep onder meer op het gegeven dat de verklaring van hoger beroep niet is gebeurd door middel van een persoonlijke verschijning ter griffie, maar op basis van een schriftelijke verschijning. Aldus is de beslissing om eisers hoger beroep niet ontvankelijk te verklaren naar recht verantwoord. In zoverre kan het eerste middel niet worden aangenomen.
- Voor het overige zijn de middelen gericht tegen overtollige redenen en kunnen ze niet tot cassatie leiden. In zoverre zijn de middelen niet ontvankelijk. Ambtshalve onderzoek
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Laat de kosten ten laste van de Staat. Bepaalt de kosten op 0,00 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Erwin Francis, Sidney Berneman, Steven Van Overbeke en Bruno Lietaert, en in openbare rechtszitting van 7 november 2023 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20231107.2N.8 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2023:CONC.20231107.2N.8 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240618.2N.24 ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260414.2N.8 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div