← België

BESTLEASE bv contra WEST-LEASE nv

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 30 november 2023 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2

Art. 1382

- 30 ELI link Pub nr 1804032150 oud

Art. 1383- 30 ELI link Pub nr 1804032150 Wetboek van economisch recht - 28-02-2013 - Art.

XI.335, §§ 1 en 2, eerste lid - 19 ELI link Pub nr 2013A11134 Thesaurus CAS: BEWIJS - BURGERLIJKE ZAKEN - Bewijslast. Beoordelingsvrijheid Wettelijke bepalingen: Richtlijn 2004/48/EEG van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende de handhaving van intellectuele-eigendomsrechten - 29-04-2004 - Art. 13.1 oud

Art. 1382

- 30 ELI link Pub nr 1804032150 oud

Art. 1383- 30 ELI link Pub nr 1804032150 Wetboek van economisch recht - 28-02-2013 - Art.

XI.335, §§ 1 en 2, eerste lid - 19 ELI link Pub nr 2013A11134 Thesaurus CAS: EUROPESE UNIE - ALGEMEEN Wettelijke bepalingen: Richtlijn 2004/48/EEG van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende de handhaving van intellectuele-eigendomsrechten - 29-04-2004 - Art. 13.1 oud

Art. 1382

- 30 ELI link Pub nr 1804032150 oud

Art. 1383- 30 ELI link Pub nr 1804032150 Wetboek van economisch recht - 28-02-2013 - Art.

XI.335, §§ 1 en 2, eerste lid - 19 ELI link Pub nr 2013A11134 Fiches 4 - 5 Uit de bepalingen van artikel 13.1. Richtlijn 2004/48/EG, de artikelen. 1382 en 1383 Oud BW en de artikelen XI.335, §§1 en 2, eerste lid WER volgt niet dat, indien de rechter de schadevergoeding wegens inbreuk op een intellectueel eigendomsrecht in redelijkheid en billijkheid vaststelt op een forfaitair bedrag, deze schadevergoeding ten minste het bedrag aan royalty's of vergoedingen moet dekken dat verschuldigd zou zijn indien de inbreukmaker toestemming had gevraagd om het bedoelde intellectuele eigendomsrecht te gebruiken, nu dit bedrag slechts een van de elementen is die de rechter in zijn beoordeling kan betrekken

(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: AUTEURSRECHT Wettelijke bepalingen: Richtlijn 2004/48/EEG van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende de handhaving van intellectuele-eigendomsrechten - 29-04-2004 - Art. 13.1 oud

Art. 1382

- 30 ELI link Pub nr 1804032150 oud

Art. 1383- 30 ELI link Pub nr 1804032150 Wetboek van economisch recht - 28-02-2013 - Art.

XI.335, §§ 1 en 2, eerste lid - 19 ELI link Pub nr 2013A11134 Thesaurus CAS: EUROPESE UNIE - ALGEMEEN Wettelijke bepalingen: Richtlijn 2004/48/EEG van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende de handhaving van intellectuele-eigendomsrechten - 29-04-2004 - Art. 13.1 oud

Art. 1382

- 30 ELI link Pub nr 1804032150 oud

Art. 1383- 30 ELI link Pub nr 1804032150 Wetboek van economisch recht - 28-02-2013 - Art.

XI.335, §§ 1 en 2, eerste lid - 19 ELI link Pub nr 2013A11134 Tekst van de beslissing Nr. C.22.0383.N

