← België

TELENET bv contra OPEN TEXT HOLDINGS INC.

Obsah (5)Art. 1591Art. 1699Art. 1700Art. 1701Art. 1156

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 30 november 2023 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2

Art. 1591

- 30 ELI link Pub nr 1804032150 oud

Art. 1699

- 30 ELI link Pub nr 1804032150 oud

Art. 1700

- 30 ELI link Pub nr 1804032150 oud

Art. 1701

- 30 ELI link Pub nr 1804032150 Fiche 2 De rechter beoordeelt in feite of het mogelijk is om de prijs van de betwiste schuldvordering te bepalen door de gemeenschappelijke bedoeling van de contractpartijen na te gaan, doch het komt hem niet toe om zich in de plaats te stellen van de partijen en om zelf naar billijkheid de prijs van die schuldvordering te bepalen

(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: OVEREENKOMST - ALLERLEI Wettelijke bepalingen: oud

Art. 1156

- 30 ELI link Pub nr 1804032150 oud

Art. 1591- 30 ELI link Pub nr 1804032150 Tekst van de beslissing Nr.

C.23.0255.N TELENET bv, met zetel te 2800 Mechelen, Liersesteenweg 4, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0473.416.418, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1170 Brussel, Terhulpensesteenweg 177/7, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen

