← België

DOCPHARMA nv contra BELGISCHE STAAT

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 16 november 2023 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20231116.1N.13 Rolnummer: C.23.0053.N Zaak: DOCPHARMA nv contra BELGISCHE STAAT Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Burgerlijk recht - Overige Invoerdatum: 2024-02-02 Raadplegingen: 1530 - laatst gezien 2026-06-16 10:06 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2023:CONC.20231116.1N.13 Fiches 1 - 2 Rechtsmisbruik bestaat in de uitoefening van een recht op een wijze die kennelijk de grenzen te buiten gaat van de normale uitoefening van dat recht door een voorzichtig en redelijk persoon in dezelfde omstandigheden geplaatst; dit kan het geval zijn wanneer een persoon door de wijze waarop hij zijn recht uitoefent het gewettigde vertrouwen beschaamt dat hij bij een ander persoon deed ontstaan

(1)
(2).
(1)Zie concl. OM.
(2)Cass. 7 september 2020, AR C.19.0034.N ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200907.3N.3 – C.19.0118.N ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200907.3N.3, AC 2020, nr. 495; Cass. 27 april 2020, AR C.19.0435.N ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200427.3, AC 2020, nr. 247; Cass. 27 januari 2020, AR C.19.0020.N ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200127.3N.6, AC 2020, nr. 75; Cass. 19 december 2019, AR C.19.0127, AC 2019, nr. 683 met concl. van advocaat-generaal A. Van Ingelgem. Thesaurus CAS: RECHTSMISBRUIK Wettelijke bepalingen: Algemeen rechtsbeginsel dat rechtsmisbruik verbiedt Thesaurus CAS: RECHTSBEGINSELEN (ALGEMENE) Wettelijke bepalingen: Algemeen rechtsbeginsel dat rechtsmisbruik verbiedt Fiches 3 - 4 De sanctie voor rechtsmisbruik bestaat in de matiging van de rechtsuitoefening tot een normale rechtsuitoefening, onverminderd het herstel van de schade die het misbruik heeft berokkend
(1)
(2).
(1)Zie concl. OM.
(2)Cass. 8 februari 2021, AR S.20.0009.N ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210208.3N.4, AC 2021, nr. 102; Cass. 7 september 2020, AR C.19.0034.N ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200907.3N.3 – C.19.0118.N ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200907.3N.3, AC 2020, nr. 495; Cass. 19 december 2019, AR C.19.0127, AC 2019, nr. 683 met concl. van advocaat-generaal A. Van Ingelgem. Thesaurus CAS: RECHTSMISBRUIK Wettelijke bepalingen: Algemeen rechtsbeginsel dat rechtsmisbruik verbiedt Thesaurus CAS: RECHTSBEGINSELEN (ALGEMENE) Wettelijke bepalingen: Algemeen rechtsbeginsel dat rechtsmisbruik verbiedt Annotaties Publicaties: RGDC-Revue générale de droit civil belge - 2024, n° 6, p. 262-
  1. - STIJNS, Sophie; AUVRAY, Françoise; Note'L'abus de droit peut résulter de la méconnaissance de la confiance légitime créée chez autrui' RW-Rechtskundig weekblad - 2023/24, nr. 21, p. 1669-
  2. - POLLEFEYT, Florian; Noot'Beschamen van rechtmatig vertrouwen erkend als bijzonder criterium van het verbod op rechtsmisbruik' TBH-Tijdschrift voor Belgisch handelsrecht - 2024, nr. 6, p. 772-
  3. - JANSEN, Sanne; Noot'Tijd genoeg komt te laat: na voorzet van de wetgever erkent het Hof van Cassatie het beschamen van het gewettigde vertrouwen als bijzonder criterium van het verbod op rechtsmisbruik' Tekst van de beslissing Nr. C.23.0053.N DOCPHARMA bv, met zetel te 1560 Hoeilaart, Terhulpensesteenweg 6A, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0465.350.075, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Beatrix Vanlerberghe, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, met kabinet te 1000 Brussel, Wetstraat 23, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0367.303.366, verweerder, vertegenwoordigd door mr. Caroline De Baets, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1150 Sint-Pieters-Woluwe, Laurierlaan 1, waar de verweerder woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 10 mei 2022, op verwijzing gewezen na arrest van het Hof van 7 september
  4. Advocaat-generaal met opdracht Michèle Deconynck heeft op 17 oktober 2023 een schriftelijke conclusie neergelegd. Raadsheer Sven Mosselmans heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Henri Vanderlinden heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste onderdeel
