id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 05 december 2023 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20231205.2N.1 Rolnummer: P.23.1241.N Zaak: I. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Internationaal publiekrecht - Strafrecht - Overige Invoerdatum: 2023-12-11 Raadplegingen: 875 - laatst gezien 2026-06-18 14:10 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiches 1 - 5 Het recht op kosteloze bijstand door een tolk bepaald in artikel 6.3.e EVRM geldt niet enkel bij de behandeling van de zaak voor het vonnisgerecht, maar ook voor onderzoeksverrichtingen tijdens het gerechtelijk onderzoek, doch de door deze verdragsbepaling gegarandeerde bijstand door een tolk moet niet noodzakelijk gebeuren in de moedertaal van de verdachte of de beklaagde of in een taal van zijn keuze maar het is wel vereist dat de verdachte de gebruikte taal voldoende begrijpt of spreekt om zijn recht van verdediging effectief uit te oefenen; uit het enkele feit dat een verdachte bij verhoren door de politie of door de onderzoeksrechter werd bijgestaan door een beëdigd tolk, volgt niet noodzakelijk dat die verdachte de taal waarin wordt vertolkt niet of onvoldoende beheerst voor een effectieve uitoefening van het recht van verdediging bij andere onderzoeksverrichtingen
(1).
(1)Cass. 7 maart 2023, AR P.22.1551.N ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230307.2N.2, AC 2023, nr.
- Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.3 RECHT VAN VERDEDIGING - STRAFZAKEN ONDERZOEK IN STRAFZAKEN - ALGEMEEN ONDERZOEK IN STRAFZAKEN - GERECHTELIJK ONDERZOEK - Onderzoeksverrichtingen TAALGEBRUIK - GERECHTSZAKEN (WET 15 JUNI 1935) - In eerste aanleg - Strafzaken Fiches 6 - 7 Geen enkele bepaling of algemeen rechtsbeginsel verzet zich ertegen dat een deskundige bij het onderzoek van de verdachte gebruik maakt van een taal die niet de procestaal is en die zowel de deskundige als de verdachte voldoende beheersen, en indien de verdachte van oordeel is dat hij en de deskundige niet voldoende de gebruikte taal beheersen, dient hij dit op te werpen voor de rechter, die bevoegd is rekening houdend met de stand van de rechtspleging, opdat die rechter deze aanvoering onaantastbaar beoordeelt, maar niet is vereist dat de raadsman van de verdachte zelf de taalkennis van de deskundige moet kunnen vaststellen en beoordelen; het Hof gaat wel na of de rechter uit zijn vaststellingen geen gevolgen afleidt die op grond daarvan onmogelijk kunnen worden verantwoord. Thesaurus CAS: DESKUNDIGENONDERZOEK TAALGEBRUIK - ALGEMEEN Tekst van de beslissing Nr. P.23.1241.N T. I., inverdenkinggestelde, aangehouden, eiser, met als raadsman mr. Loïc Cerulus, advocaat bij de balie Antwerpen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, kamer van inbeschuldigingstelling, van 14 augustus
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Schoeters heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
- Het middel voert schending aan van artikel 6.3.e EVRM: het arrest bevestigt de tegen de eiser uitgesproken interneringsmaatregel zonder een nieuw deskundigenonderzoek te bevelen; de maatregel is gebaseerd op een deskundigenonderzoek waarbij de eiser niet werd bijgestaan door een beëdigd tolk en de aangestelde deskundige een andere taal heeft gebruikt dan de procestaal; het arrest motiveert die weigering niet afdoende; het oordeelt enkel dat de eiser Engels spreekt en dat dit geen invloed heeft gehad op de testresultaten; de kamer van inbeschuldigingstelling heeft geen kennis genomen van het niveau van het Engels van de deskundige en stelt ook niet vast dat dit niveau voldoende is, terwijl de verdediging dit ter discussie heeft gesteld; het door artikel 6.3.e EVRM gewaarborgd recht op kosteloze bijstand van een tolk is ook van toepassing op een deskundigenonderzoek; de eiser werd bij de uitvoering van andere onderzoeksdaden steeds bijgestaan door een beëdigd tolk; het is aan de rechter om te oordelen of een inverdenkinggestelde de bij een deskundigenonderzoek gebruikte taal voldoende begrijpt of spreekt voor een effectieve uitoefening van zijn recht van verdediging; indien een deskundigenonderzoek wordt gevoerd in een taal die niet de procestaal is, moet de verdediging toezicht kunnen uitoefenen op de accuraatheid of de kwaliteit van de vertaalde gedeeltes; de verdediging heeft geen kennis kunnen nemen van het niveau van het Engels van de deskundige, zodat de rechter niet onaantastbaar kan oordelen dat de eiser in staat was om alles te begrijpen.
