id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 07 december 2023 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20231207.1N.1 Rolnummer: F.21.0210.N Zaak: BELGISCHE STAAT contra ASBJORNSEN BELGIUM nv Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Belastingrecht Invoerdatum: 2024-01-09 Raadplegingen: 717 - laatst gezien 2026-06-15 06:09 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2023:CONC.20231207.1N.1 Fiche Het begrip “ruwe tabak” omvat alle tabakswaren die geen tabaksfabrikaten zijn, zodat een halffabrikaat onder de accijnsregeling voor ruwe tabak in de zin van de voormelde bepaling valt
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: DOUANE EN ACCIJNZEN Wettelijke bepalingen: Wet 3 april 1997 betreffende het fiscaal stelsel van gefabriceerde tabak - 03-04-1997 - Art. 3, § 8 - 40 ELI link Pub nr 1997003241 Tekst van de beslissing Nr. F.21.0210.N BELGISCHE STAAT, Federale Overheidsdienst Financiën, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kabinet te 1000 Brussel, Wetstraat 14, voor wie optreedt de Gewestelijke Directeur der Douane en Accijnzen te Gent met kantoor te 9000 Gent, RAC Ter Plaeten, Sint-Lievenslaan 27, eiser, vertegenwoordigd door mr. Geoffroy de Foestraets, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Dalstraat 67, waar de eiser woonplaats kiest, tegen ASBJORNSEN BELGIUM nv, met zetel te 8940 Wervik, Robert Klingstraat 33A, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0872.267.550, verweerster, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de verweerster woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel van 11 mei 2021. Advocaat-generaal Stijn Ravyse heeft op 8 november 2023 een schriftelijke conclusie neergelegd. Raadsheer Ilse Couwenberg heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Stijn Ravyse heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Tweede onderdeel 1. Krachtens artikel 2, § 1, van de wet van 3 april 1997 betreffende het fiscaal stelsel van gefabriceerde tabak worden als tabaksfabrikaten aangemerkt:
- a)sigaren,
- b)sigaretten en
- c)rooktabak, zowel tabak van fijne snede voor het rollen van sigaretten als andere soorten rooktabak. Artikel 3, § 8, van deze wet bepaalt: “Indien ruwe tabak, hier te lande geoogst, uit derde landen ingevoerd of uit een andere lidstaat binnengebracht, v??r de verwerking tot fabrikaten, ingevolge ongeacht welke oorzaak aan de ambtelijke controle werd onttrokken, is de accijns solidair verschuldigd door de eigenaar en de bezitter of de vervoerder. De accijns wordt geheven tegen het in § 1 vastgestelde tarief voor rooktabak, op grond van de kleinhandelsprijs die (…) forfaitair werd bepaald overeenkomstig artikel 16.” 2. Uit deze bepalingen volgt dat het begrip “ruwe tabak”, in de zin van artikel 3, § 8, van de voormelde wet, alle tabakswaren omvat die geen tabaksfabrikaten zijn, zodat een halffabrikaat onder de accijnsregeling voor ruwe tabak in de zin van de voormelde bepaling valt. Met het oordeel dat het bewezen is dat de partij goederen de werkplaatsen van de verweerster verliet als “halffabrikaat” en het bijgevolg geen ruwe tabak betreft die voor enig verwerkingsproces is onttrokken aan de ambtelijke controle, verantwoordt de appelrechter zijn beslissing niet naar recht. Het onderdeel is gegrond. Overige grieven 3. De overige grieven kunnen niet tot ruimere cassatie leiden. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest, behoudens in zoverre dit het hoger beroep ontvankelijk verklaart. Beveelt dat van dit arrest melding wordt gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Gent. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Geert Jocqué, als voorzitter, en de raadsheren Bart Wylleman, Ilse Couwenberg, Eric Van Dooren en Sven Mosselmans, en in openbare rechtszitting van 7 december 2023 uitgesproken door sectievoorzitter Geert Jocqué, in aanwezigheid van advocaat-generaal Stijn Ravyse, met bijstand van griffier Elien Van Isterdael. PDF document ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20231207.1N.1 Gerelateerde publicatie(
- s)Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2023:CONC.20231207.1N.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div