id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 14 november 2023 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2
Art. 114
- 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: VOORLOPIGE HECHTENIS - VOORLOPIGE INVRIJHEIDSTELLING Wettelijke bepalingen: Wetboek
Art. 114
- 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: DOUANE EN ACCIJNZEN Wettelijke bepalingen: Wetboek
Art. 114
- 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: BEVOEGDHEID EN AANLEG - STRAFZAKEN - Bevoegdheid Wettelijke bepalingen: Wetboek
Art. 114
- 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: ONDERZOEKSGERECHTEN Wettelijke bepalingen: Wetboek
Art. 114
- 30 ELI link Pub nr 1808111701 Fiches 6 - 10 Uit artikel 114 Wetboek van Strafvordering volgt dat indien een verzoek tot voorlopige invrijheidstelling inzake douane en accijnzen werd ingediend vóór de betekening door de vervolgende administratie van de dagvaarding waarmee de zaak aanhangig wordt gemaakt bij de correctionele rechtbank en de ontlasting van de onderzoeksrechter maar de raadkamer daarover nog geen uitspraak heeft gedaan op het ogenblik van die betekening en die ontlasting, dan heeft zij geen rechtsmacht meer om dit te doen; indien hoger beroep werd ingesteld tegen de beschikking van de raadkamer betreffende het verzoek tot voorlopige invrijheidstelling vóór de voormelde ontlasting van de onderzoeksrechter en de kamer van inbeschuldigingstelling daarover nog geen uitspraak heeft gedaan op het ogenblik van die betekening en ontlasting, heeft zij geen rechtsmacht meer heeft om dit te doen
(1).
(1)Zie E. VAN DOOREN, “De appelrechter die onbevoegd wordt. Een curriosum uit het douanestrafrecht”, noot onder KI Antwerpen 26 juni 2015, RABG 2016/1, 41-45. Thesaurus CAS: VOORLOPIGE HECHTENIS - DOUANE EN ACCIJNZEN Wettelijke bepalingen: Wetboek
Art. 114
- 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: DOUANE EN ACCIJNZEN Wettelijke bepalingen: Wetboek
Art. 114
- 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: BEVOEGDHEID EN AANLEG - STRAFZAKEN - Bevoegdheid Wettelijke bepalingen: Wetboek
Art. 114
- 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: ONDERZOEKSGERECHTEN Wettelijke bepalingen: Wetboek
Art. 114- 30 ELI link Pub nr 1808111701 Tekst van de beslissing Nr.
P.23.1498.N I. T., beklaagde, verzoeker tot voorlopige invrijheidstelling, aangehouden, eiser, met als raadsman mr. Loïc Cerulus, advocaat bij de balie Antwerpen, tegen BELGISCHE STAAT, fod Financiën, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, voor wie optreedt de adviseur-generaal van de Administratie Operaties van de Algemene Administratie van de Douane en Accijnzen, met kantoor te 2060 Antwerpen, Ellermansstraat 21, vervolgende partij, verweerder. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, kamer van inbeschuldigingstelling, van 27 oktober
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Sidney Berneman heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Schoeters heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
- Het middel voert schending aan van de artikelen 114, 199, 203 en 204 Wetboek van Strafvordering: de appelrechters verklaren zich ten onrechte onbevoegd om eisers hoger beroep tegen de beschikking van de raadkamer waarbij zijn verzoek tot voorlopige invrijheidstelling werd afgewezen, te beoordelen; dit hoger beroep werd ingesteld voordat de onderzoeksrechter werd ontlast en de eiser voor de correctionele rechtbank werd gedagvaard.
- Artikel 114 Wetboek van Strafvordering bepaalt dat: - indien op een feit een correctionele straf is gesteld, de raadkamer, op verzoek van de verdachte en op conclusie van de procureur des Konings, de voorlopige invrijheidstelling van de verdachte kan bevelen, mits een gegoede borg wordt gesteld tot zekerheid van zijn verschijning bij alle proceshandelingen en ter tenuitvoerlegging van het vonnis, zodra zulks van hem wordt gevorderd; - de voorlopige invrijheidstelling tegen borgstelling in elk stand van de zaak kan worden gevraagd en verleend.
- Uit deze bepaling volgt dat: - zolang de vervolgende administratie de dagvaarding waarmee de zaak aanhangig wordt gemaakt bij de correctionele rechtbank niet heeft betekend en de raadkamer de onderzoeksrechter niet heeft ontlast, de raadkamer en in hoger beroep de kamer van inbeschuldigingstelling kennis nemen van een verzoek tot voorlopige invrijheidstelling; - eens de vervolgende administratie de dagvaarding waarmee de zaak aanhangig wordt gemaakt bij de correctionele rechtbank heeft betekend en de raadkamer de onderzoeksrechter heeft ontlast het aan de correctionele rechtbank en in hoger beroep de correctionele kamer van het hof van beroep staat kennis te nemen van een verzoek tot voorlopige invrijheidstelling; - indien een verzoek tot voorlopige invrijheidstelling werd ingediend vóór de voormelde betekening en de ontlasting van de onderzoeksrechter en de raadkamer daarover nog geen uitspraak heeft gedaan op het ogenblik van die betekening en die ontlasting zij geen rechtsmacht meer heeft om dit te doen; - indien hoger beroep werd ingesteld tegen de beschikking van de raadkamer betreffende het verzoek tot voorlopige invrijheidstelling vóór de voormelde ontlasting van de onderzoeksrechter en de kamer van inbeschuldigingstelling daarover nog geen uitspraak heeft gedaan op het ogenblik van die betekening en ontlasting zij geen rechtsmacht meer heeft om dit te doen.
- Die regeling houdt in dat eens de zaak aanhangig is gemaakt bij de correctionele rechtbank en de onderzoeksrechter is ontlast, de beklaagde de rechtmatigheid van zijn vrijheidsberoving kan laten beoordelen door het vonnisgerecht en hij bijgevolg beschikt over gelijkwaardige waarborgen en rechtsmiddelen als die waarin de Voorlopige Hechteniswet voorziet.
- In zoverre het middel uitgaat van andere rechtsopvattingen, faalt het naar recht.
- Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt dat op 5 oktober 2023 tegen de eiser een bevel tot aanhouding werd gevorderd, de onderzoeksrechter diezelfde dag een bevel tot aanhouding heeft verleend, de eiser op 10 oktober 2023 een verzoek tot voorlopig invrijheidstelling overeenkomstig de artikelen 113 tot 126 Wetboek van Strafvordering heeft ingediend, de raadkamer dit verzoek op 12 oktober 2023 ongegrond heeft verklaard, de eiser tegen die afwijzende beschikking op 12 oktober 2023 hoger beroep heeft ingesteld, de raadkamer bij beschikking van 12 oktober 2023 de onderzoeksrechter heeft ontlast en de vervolgende administratie op 13 oktober 2023 de dagvaarding heeft betekend waarbij de zaak aanhangig werd gemaakt bij de correctionele rechtbank. De beslissing dat de kamer van inbeschuldigingstelling niet meer bevoegd is om eisers hoger beroep te beoordelen, is naar recht verantwoord. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 64,41 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Sidney Berneman, Eric Van Dooren en Bruno Lietaert, en in openbare rechtszitting van 14 november 2023 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20231114.2N.12 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080610.5 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div