- Artikel 6.3.e EVRM bepaalt dat eenieder die wegens een strafbaar feit wordt vervolgd het recht heeft zich kosteloos te laten bijstaan door een tolk, indien hij de taal welke ter rechtszitting wordt gebruikt niet verstaat of niet spreekt.
- Dit recht geldt niet enkel bij de behandeling van de zaak voor het vonnisgerecht, maar ook voor onderzoeksverrichtingen tijdens het gerechtelijk onderzoek.
- De door deze verdragsbepaling gegarandeerde bijstand door een tolk moet niet noodzakelijk gebeuren in de moedertaal van de verdachte of de beklaagde (hierna de verdachte) of in een taal van zijn keuze. Wel is vereist dat de verdachte de gebruikte taal voldoende begrijpt of spreekt om zijn recht van verdediging effectief uit te oefenen.
- Uit het enkele feit dat een verdachte bij verhoren door de politie of door de onderzoeksrechter werd bijgestaan door een beëdigd tolk, volgt niet noodzakelijk dat die verdachte de taal waarin wordt vertolkt niet of onvoldoende beheerst voor een effectieve uitoefening van het recht van verdediging bij andere onderzoeksverrichtingen.
- Geen enkele bepaling of algemeen rechtsbeginsel verzet zich ertegen dat een deskundige bij het onderzoek van de verdachte gebruik maakt van een taal die niet de procestaal is en die zowel de deskundige als de verdachte voldoende beheersen.
- Indien de verdachte van oordeel is dat hij en de deskundige niet voldoende de gebruikte taal beheersen, dient hij dit op te werpen voor de rechter, die bevoegd is rekening houdend met de stand van de rechtspleging, opdat die rechter deze aanvoering onaantastbaar beoordeelt.
- Niet is vereist dat de raadsman van de verdachte zelf de taalkennis van de deskundige moet kunnen vaststellen en beoordelen.
- Het Hof gaat wel na of de rechter uit zijn vaststellingen geen gevolgen afleidt die op grond daarvan onmogelijk kunnen worden verantwoord.
- In zoverre het middel uitgaat van andere rechtsopvattingen, faalt het naar recht.
- Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt niet dat de eiser voor de eerste rechter of voor de appelrechters heeft aangevoerd dat de taalkennis van de deskundige niet voldoende was. In zoverre het middel aanvoert dat de eiser de taalkennis van de deskundige ter discussie heeft gesteld, mist het feitelijke grondslag.
- De eiser heeft in een reactie op het voorverslag van de deskundige opgeworpen dat het onderzoek niet gebeurde met bijstand van een beëdigd tolk Engels en vragen gesteld over de impact daarvan op de betrouwbaarheid van het onderzoek en de bevindingen van de deskundige.
- Ter verantwoording van de afwijzing van eisers verzoek om een nieuw deskundigenonderzoek, ditmaal met bijstand van een beëdigd tolk, verwijst het arrest (p. 9) naar een vermelding in het deskundigenverslag in dat verband (p. 8) en naar het antwoord van de deskundige op de opmerkingen van de toenmalige raadsman van de eiser: - met betrekking tot het specifieke testonderzoek moet worden vermeld dat de moedertaal van de eiser Igbo (Nigeria) is en niet Nederlands; - de eiser spreekt daarnaast ook Engels, waardoor werd gekozen het onderzoek niet in het Nederlands maar in het Engels te laten verlopen, zonder er een tolk bij te betrekken; - de gebruikelijke vragenlijsten en psychodiagnostische testen konden niet worden afgenomen in de moedertaal van de eiser; - er werd daarom gekozen voor een taalvrije test, alsook een semigestructureerd interview voor een klinische inschatting van bepaalde persoonlijkheidsaspecten; - de eiser sprak voldoende Engels om het onderzoek zorgvuldig te kunnen doen; - bovendien is het deskundigenverslag ook gebaseerd op verschillende schriftelijke bronnen; - indien de eiser niet altijd alles even goed verstond of verstaanbaar was, had dit vooral te maken met zijn psychotisch toestandsbeeld; - een taalvrije test, in combinatie met een semigestructureerd interview, wordt precies gebruikt om te vermijden dat er te veel “bias” in de resultaten zou zijn.
- Op grond van die aldus overgenomen redenen kan het arrest het taalverweer van de eiser verwerpen en het verzoek om een nieuw deskundigenonderzoek afwijzen en is die beslissing regelmatig met redenen omkleed. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 84,21 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Sidney Berneman, Eric Van Dooren, Steven Van Overbeke en Bruno Lietaert, en in openbare rechtszitting van 5 december 2023 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20231205.2N.1 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230307.2N.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div