← België

C.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 14 november 2023 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20231114.2N.3 Rolnummer: P.23.0979.N Zaak: C. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Internationaal publiekrecht Invoerdatum: 2023-11-24 Raadplegingen: 690 - laatst gezien 2026-06-15 06:00 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiches 1 - 3 Artikel 2.1 Zevende Aanvullend Protocol EVRM noch enige andere wettelijk bepaling verbiedt de overlegging in hoger beroep van een nieuw bewijsstuk voor zover het aan de tegenspraak wordt onderworpen; daardoor wordt geen afbreuk gedaan aan het recht op hoger beroep

(1).
(1)Cass. 16 februari 2021, AR P.20.1040.N ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210216.2N.6, AC 2021, nr.
  1. Thesaurus CAS: HOGER BEROEP - STRAFZAKEN (DOUANE EN ACCIJNZEN INBEGREPEN) - Rechtspleging in hoger beroep Wettelijke bepalingen: Protocol nr. 7 bij het Verdrag ter Bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden - 22-11-1984 - Art. 2.1 - 33 Link Justel databank 19841122-33 Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Allerlei Wettelijke bepalingen: Protocol nr. 7 bij het Verdrag ter Bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden - 22-11-1984 - Art. 2.1 - 33 Link Justel databank 19841122-33 Thesaurus CAS: RECHT VAN VERDEDIGING - STRAFZAKEN Wettelijke bepalingen: Protocol nr. 7 bij het Verdrag ter Bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden - 22-11-1984 - Art. 2.1 - 33 Link Justel databank 19841122-33 Fiches 4 - 5 Artikel 90undecies Wetboek van Strafvordering is niet van toepassing op een in het buitenland gevoerd DNA-onderzoek. Thesaurus CAS: ONDERZOEK IN STRAFZAKEN - GERECHTELIJK ONDERZOEK - Onderzoeksverrichtingen Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Art. 90undecies - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: BEWIJS - STRAFZAKEN - Bewijsvoering Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Art. 90undecies - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Tekst van de beslissing Nr. P.23.0979.N I R. M. L., beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Seno Devriendt, advocaat bij de balie Brussel. II P. A. P. H., beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Isabelle Slaets, advocaat bij de balie Brussel. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel, correctionele kamer, van 15 juni
  2. De eiser I voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan. De eiser II voert geen middel aan. Raadsheer Peter Hoet heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Schoeters heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
  3. Het middel voert schending aan van artikel 6 EVRM, alsmede miskenning van het recht op een eerlijk proces, het recht van verdediging en het fundamenteel rechtsbeginsel van het vermoeden van onschuld: het oordeel van het arrest dat het boven iedere twijfel vaststaat dat de beide eisers fysiek aanwezig waren in het laboratorium te Herstal waar synthetische drugs werden geproduceerd en dat het feit dat hun DNA werd getraceerd op werkhandschoenen die werden aangetroffen in dit laboratorium er bovendien op wijst dat zij als “koks” essentiële handelingen in de productie van verdovende middelen hebben gesteld, is strijdig met het vermoeden van onschuld; het gevoerde gerechtelijk onderzoek laat niet toe te besluiten dat de schuld van de eiser I in rechte is komen vast te staan.
  4. Het oordeel van een rechter over de bewijswaarde van de voorgelegde en aan tegenspraak onderworpen bewijselementen, houdt als dusdanig geen miskenning van het vermoeden van onschuld in. In zoverre faalt het middel naar recht.
  5. Voor het overige komt het middel op tegen de beoordeling van de feiten door de appelrechters of verplicht het tot een onderzoek van de feiten, waarvoor het Hof geen bevoegdheid heeft, en is het bijgevolg niet ontvankelijk. Tweede en derde middel
  6. Het tweede middel voert schending aan van artikel 2.1 Zevende Aanvullend Protocol EVRM en artikel 14.5 IVBPR: het arrest oordeelt dat op 18 juli 2022 de procureur des Konings te Brussel bij de Nederlandse autoriteiten nogmaals de bevestiging vroeg dat de meegedeelde DNA-codes wel degelijk zijn gekoppeld aan de eisers; het gevoerde onderzoek in samenhang gelezen met het strafdossier bevat geen informatie over de DNA-code die aan de eiser I zou toebehoren; het strafdossier bevat geen proces-verbaal dat de afname van een DNA-staal bij de eiser I bevestigt noch enig proces-verbaal dat toestaat het DNA-staal te koppelen aan de eiser I: het betreft een bewering van het openbaar ministerie en geen materieel bewijs; de eiser I heeft slechts in tweede aanleg kennis mogen nemen van de door de procureur des Konings gevraagde bevestiging over de DNA-stalen, zodat zijn recht op een tweede aanleg niet effectief en reëel was; bovendien bevindt zich nog steeds geen proces-verbaal in het dossier ter staving van de identiteit achter de DNA-codes. Het derde middel voert schending aan van artikel 90undecies Wetboek van Strafvordering: het gevoerde gerechtelijk onderzoek in samenhang gelezen met het strafdossier bevat geen informatie over de DNA-code die aan de eiser zou toebehoren noch enig proces-verbaal daarover; de afwezigheid van enig proces-verbaal in combinatie met de DNA-codes, die niet exclusief toegewezen kunnen worden, laat niet anders toe dan te besluiten dat op dit punt ernstige vragen rijzen met betrekking tot de betrouwbaarheid van dit specifieke bewijs en dus ook met betrekking tot het toereikende karakter van het bewijsmateriaal; het vermeende DNA-bewijs is het enige element dat de eiser koppelt aan de bewezen verklaarde feiten te Herstal; het arrest houdt geen rekening met de gebreken van het onderzoek met betrekking tot het DNA-onderzoek, dat niet naar behoren werd uitgevoerd.
  7. Artikel 2.1 Zevende Aanvullend Protocol noch enige andere wettelijk bepaling verbiedt de overlegging in hoger beroep van een nieuw bewijsstuk voor zover het aan de tegenspraak wordt onderworpen. Daardoor wordt geen afbreuk gedaan aan het recht op hoger beroep.
  8. Artikel 90undecies Wetboek van Strafvordering is niet van toepassing op een in het buitenland gevoerd DNA-onderzoek.
  9. In zoverre de middelen uitgaan van een andere rechtsopvattingen, falen ze naar recht.
  10. Voor het overige komen de middelen op tegen de onaantastbare beoordeling van de bewijswaarde van het aan tegenspraak onderworpen bewijs voortvloeiend uit het in Nederland gevoerde DNA-onderzoek of verplichten ze tot een onderzoek van feiten, waarvoor het Hof geen bevoegdheid heeft, en zijn ze bijgevolg niet ontvankelijk. Ambtshalve onderzoek
  11. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissingen zijn overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt de cassatieberoepen. Veroordeelt de eisers tot de kosten van hun cassatieberoep. Bepaalt de kosten in het geheel op 149,11 euro, waarvan de eiser I 74,55 euro is verschuldigd en de eiser II 74,56 euro is verschuldigd. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Sidney Berneman, Eric Van Dooren en Bruno Lietaert, en in openbare rechtszitting van 14 november 2023 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20231114.2N.3 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210216.2N.6 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.