id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 05 december 2023 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20231205.2N.8 Rolnummer: P.23.1131.N Zaak: C. contra H. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2023-12-11 Raadplegingen: 846 - laatst gezien 2026-06-19 04:29 Versie(s): Vertaling samenvatting(
- en)FR nog niet beschikbaar Fiches 1 - 2 Het staat aan de rechter te oordelen of in het licht van de concrete omstandigheden het plots remmen door een bestuurder als gevolg van het opduiken van een dier is vereist om veiligheidsredenen; de rechter kan daarbij onder meer rekening houden met het soort dier en de grootte ervan en het daaruit voortvloeiend risico op schade voor weggebruikers, voertuigen en andere materiële voorwerpen; het Hof gaat wel na of de rechter uit zijn vaststellingen geen gevolgen afleidt die op grond daarvan onmogelijk kunnen worden verantwoord. Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSREGLEMENT VAN 01-12-1975 - REGLEMENTSBEPALINGEN - Artikel 10 DIEREN Tekst van de beslissing Nr. P.23.1131.N C. B. C., beklaagde en burgerlijke partij, eiser, met als raadsman mr. Victor Petitat, advocaat bij de balie West-Vlaanderen, tegen 1. R. M. H., burgerlijke partij en beklaagde, 2. L. C., burgerlijke partij, verweerders, met als raadsman mr. Elke Carette, advocaat bij de balie West-Vlaanderen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank West-Vlaanderen, afdeling Brugge, van 30 juni 2023. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Raadsheer Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Schoeters heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van het cassatieberoep 1. Het bestreden vonnis veroordeelt de eiser om: - aan de verweerder 1 een provisionele schadevergoeding te betalen, waarbij het een deskundige aanstelt en de verdere behandeling van de burgerlijke belangen onbepaald uitstelt, met aanhouding van de beslissing over de interesten en de kosten; - aan de verweerster 2 een provisionele schadevergoeding te betalen, waarbij het de afhandeling van de burgerlijke belangen onbepaald uitstelt, met aanhouding van de beslissing over de interesten en de kosten; - aan de verweerders 1 en 2 samen een provisionele schadevergoeding te betalen, waarbij het de beslissing over de interesten en de kosten aanhoudt. 2. Dit zijn, met uitzondering van de beslissing over het beginsel van aansprakelijkheid, geen eindbeslissingen in de zin van artikel 420, eerste lid, Wetboek van Strafvordering en evenmin beslissingen als bedoeld door het tweede lid van die bepaling. In zoverre ook gericht tegen die beslissingen, is het cassatieberoep wegens voorbarigheid niet ontvankelijk. Eerste middel Eerste onderdeel 3. Het onderdeel voert schending aan van artikel 149 Grondwet: het bestreden vonnis oordeelt enerzijds dat het plots remmen voor een overstekende kat niet kan worden beschouwd als een remmanoeuvre dat om veiligheidsredenen is vereist; het oordeelt anderzijds dat veiligheidsredenen redenen zijn die de veiligheid van zichzelf of van andere mensen om een of andere reden in het gedrang brengen omdat het gevaar of het risico op ongeval dreigt; die redenen zijn tegenstrijdig. 4. Een tegenstrijdigheid als een juridisch sanctioneerbaar motiveringsgebrek in de zin van artikel 149 Grondwet vereist beschikkingen of redenen van eenzelfde rechterlijke beslissing die elkaar opheffen of teniet doen. 5. Dat is niet het geval met de in het onderdeel vermelde redenen. Het onderdeel mist feitelijke grondslag. Tweede onderdeel 6. Het onderdeel voert schending aan van artikel 10.2 Wegverkeersreglement: met het oordeel dat een overstekende kat geen voldoende veiligheidsreden is om plots te remmen, terwijl door dit niet te doen de integriteit van het dier in het gedrang komt en een ernstig risico ontstaat op mogelijke schade aan het voertuig, miskent het bestreden vonnis deze bepaling; het is bovendien normaal dat het plots opdagen van een dier en ook van een klein dier op de rijbaan bij de bestuurder een instinctieve reflexreactie teweegbrengt, die erin kan bestaan plots te remmen. 7. Artikel 10.2 Wegverkeersreglement bepaalt dat geen enkele bestuurder de normale gang van andere bestuurders mag hinderen door plots te remmen wanneer dit niet om veiligheidsredenen is vereist. 8. Het staat aan de rechter te oordelen of in het licht van de concrete omstandigheden het plots remmen door een bestuurder als gevolg van het opduiken van een dier is vereist om veiligheidsredenen. De rechter kan daarbij onder meer rekening houden met het soort dier en de grootte ervan en het daaruit voortvloeiend risico op schade voor weggebruikers, voertuigen en andere materiële voorwerpen. 9. Het Hof gaat wel na of de rechter uit zijn vaststellingen geen gevolgen afleidt die op grond daarvan onmogelijk kunnen worden verantwoord. 10. In zoverre het onderdeel uitgaat van andere rechtsopvattingen, faalt het naar recht. 11. Het bestreden vonnis (p. 10) oordeelt dat: - het plots remmen voor een kat die volgens de verklaring van de eiser de rijbaan dwarste, niet kan worden beschouwd als een remmanoeuvre dat om veiligheidsredenen is vereist; - veiligheidsredenen inhouden dat de veiligheid van zichzelf of van andere mensen om een of andere reden in het gedrang komt, omdat gevaar of een risico op een ongeval dreigt, wat niet het geval is wanneer een kat de rijbaan dwarst; - de rechtspraak die de eiser aanhaalt betrekking heeft op honden of op een vos, en dat zijn dieren die doorgaans groter of aanzienlijk groter of steviger dan een kat zijn. 12. Op grond van die redenen kan het bestreden vonnis wettig oordelen dat de overtreding van artikel 10.2 Wegverkeersreglement bewezen is. In zoverre kan het onderdeel niet worden aangenomen. Tweede middel 13. Het middel voert schending aan van de artikelen 8.15, 8.16 en 8.17 Burgerlijk Wetboek: met het oordeel dat de afstand van “zo’n 5 auto’s” niet alleen slaat op de lengtes van vijf auto’s maar dat daarbij ook op de gebruikelijke tussenruimte moet worden geteld, miskent het bestreden vonnis de bewijskracht van de verklaring van de verweerder 1 die het had over “zo’n 5 auto’s afstand”. 14. De rechter miskent de bewijskracht van een akte indien hij van die akte, waarnaar hij uitdrukkelijk verwijst, een uitlegging geeft die onverenigbaar is met de bewoordingen ervan, met andere woorden indien hij de akte doet liegen. Dat is niet het geval indien de door de rechter gegeven uitlegging van een akte een mogelijke uitlegging is, naast andere. 15. De verweerder 1 heeft verklaard “Ik schat dat ik zo’n 5 auto’s afstand achter de Hyundai rij”. 16. Het bestreden vonnis oordeelt dat dit onderdeel van de verklaring van de eiser ook in die zin kan worden geïnterpreteerd dat niet alleen de lengtes van vijf auto’s, maar ook de gebruikelijke tussenruimte daarbij moet worden geteld. Aldus geeft het bestreden vonnis van de akte een uitlegging die niet onverenigbaar is met de bewoordingen ervan. Het middel mist feitelijke grondslag. Ambtshalve onderzoek 17. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 94,11 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Sidney Berneman, Eric Van Dooren, Steven Van Overbeke en Bruno Lietaert, en in openbare rechtszitting van 5 december 2023 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20231205.2N.8 Gerelateerde publicatie(
- s)geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20250114.2N.17 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.