← België

STAD BERINGEN contra HOUTPARK nv

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 09 november 2023 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20231109.1N.11 Rolnummer: C.22.0251.N Zaak: STAD BERINGEN contra HOUTPARK nv Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Belastingrecht - Overige - Burgerlijk recht Invoerdatum: 2023-12-08 Raadplegingen: 1456 - laatst gezien 2026-06-18 17:19 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2023:CONC.20231109.1N.11 Fiches 1 - 4 De gemeentelijke belastingbevoegdheid raakt de openbare orde; hieruit volgt dat het een gemeente niet toegelaten is om bij overeenkomst bindende toezeggingen te doen over de manier waarop ze haar reglementaire fiscale bevoegdheid in de toekomst zal uitoefenen en dat het voor de rechter niet mogelijk is om uitwerking te geven aan een overeenkomst waarin de gemeente stelt een bepaalde belasting

(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: GEMEENTE-, PROVINCIE- EN PLAATSELIJKE BELASTINGEN - GEMEENTEBELASTINGEN Wettelijke bepalingen: De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 170, § 4, eerste lid - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Thesaurus CAS: OPENBARE ORDE Wettelijke bepalingen: De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 170, § 4, eerste lid - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Thesaurus CAS: BEVOEGDHEID EN AANLEG - BELASTINGZAKEN - Gemeentebelastingen. Provinciebelastingen. Plaatselijke belastingen Wettelijke bepalingen: De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 170, § 4, eerste lid - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Thesaurus CAS: OVEREENKOMST - BESTANDDELEN - Voorwerp Wettelijke bepalingen: De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 170, § 4, eerste lid - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Tekst van de beslissing Nr. C.22.0251.N STAD BERINGEN, vertegenwoordigd door haar College van burgemeester en schepenen, met kantoor te 3580 Beringen, Collegestraat 1, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0207.465.281, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Paul Wouters, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 3000 Leuven, Koning Leopold I-straat 3, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen
  1. HOUTPARK nv, met zetel te 3500 Hasselt, Kempische Steenweg 311, bus 4.01, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0842.301.874,
  2. BE-MINE nv, met zetel te 3500 Hasselt, Kempische Steenweg 311, bus 4.01, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0821.540.807, verweersters, vertegenwoordigd door mr. Willy van Eeckhoutte, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 9051 Gent, Drie Koningenstraat 3, waar de verweersters woonplaats kiezen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 18 oktober
  3. Advocaat-generaal Stijn Ravyse heeft op 9 oktober 2023 een schriftelijke conclusie neergelegd. Sectievoorzitter Geert Jocqué heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Stijn Ravyse heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDELEN De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan. III. BESLISSING VAN HET HOF […] Tweede middel […] Gegrondheid
  4. Krachtens artikel 170, § 4, eerste lid, Grondwet kan geen last of belasting door de agglomeratie, de federatie van gemeenten en de gemeente worden ingevoerd dan door een beslissing van hun raad. De gemeentelijke belastingbevoegdheid raakt de openbare orde. Hieruit volgt dat het een gemeente niet toegelaten is om bij overeenkomst bindende toezeggingen te doen over de wijze waarop ze haar reglementaire fiscale bevoegdheid in de toekomst zal uitoefenen en dat het voor de rechter niet mogelijk is om uitwerking te geven aan een overeenkomst waarin de gemeente zich ertoe verbindt een bepaalde belasting niet te zullen invoeren.
  5. De appelrechters die oordelen dat de verweersters een contractuele schadevergoeding kunnen vorderen gelet op de verbintenis van de eiseres in de PPS-overeenkomst om geen bijkomende belastingen in te voeren, schenden artikel 170, § 4, eerste lid, Grondwet en artikel 2 Oud Burgerlijk Wetboek. Het middel is gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Brussel. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Koen Mestdagh, als voorzitter, sectievoorzitter Geert Jocqué, en de raadsheren Bart Wylleman, Sidney Berneman en Sven Mosselmans, en in openbare rechtszitting van 9 november 2023 uitgesproken door sectievoorzitter Koen Mestdagh, in aanwezigheid van advocaat-generaal Stijn Ravyse, met bijstand van griffier Elien Van Isterdael. PDF document ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20231109.1N.11 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2023:CONC.20231109.1N.11 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.