  1. OPEN TEXT HOLDINGS Inc., vennootschap naar Amerikaans recht, met zetel te 19808 Wilmington, New Castle Delaware (Verenigde Staten van Amerika), 251 Little Falls Drive,
  2. OPEN TEXT– COÖPERATIEF U.A., vennootschap naar Nederlands recht, met bijkantoor OPEN TEKST BELUX BRANCH te 1831 Machelen, Pegasuslaan 5, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0540.661.370, verweersters, vertegenwoordigd door mr. Paul Lefebvre, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1050 Brussel, Louizalaan 251/10, waar de verweersters woonplaats kiezen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel van 19 december
  3. Advocaat-generaal Els Herregodts heeft op 8 november 2023 een schriftelijke conclusie neergelegd. Raadsheer Ilse Couwenberg heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Els Herregodts heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Tweede onderdeel
  4. Krachtens artikel 1156 Oud Burgerlijk Wetboek moet men in de overeenkomsten nagaan welke de gemeenschappelijke bedoeling van de contracterende partijen is geweest, veeleer dan zich aan de letterlijke zin van de woorden te houden. Krachtens artikel 1591 Oud Burgerlijk Wetboek moet de koopprijs bepaald zijn en door partijen worden vastgesteld.
  5. Krachtens artikel 1699 Oud Burgerlijk Wetboek kan hij tegen wie een betwist recht is overgedragen, zich daarvan door de overnemer doen bevrijden, mits hij hem de werkelijke prijs van de overdracht en de wettig gemaakte kosten vergoedt, samen met de interest te rekenen van de dag waarop de overnemer de prijs voor de hem gedane overdracht betaald heeft. Artikel 1700 Oud Burgerlijk Wetboek bepaalt dat een zaak voor betwist wordt gehouden, zodra er proces is en betwisting van het recht zelf. Krachtens artikel 1701 Oud Burgerlijk Wetboek is de bepaling van artikel 1699 niet van toepassing: 1° wanneer de overdracht is gedaan aan een mede-erfgenaam of mede-eigenaar van het overgedragen recht; 2° wanneer zij is gedaan aan een schuldeiser tot betaling van hetgeen hem verschuldigd is; 3° wanneer zij is gedaan aan de bezitter van het erf waarop het betwiste recht betrekking heeft.
  6. De naastende schuldenaar dient, opdat hij een betwist recht kan uitwinnen van de overnemer, krachtens voormeld artikel 1699 Oud Burgerlijk Wetboek, aan de overnemer de werkelijk betaalde prijs van de overdracht, de kosten en de interesten terug te betalen, zodat laatstgenoemde wordt hersteld in de toestand waarin hij zich bevond vooraleer de overdracht plaatsvond.
  7. Indien een betwiste schuldvordering wordt overgedragen in het raam van een overdracht onder bijzondere titel van een feitelijke algemeenheid van goederen tegen één bedongen globale prijs, kan de schuldenaar die schuldvordering slechts naasten, voor zover de werkelijke prijs van die individuele schuldvordering door de partijen is bepaald of kan worden bepaald. De rechter beoordeelt in feite of het mogelijk is om de prijs van de betwiste schuldvordering te bepalen door de gemeenschappelijke bedoeling van de contractpartijen na te gaan. Het komt evenwel niet toe aan de rechter om zich in de plaats te stellen van de partijen en om zelf naar billijkheid de prijs van die schuldvordering te bepalen.
  8. De appelrechters stellen vast dat: - de prijs voor de overdracht van activa van Actuate International sarl aan de tweede verweerster, waartoe ook de betwiste schuldvordering op de eiseres behoort, volgens de overeenkomst tot aankoop van activa van 29 juni 2018 105.745 USD bedroeg, maar niet wordt toegelicht hoe partijen tot dit bedrag zijn gekomen noch welk aandeel elke Belgisch contract of elke claim in die prijs heeft; - hoewel er geen betwisting bestaat dat ook de betwiste schuldvordering van Actuate International sarl op de eiseres wegens beweerde wanprestaties in het kader van het reeds beëindigde licentiecontract met de eiseres werd overgedragen als onderdeel van de in algemene bewoordingen omschreven restcategorie, noch de eiseres noch de huidige procedure werden vermeld of geïndividualiseerd; - de vordering werd ingesteld door zowel Actuate Corporation als Actuate International sarl, en door de verweersters als gedinghervattende partijen, zonder dat enige verdeelsleutel tussen deze ondernemingen werd vermeld of bepaald; - het bevelen van overlegging van stukken krachtens artikel 877 Gerechtelijk Wetboek niet dienend is, aangezien de eiseres niet aannemelijk maakt dat de verweersters stukken onder zich houden waaruit de prijs voor de overdracht van de betwiste schuldvordering van Actuate International sarl op de eiseres aan de tweede verweerster zou blijken, of aan de hand waarvan die prijs kan worden bepaald; - het niet volstaat om de totaalprijs te ventileren door deze te delen door het aantal vorderingen, aangezien er geen enkele aanwijzing is dat de prijs van 105.745 USD door partijen zou zijn bepaald op statistische wijze en/of aan een vaste prijs per schuldvordering en het niet aan het appelgerecht toekomt om een methode van prijsbepaling op te leggen aan partijen zonder hun akkoord; - een dergelijke ventilatie van de totaalprijs evenmin in feite mogelijk lijkt, aangezien de overeenkomst tot aankoop van activa geen betrekking heeft op een welbepaald aantal schuldvorderingen, maar op de verkoop van “het voordeel onderhevig aan de last” van contracten met vijf met naam genoemde klanten, de claims die voortvloeien uit deze contracten, samen met gerelateerde zakeninformatie, schulden en archieven, evenals een in algemene bewoordingen omschreven restcategorie, waarvan de samenstellende delen niet worden geïndividualiseerd.
  9. Door op basis van deze vaststellingen in feite te oordelen dat het noch op grond van de bewoordingen van het overdrachtscontract noch door de gemeenschappelijke bedoeling van de contractpartijen na te gaan mogelijk is om de werkelijke prijs van de individuele betwiste schuldvordering op de eiseres te bepalen, zodat naasting de facto onmogelijk is, en de vordering van de eiseres tot toepassing van de naasting om die reden als ongegrond af te wijzen, verantwoorden de appelrechters hun beslissing naar recht. Het onderdeel kan niet worden aangenomen. Eerste onderdeel
  10. Het tevergeefs bekritiseerde, zelfstandige oordeel van de appelrechters dat de naasting de facto onmogelijk is, aangezien de prijs van de betwiste schuldvordering op de eiseres niet bepaald of bepaalbaar is, draagt de beslissing om de vordering van de eiseres tot toepassing van de naasting ongegrond te verklaren.
  11. Het onderdeel dat opkomt tegen een ten overvloede gegeven reden kan, al was het gegrond, niet tot cassatie leiden en is bijgevolg, bij gebrek aan belang, niet ontvankelijk. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiseres op 378,10 euro en op de som van 650 euro rolrecht verschuldigd aan de Belgische Staat. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Geert Jocqué, als voorzitter, en de raadsheren Bart Wylleman, Ilse Couwenberg, Sven Mosselmans en Myriam Ghyselen, en in openbare rechtszitting van 30 november 2023 uitgesproken door sectievoorzitter Geert Jocqué, in aanwezigheid van advocaat-generaal Els Herregodts, met bijstand van griffier Elien Van Isterdael. PDF document ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20231130.1N.12 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2023:CONC.20231130.1N.12 geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20241025.1N.5 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260106.2N.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.