← België

BELGISCHE STAAT, min. Fin. contra WANDERSCHEID

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 07 december 2023 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20231207.1N.6 Rolnummer: F.23.0009.N Zaak: BELGISCHE STAAT, min. Fin. contra WANDERSCHEID Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Belastingrecht - Strafrecht Invoerdatum: 2024-01-09 Raadplegingen: 1041 - laatst gezien 2026-06-18 13:21 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2023:CONC.20231207.1N.6 Fiches 1 - 2 Uit artikel 354, tweede lid, WIB92 volgt dat de aanslagtermijn van drie jaar met vier jaar wordt verlengd indien er sprake is van een fiscaal misdrijf waarvan het materieel bestanddeel bestaat in een overtreding van het WIB92 of zijn uitvoeringsbesluiten en het moreel bestanddeel in het bedrieglijk opzet of het oogmerk om te schaden; onder bedrieglijk opzet dient te worden verstaan de bedoeling om zichzelf of een ander een onrechtmatig voordeel te verschaffen; onder oogmerk om te schaden dient te worden verstaan de wil om nadeel te berokkenen, zelfs zonder dat de belastingplichtige enig voordeel uit zijn handelen heeft gehaald; het bedrieglijk opzet of oogmerk om te schaden dient niet van fiscale aard te zijn en is derhalve niet beperkt tot handelen met het oog op belastingontduiking

