← België

D. contra BELGISCHE STAAT

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 07 december 2023 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20231207.1N.3 Rolnummer: F.22.0174.N Zaak: D. contra BELGISCHE STAAT Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Belastingrecht Invoerdatum: 2024-01-09 Raadplegingen: 1655 - laatst gezien 2026-06-18 21:25 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2023:CONC.20231207.1N.3 Fiche 1 Uit de wetsgeschiedenis van artikel 90, 9°, eerste streepje, WIB92 blijkt dat onder het begrip ‘normale verrichtingen van het beheer van een privévermogen' moet worden verstaan daden van ‘eenvoudig' beheer, dit zijn daden die een redelijk en zorgvuldig persoon verricht voor het dagelijks beheer van zijn privévermogen; ook daden die tot doel hebben de bestanddelen van een privévermogen winstgevend te maken, kunnen als een dergelijk eenvoudig beheer in aanmerking komen

(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: INKOMSTENBELASTINGEN - PERSONENBELASTING - Diverse inkomsten Wettelijke bepalingen: Wetboek Inkomstenbelastingen 1992 - 12-06-1992 - Art. 90, 9°, eerste streepje - 32 Link Justel databank 19920612-32 Fiche 2 Bij de beoordeling of daden behoren tot eenvoudig beheer kunnen onder meer de risico's op verlies bij de verrichtingen en de aangewende professionele middelen in acht worden genomen. Thesaurus CAS: INKOMSTENBELASTINGEN - PERSONENBELASTING - Diverse inkomsten Fiche 3 Uit het enkele gegeven dat een verrichting niet met risico's op verlies gepaard gaat, volgt niet noodzakelijk dat het gaat om een verrichting van eenvoudig beheer van een privévermogen
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: INKOMSTENBELASTINGEN - PERSONENBELASTING - Diverse inkomsten Wettelijke bepalingen: Wetboek Inkomstenbelastingen 1992 - 12-06-1992 - Art. 90, 9°, eerste streepje - 32 Link Justel databank 19920612-32 Tekst van de beslissing Nr. F.22.0174.N
  1. P.D.,
  2. C.D., eisers, vertegenwoordigd door mr. Daniel Garabedian, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Goedheidsstraat 5, waar de eisers woonplaats kiezen, tegen BELGISCHE STAAT, Federale Overheidsdienst Financiën, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kabinet te 1000 Brussel, Wetstraat 12-14, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0308.357.159, verweerder, vertegenwoordigd door mr. Geoffroy de Foestraets en mr. Stefan De Vleeschouwer, advocaten bij het Hof van Cassatie, beiden met kantoor te 1000 Brussel, Dalstraat 67, waar de verweerder woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 22 maart
  3. Advocaat-generaal Stijn Ravyse heeft op 8 november 2023 een schriftelijke conclusie neergelegd. Raadsheer Bart Wylleman heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Stijn Ravyse heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eisers voeren in hun verzoekschrift, dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling
  4. Krachtens artikel 90, 9°, eerste streepje, WIB92 zijn diverse inkomsten, meerwaarden op aandelen die zijn verwezenlijkt naar aanleiding van de overdracht onder bezwarende titel van die aandelen buiten het uitoefenen van een beroepswerkzaamheid, daaronder niet begrepen normale verrichtingen van beheer van een privévermogen.
  5. Uit de wetsgeschiedenis van deze bepaling blijkt dat onder het begrip ‘normale verrichtingen van het beheer van een privévermogen’ moet worden verstaan daden van ‘eenvoudig’ beheer, dit zijn daden die een redelijk en zorgvuldig persoon verricht voor het dagelijks beheer van zijn privévermogen. Ook daden die tot doel hebben de bestanddelen van een privévermogen winstgevend te maken, kunnen als een dergelijk eenvoudig beheer in aanmerking komen. Bij de beoordeling of daden behoren tot eenvoudig beheer kunnen onder meer de risico’s op verlies bij de verrichtingen en de aangewende professionele middelen in acht worden genomen. Uit het enkele gegeven dat een verrichting niet met risico’s op verlies gepaard gaat, volgt niet noodzakelijk dat het gaat om een verrichting van eenvoudig beheer van een privévermogen.
