id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 28 november 2023 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20231128.2N.17 Rolnummer: P.23.1274.N Zaak: N. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Overige Invoerdatum: 2023-12-08 Raadplegingen: 1180 - laatst gezien 2026-06-19 04:14 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiches 1 - 3 Het uitspreken van de beveiligingsmaatregel van het verval van het recht tot sturen vereist de vaststelling dat de betrokkene lichamelijk of geestelijk ongeschikt is tot het besturen van een motorvoertuig, alsook de grond voor die beslissing; de rechter oordeelt onaantastbaar of die lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid vaststaat op het ogenblik van zijn beslissing; hij kan voor dat oordeel steunen op de hem regelmatig overgelegde gegevens waarover de betrokkene tegenspraak heeft kunnen voeren; opdat het Hof zijn wettigheidstoezicht kan uitoefenen, moet de rechter in zijn beslissing de gegevens vermelden waaruit hij de lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid tot het besturen van een motorvoertuig afleidt
(1); het Hof gaat na of de rechter uit zijn vaststellingen geen gevolgen afleidt die op grond daarvan onmogelijk kunnen worden verantwoord; de rechter kan evenwel uit het enkele gegeven dat een beklaagde talrijke keren werd veroordeeld wegens niet nader gespecificeerde verkeersovertredingen niet wettig afleiden dat hij psychisch ongeschikt is om een motorvoertuig te besturen en op grond daarvan de door artikel 42 Wegverkeerswet bedoelde beveiligingsmaatregel bevelen
(2).
(1)Cass. 11 oktober 2022, AR P.22.0793.N ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20221011.2N.8, AC 2022, nr. 619; Cass. 31 mei 2022, AR P.22.0211.N ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220531.2N.8, AC 2022, nr. 388, RW 2022-23, 418.
(2)Het OM was van mening dat het bestreden vonnis op basis van de erin aangehaalde motieven wettig tot de rijongeschiktheid kon beslissen (BDS). Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSWET - WETSBEPALINGEN - Artikel 42 Wettelijke bepalingen: Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 42 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Thesaurus CAS: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - GEEN CONCLUSIE - Strafzaken (geestrijke dranken en douane en accijnzen inbegrepen) Wettelijke bepalingen: Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 42 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Thesaurus CAS: ONAANTASTBARE BEOORDELING DOOR DE FEITENRECHTER Wettelijke bepalingen: Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 42 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Tekst van de beslissing Nr. P.23.1274.N A. J. N. N., beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Marc Gouverneur, advocaat bij de balie Charleroi, met kantoor te 6000 Charleroi, Rue de la Neuville 50, waar de eiser woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank Oost-Vlaanderen, afdeling Dendermonde, van 26 juni
- De eiser voert in een memorie, die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Raadsheer Peter Hoet heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Bart De Smet heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
- Het middel voert schending aan van artikel 38, § 1 en § 6, Wegverkeerswet: uit de motivering van het bestreden vonnis blijkt dat de beslissing om de eiser bij wijze van straf zijn rijbevoegdheid levenslang te ontzeggen uitsluitend gebaseerd is op artikel 38, § 6, Wegverkeerswet; een definitieve ontzegging van de rijbevoegdheid kan echter alleen als straf worden opgelegd bij toepassing van artikel 38, § 1, laatste lid, Wegverkeerswet; de appelrechters hebben de verificaties en vaststellingen vereist door deze bepaling niet gedaan, zodat de beslissing de eiser levenslang vervallen te verklaren van het recht tot het besturen van een motorvoertuig niet naar recht verantwoord is.
