id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 23 november 2023 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20231123.1N.6 Rolnummer: F.21.0094.N Zaak: RIJSCHOLEN SECURA bv c. BELGISCHE STAAT, MIN FIN Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Belastingrecht Invoerdatum: 2023-12-18 Raadplegingen: 899 - laatst gezien 2026-06-17 12:19 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2023:CONC.20231123.1N.6 Fiche Het belasten van een handeling die is vrijgesteld van belasting, moet worden beschouwd als een vergissing in de factuur in de zin van artikel 79, § 1, eerste lid, Btw-wetboek, waarvoor de leverancier of de dienstverrichter aan de medecontractant een verbeterend stuk moet uitreiken, opdat die leverancier of die dienstverrichter met toepassing van artikel 77, § 1, 1°, Btw-wetboek op een teruggaaf van belasting aanspraak zou kunnen maken, ook wanneer die heffing te wijten is aan een vergissing in rechte omtrent het belastbaar of vrijgesteld karakter van de desbetreffende handeling
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: BELASTING OVER DE TOEGEVOEGDE WAARDE Wettelijke bepalingen: Wet 3 juli 1969 tot invoering van de belasting over de toegevoegde waarde - 03-07-1969 - Art. 77 - 32 Link Justel databank 19690703-32 Wet 3 juli 1969 tot invoering van de belasting over de toegevoegde waarde - 03-07-1969 - Art. 79 - 32 Link Justel databank 19690703-32 Tekst van de beslissing Nr. F.21.0094.N RIJSCHOLEN SECURA bv, met zetel te 8800 Roeselare, Sint-Amandsstraat 129, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0449.287.172, eiseres, met als raadsman mr. Michel Maus, advocaat bij de balie West-Vlaanderen, met kantoor te 8020 Oostkamp, Hertsbergsestraat 4, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kabinet te 1000 Brussel, Wetstraat 12, voor wie optreedt de adviseur-ontvanger van het Team Invordering Rechtspersonen Kortrijk en het Centrum KMO Kortrijk, met kantoor te 8500 Kortrijk, Hoveniersstraat 31, verweerder, vertegenwoordigd door mr. Willy van Eeckhoutte, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 9051 Gent, Drie Koningenstraat 3, waar de verweerder woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest van het hof van beroep te Gent van 16 februari
- Advocaat-generaal Johan Van der Fraenen heeft op 23 oktober 2023 een schriftelijke conclusie neergelegd. Raadsheer Ilse Couwenberg heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Johan Van der Fraenen heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDELEN De eiseres voert in haar verzoekschrift, dat aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling […] Tweede middel
- Krachtens artikel 77, § 1, 1°, Btw-wetboek wordt, onverminderd de toepassing van artikel 334 van de programmawet van 27 december 2004, de belasting die geheven werd van een levering van goederen, van een dienst of van een intracommunautaire verwerving van een goed tot beloop van het passende bedrag teruggegeven wanneer ze het bedrag te boven gaat dat wettelijk verschuldigd is. Uit de wetsgeschiedenis blijkt dat alle gevallen zijn bedoeld waarin een vergissing is begaan bij het factureren of bij het opmaken van de aangifte die door de belastingplichtige moet worden ingediend. Als vergissing begaan bij het factureren of bij het opmaken van de aangifte wordt onder meer beschouwd, het belasten van een handeling die niet belastbaar is of die van belasting is vrijgesteld.
- Krachtens artikel 79, § 1, eerste en tweede lid, Btw-wetboek moet, wanneer de teruggaaf verleend wordt op grond van een vergissing in de factuur of van het bepaalde in artikel 77, § 1, 2° tot 7°, de leverancier of de dienstverrichter aan de medecontractant een verbeterend stuk uitreiken met vermelding van het bedrag van de hem teruggegeven belasting. Heeft de medecontractant deze belasting in aftrek gebracht, dan moet hij ze aan de Staat terugstorten door ze op te nemen in het bedrag van de verschuldigde belasting met betrekking tot de periode waarin hij het verbeterend stuk heeft ontvangen. Uit de wetsgeschiedenis blijkt dat deze formaliteiten en voorwaarden bij facturatie aan btw-belastingplichtigen, in de gevallen waarin de belasting met toepassing van artikel 77, § 1, 1°, Btw-wetboek geheel of gedeeltelijk moet worden teruggeven wegens een vergissing in de factuur, strekken tot de eerbiediging van het neutraliteitsbeginsel.
- Bijgevolg moet het belasten van een handeling die is vrijgesteld van belasting, worden beschouwd als een vergissing in de factuur in de zin van artikel 79, § 1, eerste lid, Btw-wetboek, waarvoor de leverancier of de dienstverrichter aan de medecontractant een verbeterend stuk moet uitreiken, opdat die leverancier of die dienstverrichter met toepassing van artikel 77, § 1, 1°, Btw-wetboek op een teruggaaf van belasting aanspraak zou kunnen maken, ook wanneer die heffing te wijten is aan een vergissing in rechte omtrent het belastbaar of vrijgesteld karakter van de desbetreffende handeling.
