id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 28 november 2023 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20231128.2N.20 Rolnummer: P.23.1600.N Zaak: S. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2023-12-08 Raadplegingen: 936 - laatst gezien 2026-06-19 00:50 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiches 1 - 2 Indien een inverdenkinggestelde tegen wie een bevel tot aanhouding is uitgevaardigd, dat is gehandhaafd door het onderzoeksgerecht, door een vergissing van de penitentiaire administratie en derhalve buiten elk rechterlijk bevel werd vrijgelaten, blijven het lastens hem uitgevaardigde bevel tot aanhouding en de navolgende titels van handhaving van dit bevel daterend van vóór de onterechte vrijlating geldig en wordt vanaf die onterechte vrijlating de procedure tot handhaving van de voorlopige hechtenis geschorst en dit totdat de inverdenkinggestelde terug is opgesloten in een huis van arrest ter uitvoering van dit bevel tot aanhouding; de omstandigheid dat de betrokkene in het buitenland van zijn vrijheid is beroofd met het oog op overlevering aan België gelet op het bestaande bevel tot aanhouding, doet daaraan geen afbreuk
(1).
(1)Over de schorsing van het bevel tot aanhouding wegens een invrijheidstelling van de verdachte ten gevolge een administratieve vergissing, zie Cass. 15 maart 1994, AR P.94.0313.N ECLI:BE:CASS:1994:ARR.19940315.18, AC 1994, nr. 128 en Cass. 20 februari 1991, AR 8909, AC 1990-91,
- Thesaurus CAS: VOORLOPIGE HECHTENIS - HANDHAVING Wettelijke bepalingen: Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 19 - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 21 - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 22 - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 30 - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Thesaurus CAS: EUROPEES AANHOUDINGSBEVEL Wettelijke bepalingen: Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 19 - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 21 - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 22 - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 30 - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Tekst van de beslissing Nr. P.23.1600.N E. S., inverdenkinggestelde, aangehouden, eiser, met als raadsman mr. Jorgen Van Laer, advocaat bij de balie Antwerpen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, kamer van inbeschuldigingstelling, van 16 november
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Raadsheer Bruno Lietaert heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Bart De Smet heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ambtshalve middel Geschonden wettelijke bepalingen - de artikelen 19, 21, 22 en 30 Voorlopige Hechteniswet
- Indien een inverdenkinggestelde tegen wie een bevel tot aanhouding is uitgevaardigd, dat is gehandhaafd door het onderzoeksgerecht, door een vergissing van de penitentiaire administratie en derhalve buiten elk rechterlijk bevel werd vrijgelaten: - blijven het lastens hem uitgevaardigde bevel tot aanhouding en de navolgende titels van handhaving van dit bevel daterend van vóór de onterechte vrijlating geldig; - wordt vanaf die onterechte vrijlating de procedure tot handhaving van de voorlopige hechtenis geschorst en dit totdat de inverdenkinggestelde terug is opgesloten in een huis van arrest ter uitvoering van dit bevel tot aanhouding. De omstandigheid dat de betrokkene in het buitenland van zijn vrijheid is beroofd met het oog op overlevering aan België gelet op het bestaande bevel tot aanhouding, doet daaraan geen afbreuk.
- Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt dat: - tegen de eiser een bevel tot aanhouding werd verleend op 13 februari 2023; - de raadkamer de regelmatigheid van dit bevel heeft bevestigd bij beschikking van 17 februari 2023; - de voorlopige hechtenis bij opeenvolgende beslissingen werd gehandhaafd, onder meer bij beschikking van de raadkamer van 22 augustus 2023 voor een termijn van twee maanden, waarbij tegen die laatste beslissing hoger beroep werd aangetekend; - de eiser op 24 augustus 2023 per vergissing door de gevangenisdirecteur in vrijheid werd gesteld, waarna hij zich naar Nederland begaf; - de onderzoeksrechter op 25 augustus 2023 een Europees aanhoudingsbevel tegen de eiser uitvaardigde; - de eiser op 28 augustus 2023 in Nederland van zijn vrijheid werd beroofd en zich in overleveringsdetentie bevindt; - op 1 september 2023 de federale magistraat de kamer van inbeschuldigingstelling heeft gevorderd het hoger beroep van de eiser ontvankelijk te verklaren en vast te stellen dat de termijnen van voorlopige hechtenis waren geschorst met ingang van 24 augustus 2023; - de kamer van inbeschuldigingstelling bij arrest van 5 september 2023, na een behandeling van de zaak in aanwezigheid van de raadsman van de eiser, heeft geoordeeld dat niet op die vordering tot schorsing diende te worden ingegaan en dat de voorlopige hechtenis werd gehandhaafd voor twee maanden; - tegen dit arrest geen rechtsmiddel werd aangewend; - de raadkamer bij beschikking van 31 oktober 2023 de voorlopige hechtenis heeft gehandhaafd voor een duur van twee maanden; - op het hoger beroep van de eiser de kamer van inbeschuldigingstelling, in afwezigheid van de eiser, die zich niet wenste te laten vertegenwoordigen door zijn raadsman, met het thans bestreden arrest de voorlopige hechtenis opnieuw heeft gehandhaafd voor een termijn van twee maanden.
- Aangezien door de onterechte vrijlating van de eiser de procedure van handhaving van de voorlopige hechtenis was geschorst vanaf het ogenblik van die vrijlating, kan het arrest de voorlopige hechtenis van de eiser niet handhaven en schendt het de vermelde bepalingen van de Voorlopige Hechteniswet. Omvang van de cassatie
- Het Hof kan bij toepassing van artikel 434, tweede lid, Wetboek van Strafvordering, de vernietiging uitbreiden tot de oudste nietige akte.
- Het Hof breidt de vernietiging van het bestreden arrest uit tot de oudste nietige akte, dit zijn de beschikking van de raadkamer van 31 oktober 2023 en het arrest van de kamer van inbeschuldigingstelling van 5 september
- De vernietiging geschiedt zonder verwijzing. Middelen van de eiser
- De middelen van de eiser behoeven geen antwoord. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest, alsook het arrest van de kamer van inbeschuldigingstelling van 5 september 2023 en de beschikking van de raadkamer van 31 oktober 2023 die de voorlopige hechtenis van de eiser hebben gehandhaafd. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van deze vernietigde arresten en deze vernietigde beschikking. Laat de kosten van eisers cassatieberoep ten laste van de Staat. Zegt dat er geen grond is tot verwijzing. Bepaalt de kosten op 90,81 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Sidney Berneman, Steven Van Overbeke en Bruno Lietaert, en in openbare rechtszitting van 28 november 2023 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Elien Van Isterdael. PDF document ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20231128.2N.20 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:1994:ARR.19940315.18 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div