id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 21 november 2023 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20231121.2N.7 Rolnummer: P.23.1464.N Zaak: D. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Overige Invoerdatum: 2023-11-27 Raadplegingen: 731 - laatst gezien 2026-06-15 06:00 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiches 1 - 2 Artikel 37, eerste lid, Wet Strafuitvoering bepaalt dat wanneer de strafuitvoeringsrechter weigert de verzochte strafuitvoeringsmodaliteit toe te kennen, de veroordeelde het recht heeft om bij het volgende verzoek tot toekenning van eenzelfde strafuitvoeringsmodaliteit te vragen om te worden gehoord; de strafuitvoeringsrechter die het volgende verzoek van de veroordeelde tot toekenning van dezelfde strafuitvoeringsmodaliteit afwijst zonder hem te horen schendt deze wetsbepaling
(1)Aanvankelijk voorzag het wetsvoorstel, dat artikel 37 in zijn huidige vorm heeft ingevoerd, enkel in de mogelijkheid voor een veroordeelde om te vragen te worden gehoord indien een strafuitvoeringsmodaliteit drie keer was geweigerd (Parl. St. Kamer, DOC 54 (2018-2019) 3527/001, p. 5 en 12). Met het amendement nr. 12 (Parl. St. Kamer, DOC 54 (2018-2019) 3527/003, p. 7) werd de tekst gewijzigd en werd bepaald dat ingeval van de weigering door de strafuitvoeringsrechter van een strafuitvoeringsmodaliteit de veroordeelde het recht heeft om bij het volgende verzoek tot toekenning van eenzelfde strafuitvoeringsmodaliteit te vragen om te worden gehoord. In de verantwoording werd geschreven dat de OVB terecht had opgemerkt dat deze mogelijkheid om een zitting te vragen moet worden geformuleerd als een recht. Bij een letterlijke lezing van de wetsbepaling zou dat betekenen dat de veroordeelde wel het recht heeft dit te vragen, maar dat de strafuitvoeringsrechter dat niet moet toestaan. Dit lijkt evenwel niet de bedoeling van de wetgever geweest te zijn zoals moge blijken uit de gehele tekst van art. 37 die in zijn derde lid bepaalt dat de strafuitvoeringsrechter niet moet ingaan op een verzoek tot behandeling in openbare zitting, terwijl een dergelijke bevoegdheid niet wordt verleend voor het vragen om gehoord te worden. AW Thesaurus CAS: STRAFUITVOERING Wettelijke bepalingen: Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 37, eerste lid - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Thesaurus CAS: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - GEEN CONCLUSIE - Strafzaken (geestrijke dranken en douane en accijnzen inbegrepen) Wettelijke bepalingen: Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 37, eerste lid - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Tekst van de beslissing Nr. P.23.1464.N M. D., veroordeelde tot vrijheidsstraf, gedetineerd, eiser, met als raadsman mr. Mathieu Langerock, advocaat bij de balie West-Vlaanderen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis van de strafuitvoeringsrechter Oost-Vlaanderen, afdeling Gent, van 18 oktober
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Alain Winants heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
- Het middel voert schending aan van artikel 37, eerste lid, Wet Strafuitvoering: de strafuitvoeringsrechter wees eisers verzoek om de strafuitvoeringsmodaliteit van de voorlopige invrijheidstelling met het oog op verwijdering van het grondgebied of overlevering af, zonder de eiser daarover te horen; een eerder verzoek om die strafuitvoeringsmodaliteit werd bij vonnis van 12 mei 2023 afgewezen en de eiser heeft in zijn nieuw verzoek van 11 september 2023 gevraagd om te worden gehoord.
- Artikel 37, eerste lid, Wet Strafuitvoering bepaalt dat wanneer de strafuitvoeringsrechter weigert de verzochte strafuitvoeringsmodaliteit toe te kennen, de veroordeelde het recht heeft om bij het volgende verzoek tot toekenning van eenzelfde strafuitvoeringsmodaliteit te vragen om te worden gehoord.
- Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt dat: - bij vonnis van de strafuitvoeringsrechter van 12 mei 2023 eisers verzoek om de strafuitvoeringsmodaliteit van de voorlopige invrijheidstelling met het oog op verwijdering van het grondgebied of overlevering werd afgewezen; - de eiser in zijn verzoek om deze strafuitvoeringsmodaliteit van 11 september 2023, dat dezelfde dag werd ontvangen ter griffie van de strafuitvoeringsrechtbank, heeft gevraagd om te worden gehoord over zijn nieuw verzoek.
- Het vonnis wijst eisers verzoek om de gevraagde strafuitvoeringsmodaliteit af zonder dat de eiser wordt gehoord. Aldus schendt het vonnis de vermelde wetsbepaling. Het middel is gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden vonnis. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde vonnis. Houdt de beslissing over de kosten aan en laat die over aan de rechter op verwijzing. Verwijst de zaak naar de strafuitvoeringsrechter Oost-Vlaanderen, afdeling Gent, anders samengesteld. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Erwin Francis, Eric Van Dooren en Bruno Lietaert, en in openbare rechtszitting van 21 november 2023 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Alain Winants, met bijstand van griffier Mike Van Beneden. PDF document ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20231121.2N.7 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div