id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 12 december 2023 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20231212.2N.12 Rolnummer: P.22.0657.N Zaak: DE WOONINSPECTEUR contra B. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Bestuursrecht - Strafrecht Invoerdatum: 2023-12-15 Raadplegingen: 725 - laatst gezien 2026-06-15 06:05 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiches 1 - 3 Uit de bepalingen van de artikelen 3.33, 3.34, 3.35, 3.36, 3.43, 3.44, eerste lid, 3.47, eerste lid en 3.48, eerste lid , Vlaamse Codex Wonen 2021 en hun wetsgeschiedenis volgt dat indien de rechter een herstelmaatregel beveelt in de zin van artikel 3.43 Vlaamse Codex Wonen van 2021, hij verplicht is om zowel de Wooninspecteur als het college van burgemeester en schepenen te machtigen tot ambtshalve uitvoering voor het geval dat de herstelmaatregel door de overtreder niet binnen de door de rechtbank bepaalde termijn wordt uitgevoerd en indien de rechter veroordeelt wegens één van de misdrijven bepaald in de artikelen 3.34, 3.35 en 3.36 Vlaamse Codex Wonen van 2021, hij verplicht is zowel de Wooninspecteur als het college van burgemeester en schepenen te machtigen om de herhuisvestingskosten vermeld in artikel 3.33 Vlaamse Codex Wonen van 2021, te verhalen op de overtreder; de grondslag voor deze door de rechter ambtshalve te verlenen machtigingen aan de herstelvorderende overheden is niet de vordering van deze overheden, maar wel de publiekrechtelijke verhouding die wegens het misdrijf ontstaat tussen enerzijds de overtreder en anderzijds de herstelvorderende overheden die tot taak hebben het herstel te benaarstigen en de omstandigheid dat het appelgerecht van oordeel is dat het aspect van deze ambtshalve machtigingen niet het voorwerp uitmaakt van een ontvankelijk hoger beroep, ontvankelijke appelgrieven of een ontvankelijk incidenteel beroep, ontslaat dit gerecht niet van de verplichting die ambtshalve machtigingen te bevelen als aan de voorwaarden daartoe is voldaan
(1). 1) Zie m.b.t. oud artikel 20bis Vlaamse Wooncode Cass. 8 september 2020, AR P.20.0221.N ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200908.2N.24, AC 2020, nr.
- De rechtsleer is in dezelfde zin gevestigd en dit zowel onder de oude als onder de nieuwe regelgeving – zie T. VANDROMME, Woningkwaliteitsbewaking in het Vlaamse Gewest, Mechelen, Kluwer, 2016, 238; T. VANDROMME, “Verhuur van krotwoningen” in Artikelsgewijze commentaar strafrecht en strafvordering, Mechelen, Kluwer, 2021, 124 (over het nieuwe artikel 3.47 Vlaamse Codex Wonen). Thesaurus CAS: STEDENBOUW - HERSTEL VAN PLAATS IN DE VORIGE STAAT. BETALING VAN EEN MEERWAARDE Wettelijke bepalingen: Decreten over het Vlaamse woonbeleid, gecodificeerd op 17 juli 2020 - 17-07-2020 - Art. 3.33 - 72 ELI link Pub nr 2020A43545 Decreten over het Vlaamse woonbeleid, gecodificeerd op 17 juli 2020 - 17-07-2020 - Art. 3.34 - 72 ELI link Pub nr 2020A43545 Decreten over het Vlaamse woonbeleid, gecodificeerd op 17 juli 2020 - 17-07-2020 - Art. 3.35 - 72 ELI link Pub nr 2020A43545 Decreten over het Vlaamse woonbeleid, gecodificeerd op 17 juli 2020 - 17-07-2020 - Art. 3.36 - 72 ELI link Pub nr 2020A43545 Decreten over het Vlaamse woonbeleid, gecodificeerd op 17 juli 2020 - 17-07-2020 - Art. 3.43 - 72 ELI link Pub nr 2020A43545 Decreten over het Vlaamse woonbeleid, gecodificeerd op 17 juli 2020 - 17-07-2020 - Art. 3.44, eerste lid - 72 ELI link Pub