  5. Anders dan het onderdeel aanvoert, stellen de appelrechters het bedoelde interestverloop niet afhankelijk van een verwittiging van de eiseres, maar oordelen zij dat, gelet op het lange stilzitten van de eiseres in de procedure, het kennelijk onredelijk is interest te doen lopen voorafgaand aan de vordering daartoe bij appelconclusie van de eiseres van 27 februari
  6. Het onderdeel mist feitelijke grondslag. Tweede onderdeel
  7. Rechtsmisbruik bestaat in de uitoefening van een recht op een wijze die kennelijk de grenzen te buiten gaat van de normale uitoefening van dat recht door een voorzichtig en redelijk persoon in dezelfde omstandigheden geplaatst. Dit kan het geval zijn wanneer een persoon door de wijze waarop hij zijn recht uitoefent het gewettigde vertrouwen beschaamt dat hij bij een ander persoon deed ontstaan. De sanctie voor een dergelijk misbruik bestaat in de matiging van de rechtsuitoefening tot een normale rechtsuitoefening, onverminderd het herstel van de schade die het misbruik heeft berokkend.
  8. De appelrechters stellen vast en oordelen dat: - de rechter de loop van de gerechtelijke interest mag schorsen gedurende de periode dat een eiser abnormaal lang stilzit in de procedure; - het moet gaan om een kennelijke inertie die kwalificeert als rechtsmisbruik; - de eiseres haar vordering tot toekenning van interest heeft ingesteld bij appelconclusie van 27 februari 2015; - deze conclusie, waarbij de eiseres een vordering instelde tot toekenning van interest op de hoofdsom van bepaalde dwangsommen, pas dateert van 27 februari 2015, terwijl het geschil tussen de partijen betrekking heeft op dwangsommen die reeds waren verbeurd in de periode van december 2003 tot juni 2004; - de eiseres niet in redelijkheid aanspraak kan maken op de toekenning van gerechtelijke interest voor de in de periode van december 2003 tot juni 2004 verbeurde dwangsommen vanaf de datum van het beroepen vonnis van 12 juli 2004, maar ten vroegste vanaf de datum waarop zij haar vordering daartoe instelde en meer precies vanaf 27 februari 2015; - de gerechtelijke interest op de hoofdsom van de verbeurde dwangsommen bijgevolg pas begint te lopen vanaf 27 februari
  9. Met deze redenen geven de appelrechters te kennen dat: - de eiseres die pas bij appelconclusie van 27 februari 2015 interest vorderde op dwangsommen die reeds in de periode van december 2003 tot juni 2004 waren verbeurd, haar recht uitoefent op een wijze die het gewettigde vertrouwen beschaamt dat zij bij de verweerder deed ontstaan; - de eiseres zodoende haar recht op interest uitoefent op een wijze die kennelijk de grenzen te buiten gaat van de normale uitoefening van dat recht door een voorzichtig en redelijk persoon in dezelfde omstandigheden geplaatst.
  10. De appelrechters die op deze gronden het rechtsmisbruik van de eiseres sanctioneren door de vordering tot toekenning van interest te matigen tot de periode vanaf 27 februari 2015, verantwoorden hun beslissing naar recht. Het onderdeel kan niet worden aangenomen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiseres op 357,90 euro en op de som van 650 euro rolrecht verschuldigd aan de Belgische Staat. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Koen Mestdagh, als voorzitter, sectievoorzitter Geert Jocqué, en de raadsheren Ilse Couwenberg, Sven Mosselmans en Myriam Ghyselen, en in openbare rechtszitting van 16 november 2023 uitgesproken door sectievoorzitter Koen Mestdagh, in aanwezigheid van advocaat-generaal Henri Vanderlinden, met bijstand van griffier Elien Van Isterdael. PDF document ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20231116.1N.13 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2023:CONC.20231116.1N.13 geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20241018.1N.8 ECLI:BE:CASS:2026:CONC.20260219.1N.13 precedenten: ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200127.3N.6 ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200427.3 ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200907.3N.3 ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210208.3N.4 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.