- Het bestreden vonnis verklaart ook de door artikel 48, tweede lid, Wegverkeerswet bedoelde herhaling ten laste van de eiser bewezen, op grond waarvan het hem levenslang vervallen kan verklaren van het recht tot het besturen van een motorvoertuig. Het middel, ook al was het gegrond, kan niet tot cassatie leiden en is bijgevolg niet ontvankelijk. Tweede middel Tweede onderdeel
- Het onderdeel voert aan dat het bestreden vonnis vaststelt dat het onafgebroken strafbaar gesteld en daadwerkelijk bestraft handelen van de eiser en zijn onvermogen tot normconform gedrag, de veruitwendiging zijn van zijn antisociale persoonlijkheid en zijn psychische ongeschiktheid om als bestuurder van een motorvoertuig deel te nemen aan het veeleisend, hedendaags openbaar verkeer; het beslist vervolgens dat aangezien de eiser wordt veroordeeld wegens een inbreuk op de Wegverkeerswet en aangezien het vaststaat dat hij geestelijk niet geschikt is tot het besturen van een motorvoertuig, de rechtbank verplicht is om hem met toepassing van artikel 42 Wegverkeerswet vervallen te verklaren van het recht tot sturen; aldus verbindt het bestreden vonnis een gevolg aan de vastgestelde feiten dat er in feite niet uit kan worden afgeleid.
- Artikel 42, eerste lid, Wegverkeerswet bepaalt dat wanneer naar aanleiding van een veroordeling of opschorting van straf of internering wegens overtreding van de politie over het wegverkeer of wegens een verkeersongeval te wijten aan het persoonlijk toedoen van de dader en de schuldige lichamelijk of geestelijk ongeschikt wordt bevonden tot het besturen van een motorvoertuig, het verval van het recht tot sturen moet worden uitgesproken.
- Het uitspreken van deze beveiligingsmaatregel vereist de vaststelling dat de betrokkene lichamelijk of geestelijk ongeschikt is tot het besturen van een motorvoertuig, alsook de grond voor die beslissing.
- De rechter oordeelt onaantastbaar of die lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid vaststaat op het ogenblik van zijn beslissing. Hij kan voor dat oordeel steunen op de hem regelmatig overgelegde gegevens waarover de betrokkene tegenspraak heeft kunnen voeren.
- Opdat het Hof zijn wettigheidstoezicht kan uitoefenen, moet de rechter in zijn beslissing de gegevens vermelden waaruit hij de lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid tot het besturen van een motorvoertuig afleidt.
- Het Hof gaat na of de rechter uit zijn vaststellingen geen gevolgen afleidt die op grond daarvan onmogelijk kunnen worden verantwoord.
- Het bestreden vonnis stelt bij de eiser een onafgebroken strafbaar gesteld en daadwerkelijk bestraft handelen vast, waarbij het kennelijk verwijst naar zijn strafrechtelijk verleden en de talrijke veroordelingen wegens verkeersovertredingen. Het oordeelt vervolgens dat dit onvermogen tot normconform gedrag de veruitwendiging vormt van zijn antisociale persoonlijkheid en zijn psychische ongeschiktheid om als bestuurder van een motorvoertuig deel te nemen aan het veeleisend hedendaags verkeer.
- De rechter kan evenwel uit het enkele gegeven dat een beklaagde talrijke keren werd veroordeeld wegens niet nader gespecificeerde verkeersovertredingen niet wettig afleiden dat hij psychisch ongeschikt is om een motorvoertuig te besturen en op grond daarvan de door artikel 42 Wegverkeerswet bedoelde beveiligingsmaatregel bevelen. Het onderdeel is in zoverre gegrond. Overige grieven
- De grieven die niet kunnen leiden tot ruimere cassatie of cassatie zonder verwijzing, behoeven geen antwoord. Ambtshalve onderzoek voor het overige
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden vonnis maar enkel in zoverre het artikel 42 Wegverkeerswet toepast. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde vonnis. Verwerpt het cassatieberoep voor het overige. Veroordeelt de eiser tot twee derden van de kosten van zijn cassatieberoep. Houdt de beslissing over de overige kosten aan en laat die over aan de rechter op verwijzing. Verwijst de aldus beperkte zaak naar de correctionele rechtbank Oost-Vlaanderen, rechtszitting houdend in hoger beroep, anders samengesteld. Bepaalt de kosten op 203,01 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Sidney Berneman, Steven Van Overbeke en Bruno Lietaert, en in openbare rechtszitting van 28 november 2023 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Elien Van Isterdael. PDF document ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20231128.2N.17 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20240130.2N.13 ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260.377 precedenten: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220531.2N.8 ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20221011.2N.8 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240109.2N.3 ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260127.2N.9 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div