  1. BESTLEASE bv, met zetel te 8670 Koksijde, Goudbloemstraat 8, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0883.138.379,
  2. WEBLICATIONS bv, met zetel te 8530 Harelbeke, Elfde-Julistraat 169, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0437.213.147, eiseressen, vertegenwoordigd door mr. Beatrix Vanlerberghe, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de eiseressen woonplaats kiezen, tegen WEST-LEASE nv, met zetel te 8540 Deerlijk, Kleine Tapuitstraat 18, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0425.168.816, verweerster, vertegenwoordigd door mr. Willy van Eeckhoutte, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 9051 Gent, Drie Koningenstraat 3, waar de verweerster woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 18 mei
  3. Advocaat-generaal Els Herregodts heeft op 8 november 2023 een schriftelijke conclusie neergelegd. Raadsheer Sven Mosselmans heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Els Herregodts heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseressen voeren in hun verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling (…) Tweede onderdeel
  4. Krachtens de artikelen 1382 en 1383 Oud Burgerlijk Wetboek is degene die door zijn schuld aan een ander schade berokkent, verplicht deze schade te vergoeden.
  5. Krachtens artikel 13.1 van de Richtlijn 2004/48/EG van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende de handhaving van intellectuele eigendomsrechten dragen de lidstaten zorg ervoor dat “de bevoegde rechterlijke instanties op verzoek van de benadeelde partij de inbreukmaker die wist of redelijkerwijs had moeten weten dat hij inbreuk pleegde, gelasten de rechthebbende een passende vergoeding te betalen tot herstel van de schade die deze wegens de inbreuk heeft geleden”. De rechterlijke instanties die de schadevergoeding vaststellen, “houden rekening met alle passende aspecten, zoals de negatieve economische gevolgen, waaronder winstderving, die de benadeelde partij heeft ondervonden, de onrechtmatige winst die de inbreukmaker heeft genoten en, in passende gevallen, andere elementen dan economische factoren, onder meer de morele schade die de rechthebbende door de inbreuk heeft geleden” of “kunnen, als alternatief daarvoor, in passende gevallen de schadevergoeding vaststellen als een forfaitair bedrag, op basis van elementen als ten minste het bedrag aan royalty's of vergoedingen dat verschuldigd was geweest indien de inbreukmaker toestemming had gevraagd om het desbetreffende intellectuele eigendomsrecht te gebruiken”.
  6. Krachtens artikel XI.335, § 1, WER heeft de benadeelde partij recht op de vergoeding van elke schade die hij door de inbreuk op een in artikel XI.334, § 1, eerste lid, bepaald recht lijdt. Krachtens artikel XI.335, § 2, eerste lid, WER kan de rechter, wanneer de omvang van de schade op geen andere wijze kan worden bepaald, de schadevergoeding in redelijkheid en billijkheid vaststellen op een forfaitair bedrag.
  7. Uit deze bepalingen volgt niet dat de houder van een intellectueel eigendomsrecht waarop inbreuk is gemaakt, zonder dat hij de werkelijke schade moet aantonen, betaling kan vorderen van een bedrag ten belope van tweemaal de passende vergoeding die verschuldigd zou zijn indien toestemming was verleend om het bedoelde werk te gebruiken. In zoverre faalt het onderdeel naar recht.
  8. In zoverre het onderdeel ervan uitgaat dat de appelrechters bij de raming van de schadevergoeding wegens inbreuk op de auteursrechten van de eerste eiseres geen rekening houden met de door de eiseressen aangevoerde concrete omstandigheden van de zaak, is het afgeleid uit het in het eerste onderdeel vergeefs aangevoerde motiveringsgebrek en is het bijgevolg niet ontvankelijk.
  9. De appelrechters oordelen dat het niet mogelijk is om de omvang van de schade nauwkeurig te ramen, zodat zij de schadevergoeding vaststellen op een forfaitair bedrag met toepassing van artikel XI.335, § 2, WER. Zij nemen daarbij aan dat de maatwerksoftware, gelet op de aard en de specificiteit ervan, ter beschikking kon worden gesteld tegen een globale licentievergoeding van 500.000 euro en zetten uiteen dat de eiseressen zelf van eenzelfde eenmalige licentievergoeding van 500.000 euro uitgaan. In zoverre het onderdeel ervan uitgaat dat de appelrechters de schadevergoeding ramen louter op grond van de bepalingen van de ontbonden overeenkomst, berust het op een onjuiste lezing van het arrest en mist het bijgevolg feitelijke grondslag. Derde onderdeel
  10. Uit de in ro 4-6 vermelde bepalingen volgt niet dat, indien de rechter de schadevergoeding wegens inbreuk op een intellectueel eigendomsrecht in redelijkheid en billijkheid vaststelt op een forfaitair bedrag, deze schadevergoeding ten minste het bedrag aan royalty’s of vergoedingen dat verschuldigd zou zijn indien de inbreukmaker toestemming had gevraagd om het bedoelde intellectuele eigendomsrecht te gebruiken, moet dekken. Dit bedrag aan royalty’s of vergoedingen is slechts een van de elementen die de rechter in zijn beoordeling kan betrekken. Het onderdeel faalt naar recht. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseressen tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiseressen op 859,02 euro en op de som van 650 euro rolrecht verschuldigd aan de Belgische Staat. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Geert Jocqué, als voorzitter, en de raadsheren Bart Wylleman, Ilse Couwenberg, Sven Mosselmans en Myriam Ghyselen, en in openbare rechtszitting van 30 november 2023 uitgesproken door sectievoorzitter Geert Jocqué, in aanwezigheid van advocaat-generaal Els Herregodts, met bijstand van griffier Elien Van Isterdael. PDF document ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20231130.1N.11 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2023:CONC.20231130.1N.11 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.