id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 28 november 2023 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2
Art. 6
.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Wet 19 december 2003 betreffende het Europees aanhoudingsbevel - 19-12-2003 - Art. 4, 5° - 32 ELI link Pub nr 2003009950 Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.1 Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,
Art. 6
.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Wet 19 december 2003 betreffende het Europees aanhoudingsbevel - 19-12-2003 - Art. 4, 5° - 32 ELI link Pub nr 2003009950 Thesaurus CAS: ONDERZOEKSGERECHTEN Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,
Art. 6
.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Wet 19 december 2003 betreffende het Europees aanhoudingsbevel - 19-12-2003 - Art. 4, 5° - 32 ELI link Pub nr 2003009950 Tekst van de beslissing Nr. P.23.1584.N L. I. U., persoon tegen wie een Europees aanhoudingsbevel is uitgevaardigd, aangehouden, eiser, met als raadsman mr. Stijn Schütt, advocaat bij de balie Antwerpen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, kamer van inbeschuldigingstelling, van 16 november
- De eiser voert in een memorie die aan dit is arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Peter Hoet heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Bart De Smet heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
- Het middel voert schending aan van artikel 4.5° Wet Europees Aanhoudingsbevel: het arrest oordeelt ten onrechte dat het de miskenning van de redelijke termijn niet kan onderzoeken; nochtans geldt deze vermeende onbevoegdheid enkel in zoverre het aanhoudingsbevel werd uitgevaardigd met het oog op strafvervolging, maar niet wanneer de uitvoering van een straf wordt nagestreefd; er werd een definitieve veroordeling uitgesproken in Italië, zodat de Italiaanse rechter niet meer gevat is met de strafvervolging en de beoordeling van het recht op behandeling binnen een redelijke termijn wel moet gebeuren door de kamer van inbeschuldigingstelling; er bestaan wel ernstige redenen om aan te nemen dat de tenuitvoerlegging van het Europees aanhoudingsbevel afbreuk zou doen aan de fundamentele rechten van de eiser; er werd immers door de rechtbank en het hof van beroep te Perugia bij de straftoemeting op generlei wijze rekening gehouden met de lange duur van de strafrechtelijke procedure; geen rekening houden met de redelijke termijn vormt een miskenning van artikel 6 EVRM en artikel 47, tweede lid, Handvest Grondrechten Europese Unie.
- Artikel 4.5° Wet Europees Aanhoudingsbevel bepaalt: “De tenuitvoerlegging van een Europees Aanhoudingsbevel wordt in volgende gevallen geweigerd: 5° ingeval ernstige redenen bestaan te denken dat de tenuitvoerlegging van het Europees Aanhoudingsbevel afbreuk zou doen aan de fundamentele rechten van de betrokken persoon, zoals die worden bevestigd door artikel 6 van het Verdrag betreffende de Europese Unie.”
- Volgens artikel 6, derde lid, VEU maken de grondrechten, zoals zij worden bepaald door het EVRM, als algemene rechtsbeginselen deel uit van het recht van de Europese Unie.
- Volgens artikel 6.1 EVRM heeft eenieder bij het bepalen van de gegrondheid van een tegen hem ingestelde strafvordering, recht op een behandeling binnen een redelijke termijn.
- De miskenning van het recht op de behandeling van de gegrondheid van een strafvervolging binnen een redelijke termijn zoals bepaald in artikel 6.1 EVRM kan door een nationale instantie slechts worden onderzocht voor zover die nationale instantie van de strafvervolging kennis kan nemen. Dit is niet het geval voor het onderzoeksgerecht van de uitvoerende autoriteit van een lidstaat, dat uitspraak doet over de tenuitvoerlegging van een Europees aanhoudingsbevel. Die regel geldt evenzeer indien het Europees aanhoudingsbevel werd uitgevaardigd met het oog op strafuitvoering. Het middel dat uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt naar recht. Ambtshalve onderzoek
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 71,01 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Sidney Berneman, Steven Van Overbeke en Bruno Lietaert, en in openbare rechtszitting van 28 november 2023 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Elien Van Isterdael. PDF document ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20231128.2N.19 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2012:ARR.20120110.6 ECLI:BE:CASS:2016:ARR.20160810.1 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240903.2N.19 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div