(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: INKOMSTENBELASTINGEN - ALLERLEI Wettelijke bepalingen: Wetboek Inkomstenbelastingen 1992 - 12-06-1992 - Art. 354, tweede lid - 32 Link Justel databank 19920612-32 Thesaurus CAS: MISDRIJF - ALGEMEEN. BEGRIP. MATERIEEL EN MOREEL BESTANDDEEL. EENHEID VAN OPZET Wettelijke bepalingen: Wetboek Inkomstenbelastingen 1992 - 12-06-1992 - Art. 354, tweede lid - 32 Link Justel databank 19920612-32 Tekst van de beslissing Nr. F.23.0009.N BELGISCHE STAAT, Federale Overheidsdienst Financiën, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kabinet te 1000 Brussel, Wetstraat 12, voor wie optreedt de Gewestelijke Directie AABBI Antwerpen, met kantoor te 2000 Antwerpen, Ellermanstraat 21, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0308.357.159, eiser, vertegenwoordigd door mr. Willy van Eeckhoutte, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 9051 Gent, Drie Koningenstraat 3, waar de eiser woonplaats kiest, tegen M.W., advocaat, […] in zijn hoedanigheid van curator van het faillissement van CARABUS SHIPPING sarl, vennootschap naar buitenlands recht, met zetel te L-9991 Weiswampach (Groothertogdom Luxemburg), Gruus-Strooss 53, verweerder, met als raadsman mr. Wim Defoor, advocaat bij de balie te Brussel, met kantoor te 1000 Brussel, Verenigingenstraat 57-59, waar de verweerder woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 29 maart
  1. Advocaat-generaal Stijn Ravyse heeft op 8 november 2023 een schriftelijke conclusie neergelegd. Raadsheer Bart Wylleman heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Stijn Ravyse heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiser voert in zijn verzoekschrift, dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste onderdeel
  2. Krachtens artikel 354, tweede lid, WIB92, zoals hier van toepassing, wordt de termijn van drie jaar waarbinnen de belasting kan worden gevestigd, met vier jaar verlengd in geval van een inbreuk op de bepalingen van dit wetboek of van de ter uitvoering ervan genomen besluiten, gedaan met bedrieglijk opzet of met het oogmerk te schaden. Uit deze bepaling volgt dat de aanslagtermijn van drie jaar met vier jaar wordt verlengd indien er sprake is van een fiscaal misdrijf waarvan het materieel bestanddeel bestaat in een overtreding van het WIB92 of zijn uitvoeringsbesluiten en het moreel bestanddeel in het bedrieglijk opzet of het oogmerk om te schaden. Onder bedrieglijk opzet dient te worden verstaan de bedoeling om zichzelf of een ander een onrechtmatig voordeel te verschaffen. Onder oogmerk om te schaden dient te worden verstaan de wil om nadeel te berokkenen, zelfs zonder dat de belastingplichtige enig voordeel uit zijn handelen heeft gehaald. Het bedrieglijk opzet of oogmerk om te schaden dient niet van fiscale aard te zijn en is derhalve niet beperkt tot handelen met het oog op belastingontduiking.
  3. De appelrechters stellen vast en oordelen dat: - het opzet betrekking moet hebben op de overtreding van de fiscale wetgeving en niet uit gemeenrechtelijke inbreuken kan worden afgeleid; - het de administratie toekomt het bewijs van opzet te leveren en dit uiterlijk op de dag van taxatie; - het enkele feit dat de voornaamste inrichting en zetel van bestuur van Carabus Shipping sarl zich tijdens de betrokken aanslagjaren in België bevond en niet in Luxemburg, op zich geen inbreuken op het WIB92 en het KB/WIB92 met bedrieglijk opzet of oogmerk te schaden, bewijst, en zulks geenszins uit de bijgebrachte mails en andere stukken kan worden afgeleid; - ook het feit dat in België geen aangiften in de vennootschapsbelasting van de door Carabus Shipping sarl gerealiseerde inkomsten werden gedaan, zulks niet bewijst, en het enkele feit dat geen aangifte werd gedaan van belastbare inkomsten, zelfs als deze aanzienlijk zijn, onvoldoende is als bewijs van enig bedrieglijk opzet; - de administratie stelt dat het de bedoeling was van Carabus Shipping sarl om te ontsnappen aan de toepassing van de Belgische vennootschapsbelasting en aan haar wettelijke verplichtingen als schuldenaar van de lonen van het varend personeel, maar zulks niet in concreto aantoont; - de administratie niet aantoont dat tijdens de betrokken aanslagjaren bewust van een adres in Luxemburg gebruik werd gemaakt en dit om zich te onttrekken aan de aangifteplicht in België; - de eiser enerzijds verwijst naar de verklaringen van de zaakvoerders van Carabus Shipping sarl, afgelegd ten aanzien van de administratie tijdens de controle ter plaatse bij Robani bv op 1 december 2010 en afgelegd tijdens de controle door de FOD Sociale Zekerheid, waarin zij verklaarden dat Carabus Shipping sarl in 2000 werd opgericht met als doel het varend personeel volgens de Luxemburgse wetgeving tewerk te stellen en terzake tevens verwezen naar de economische noodzaak omdat de sociale zekerheid in Luxemburg gunstiger is en de sociale bijdragen goedkoper, en anderzijds naar een krantenartikel van 2015 waarin wordt gesteld dat uit een vergelijkend onderzoek van het Instituut voor het Transport langs de Binnenwateren zou blijken dat Belgische werkgevers in de binnenvaart hogere loonkosten betalen dan in de buurlanden en naar de vaststelling van de FOD Sociale Zekerheid omtrent de economische noodzaak om via de toepassing van de goedkopere Luxemburgse sociale zekerheid en fiscaliteit de loonkost voor de bemanning te drukken, maar hieruit niet het vereiste opzet in hoofde van Carabus Shipping sarl in de zin van artikel 354, tweede lid, WIB92 blijkt; - het feit dat een voordeel wordt gehaald door het personeel in te schrijven in een Luxemburgse vennootschap om de loonkost van de bemanning te drukken, op zich niet bewijst dat zulks met bedrieglijk opzet gebeurde om Belgische belasting te ontduiken, vermits een inbreuk op de Belgische sociale zekerheid geenszins ipso facto een inbreuk op het WIB92 en het KB/WIB92 bewijst, laat staan dat hieruit enig bedrieglijk opzet of oogmerk om te schaden zou blijken; - uit de vaststellingen dat Carabus Shipping sarl tijdens de betrokken aanslagjaren in werkelijkheid vanuit België werd geleid en dat Carabus Shipping sarl in 2000 werd opgericht in Luxemburg om de loonkost van het varend personeel te drukken, geenszins kan worden afgeleid dat er sprake is van inbreuken op de fiscale wetgeving met bedrieglijk opzet of oogmerk om te schaden.
  4. Door aldus te oordelen dat voor de toepassing van artikel 354, tweede lid, WIB92 vereist is dat het bedrieglijk opzet moet gericht zijn op belastingontduiking, verantwoorden de appelrechters hun beslissing niet naar recht. Het onderdeel is gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Brussel. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Geert Jocqué, als voorzitter, en de raadsheren Bart Wylleman, Ilse Couwenberg, Eric Van Dooren en Sven Mosselmans, en in openbare rechtszitting van 7 december 2023 uitgesproken door sectievoorzitter Geert Jocqué, in aanwezigheid van advocaat-generaal Stijn Ravyse, met bijstand van griffier Elien Van Isterdael. PDF document ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20231207.1N.6 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2023:CONC.20231207.1N.6 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.