  6. De rechter oordeelt onaantastbaar in feite of een verrichting het eenvoudig beheer van een privévermogen te buiten gaat. Het Hof gaat niettemin na of de rechter op grond van zijn vaststellingen tot zijn oordeel kon komen dat een verrichting al dan niet het eenvoudig beheer van het privévermogen te buiten gaat.
  7. De appelrechter stelt vast en oordeelt dat: - waar de eerste eiser ingevolge het bod van Lotus Bakeries nv verplicht was om hetzij te volgen, hetzij zijn voorkooprecht uit te oefenen, uit het dossier blijkt dat hij uiteindelijk zijn voorkooprecht op de aandelen die zijn broer in de groep aanhield, heeft uitgeoefend, met de zekerheid dat hij deze aandelen onmiddellijk aan een derde zou doorverkopen tegen een hogere prijs dan de prijs die hij aan zijn broer diende te betalen; - de eerste eiser hiertoe onderhandelingen met de derde heeft gevoerd en de verrichting zodanig heeft gestructureerd dat hijzelf geen eigen middelen diende vrij te maken voor de betaling van de aankoopprijs van 50 pct. van het aandelenpakket; - de aankoop van dit aandelenpakket werd gefinancierd middels gelden die de eerste eiser van de overnemende derde ter beschikking kreeg gesteld; - dit juridisch-technisch kortlopend krediet onmiddellijk daaropvolgend werd afgelost, door compensatie met de aankoopprijs die de derde voor alle aandelen van de groep betaalde; - de eerste eiser gelet op dit kortlopend krediet geen enkel financieel risico liep, aangezien de verrichtingen quasi simultaan plaatsvonden, wat een reden is om de verrichting in de gegeven omstandigheden niet als een normale verrichting van beheer van privévermogen te kwalificeren; - de eerste eiser, hoewel hij juridisch eigenaar is geweest van 50 pct. van het aandelenpakket, ook nooit enig economisch risico met betrekking tot deze aandelen heeft gedragen, aangezien reeds op 22 april 2015 de overeenkomst met Amigo&Co bv werd gesloten, onder de opschortende voorwaarde dat uiterlijk op 27 april 2015 alle aandelen van de groep D. in handen van de eerste eiser zouden zijn, Amigo&Co bv zich reeds op 22 april 2015 ten opzichte van de eerste eiser juridisch verbonden had om alle aandelen over te nemen tegen een prijs die hoger was dan degene die de eerste eiser verhoudingsgewijs aan zijn broer zou betalen en de eerste eiser zich op dat ogenblik reeds verzekerd had van het realiseren van een substantiële meerwaarde op het 50 pct. aandelenpakket van zijn broer, vóór hij zelfs nog maar zijn voorkooprecht had uitgeoefend en dit aandelenpakket in portefeuille had en zonder dat hij terzake enig financieel of economisch risico dat normaliter met aandelentransacties gepaard gaat, moest lopen; - gelet op voormelde omstandigheden de verrichting naar aanleiding waarvan de kwestieuze meerwaarde op aandelen werd gerealiseerd, niet als een normale verrichting van beheer van privévermogen kwalificeert; - deze omstandigheden de eerste eiser niet werden opgedrongen, doch het gevolg zijn van afspraken die hijzelf met de derde overnemer heeft onderhandeld, en niet het gevolg zijn van de verplichte keuze die de eerste eiser op basis van deze statutaire clausules moest maken;
  8. Op grond van deze redenen kon de appelrechter wettig oordelen dat de verrichting naar aanleiding waarvan de eerste eiser een meerwaarde op het aandelenpakket van zijn broer heeft gerealiseerd, niet als een normale verrichting van beheer van een privévermogen kwalificeert en dat deze meerwaarde op grond van artikel 90, 9°, eerste streepje, WIB92 belastbaar is. Het middel kan niet worden aangenomen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eisers tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eisers op 492,84 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Geert Jocqué, als voorzitter, en de raadsheren Bart Wylleman, Ilse Couwenberg, Eric Van Dooren en Sven Mosselmans, en in openbare rechtszitting van 7 december 2023 uitgesproken door sectievoorzitter Geert Jocqué, in aanwezigheid van advocaat-generaal Stijn Ravyse, met bijstand van griffier Elien Van Isterdael. PDF document ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20231207.1N.3 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2023:CONC.20231207.1N.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.