- De appelrechter stelt vast en oordeelt dat: - artikel 79, § 1, eerste lid, Btw-wetboek niet bepaalt dat enkel in de situaties bedoeld in artikel 77, § 1, 2° tot 7°, Btw-wetboek een verbeterend stuk moet worden uitgereikt, maar ook wanneer de teruggaaf verleend wordt op grond van een vergissing in de factuur; - de wetgever in dit artikel duidelijk in twee mogelijke scenario’s heeft voorzien waarin een verbeterend stuk moet worden uitgereikt als voorwaarde voor het verlenen van het recht op teruggaaf en het feit dat die vergissing in de facturen door de beide partijen aangemerkt wordt als een situatie waarin btw werd geheven die het bedrag te boven gaat dat wettelijk verschuldigd is, geen afbreuk doet aan artikel 79, § 1, eerste lid, Btw-wetboek; - de duidelijke wettekst van artikel 79, § 1, eerste lid, Btw-wetboek primeert op de minder duidelijke en voor interpretatie vatbare tekst van artikel 77, § 1, 1°, Btw-wetboek; - de toepassing van artikel 77, § 1, 1°, Btw-wetboek als rechtsgrond voor de vordering tot teruggaaf niet uitsluit dat bij het verlenen ervan blijkt dat de oorzaak van de vordering te vinden is in een vergissing van de btw-belastingplichtige waardoor artikel 79, § 1, eerste lid, Btw-wetboek toepasselijk is; - de feiten uitwijzen dat de aanname dat meer belasting werd geheven dan verschuldigd, te wijten is aan een vergissing van de eiseres; - het recht op teruggaaf van de btw zoals bedoeld in artikel 77, § 1, 1°, Btw-wetboek wanneer de betaalde belasting het wettelijk verschuldigde bedrag te boven gaat, de situaties omvat waarin een vergissing is begaan bij het factureren of in de aangifte die moet worden ingediend, zoals een aanrekening van btw op een niet belastbare handeling, toepassing van een onjuist btw-tarief of een verkeerde maatstaf van heffing, dubbele boeking, misslag in de optelling van de aan de Staat te storten belasting, aanrekening van btw waar een vrijstelling geldt; - het niet opnemen van de situatie van artikel 77, § 1, 1°, Btw-wetboek in artikel 79, § 1, Btw-wetboek omdat de wetgever het niet nodig achtte verbeterende stukken uit te reiken voor een vergissing in de eigen aangifte, niet uitsluit dat er feitelijke situaties kunnen bestaan waarin er een recht ontstaat op teruggaaf omdat de geheven belasting de verschuldigde belasting te boven gaat ingevolge een vergissing in een factuur ten aanzien van een medecontractant en dat daarvoor wel een verbeterend stuk moet worden uitgereikt op grond van artikel 79, § 1, Btw-wetboek; - dat artikel 77, § 1, 1°, Btw-wetboek niet uitdrukkelijk vermeld is in artikel 79, § 1, Btw-wetboek derhalve niet uitsluit dat feitelijke situaties die een recht op teruggaaf doen ontstaan op grond van artikel 77, § 1, 1°, Btw-wetboek wel kunnen vereisen dat een verbeterend stuk wordt uitgereikt voor de toekenning van de teruggaaf; - de vaststelling dat de eiseres aanvankelijk vrijwillig en bewust ervoor koos de beroepsopleidingen te factureren met btw op basis van een interpretatie van de draagwijdte van de wet maar nadien beslist daarop terug te komen en zich te beroepen op een vrijstelling en teruggaaf, niet uitsluit dat er sprake was van een vergissing in de zin van artikel 79, § 1, Btw-wetboek; - indien de eiseres achteraf alsnog haar recht op vrijstelling en teruggaaf met succes wil bereiken, ze ervoor diende te zorgen dat ze de rechtsgevolgen van die keuze consequent zou naleven, namelijk door de situatie geheel en tijdig om te keren door onder meer verbeterende stukken uit te reiken aan haar medecontractanten en anderzijds een herziening door te voeren van haar uitgevoerde recht op aftrek; - de vordering van de eiseres enkel ertoe strekt zich de betaalde btw van haar klanten toe te eigenen zonder bijkomende correcties; - de eiseres de gevolgen van die keuze niet correct heeft nageleefd en haar vordering strekt tot een schending van het neutraliteitsbeginsel; - de vordering van de eiseres in strijd is met de tekst en de geest van de wet en de uitvoeringsbesluiten en met de basisbeginselen van het stelsel van de btw.
- De appelrechter die op die gronden oordeelt dat de eiseres een recht op teruggaaf van btw kon laten gelden met toepassing van artikel 77, § 1, Btw-wetboek, maar de modaliteiten niet uitvoerde om haar vordering tot teruggaaf van belasting te doen toekennen zoals bepaald in artikel 79, § 1, Btw-wetboek en artikel 4 koninklijk besluit nr. 4, verantwoordt zijn beslissing naar recht. Het middel kan niet worden aangenomen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiseres op 411,84 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Geert Jocqué, als voorzitter, en de raadsheren Bart Wylleman, Ilse Couwenberg, Sven Mosselmans en Myriam Ghyselen, en in openbare rechtszitting van 23 november 2023 uitgesproken door sectievoorzitter Geert Jocqué, in aanwezigheid van advocaat-generaal Johan Van der Fraenen, met bijstand van griffier Elien Van Isterdael. PDF document ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20231123.1N.6 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2023:CONC.20231123.1N.6 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div