nr 2020A43545 Decreten over het Vlaamse woonbeleid, gecodificeerd op 17 juli 2020 - 17-07-2020 - Art. 3.47, eerste lid - 72 ELI link Pub nr 2020A43545 Decreten over het Vlaamse woonbeleid, gecodificeerd op 17 juli 2020 - 17-07-2020 - Art. 3.48, eerste lid - 72 ELI link Pub nr 2020A43545 Thesaurus CAS: HUISVESTING Wettelijke bepalingen: Decreten over het Vlaamse woonbeleid, gecodificeerd op 17 juli 2020 - 17-07-2020 - Art. 3.33 - 72 ELI link Pub nr 2020A43545 Decreten over het Vlaamse woonbeleid, gecodificeerd op 17 juli 2020 - 17-07-2020 - Art. 3.34 - 72 ELI link Pub nr 2020A43545 Decreten over het Vlaamse woonbeleid, gecodificeerd op 17 juli 2020 - 17-07-2020 - Art. 3.35 - 72 ELI link Pub nr 2020A43545 Decreten over het Vlaamse woonbeleid, gecodificeerd op 17 juli 2020 - 17-07-2020 - Art. 3.36 - 72 ELI link Pub nr 2020A43545 Decreten over het Vlaamse woonbeleid, gecodificeerd op 17 juli 2020 - 17-07-2020 - Art. 3.43 - 72 ELI link Pub nr 2020A43545 Decreten over het Vlaamse woonbeleid, gecodificeerd op 17 juli 2020 - 17-07-2020 - Art. 3.44, eerste lid - 72 ELI link Pub nr 2020A43545 Decreten over het Vlaamse woonbeleid, gecodificeerd op 17 juli 2020 - 17-07-2020 - Art. 3.47, eerste lid - 72 ELI link Pub nr 2020A43545 Decreten over het Vlaamse woonbeleid, gecodificeerd op 17 juli 2020 - 17-07-2020 - Art. 3.48, eerste lid - 72 ELI link Pub nr 2020A43545 Thesaurus CAS: HOGER BEROEP - STRAFZAKEN (DOUANE EN ACCIJNZEN INBEGREPEN) - Gevolgen. Bevoegdheid van de rechter Wettelijke bepalingen: Decreten over het Vlaamse woonbeleid, gecodificeerd op 17 juli 2020 - 17-07-2020 - Art. 3.33 - 72 ELI link Pub nr 2020A43545 Decreten over het Vlaamse woonbeleid, gecodificeerd op 17 juli 2020 - 17-07-2020 - Art. 3.34 - 72 ELI link Pub nr 2020A43545 Decreten over het Vlaamse woonbeleid, gecodificeerd op 17 juli 2020 - 17-07-2020 - Art. 3.35 - 72 ELI link Pub nr 2020A43545 Decreten over het Vlaamse woonbeleid, gecodificeerd op 17 juli 2020 - 17-07-2020 - Art. 3.36 - 72 ELI link Pub nr 2020A43545 Decreten over het Vlaamse woonbeleid, gecodificeerd op 17 juli 2020 - 17-07-2020 - Art. 3.43 - 72 ELI link Pub nr 2020A43545 Decreten over het Vlaamse woonbeleid, gecodificeerd op 17 juli 2020 - 17-07-2020 - Art. 3.44, eerste lid - 72 ELI link Pub nr 2020A43545 Decreten over het Vlaamse woonbeleid, gecodificeerd op 17 juli 2020 - 17-07-2020 - Art. 3.47, eerste lid - 72 ELI link Pub nr 2020A43545 Decreten over het Vlaamse woonbeleid, gecodificeerd op 17 juli 2020 - 17-07-2020 - Art. 3.48, eerste lid - 72 ELI link Pub nr 2020A43545 Tekst van de beslissing Nr. P.22.0657.N WOONINSPECTEUR, met kantoor te 1000 Brussel, Havenlaan 88 bus 22, eiser tot herstel, eiser, met als raadsman mr. Dennis Muñiz Espinoza, advocaat bij de balie Leuven, met kantoor te 3320 Hoegaarden, Gemeenteplein 25, waar de eiser woonplaats kiest, tegen
- L. B.,
- G. M., beklaagden, verweerders. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel, correctionele kamer, van 31 maart
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Alain Winants heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
- Het middel voert schending aan van de artikelen 3.47, eerste lid, en 3.48, eerste lid, Vlaamse Codex Wonen van 2021: het arrest willigt de herstelvordering van de eiser in, maar verleent, hoewel daartoe verplicht, geen machtiging aan de eiser om tot ambtshalve uitvoering en tot terugvordering van eventuele herhuisvestigingskosten over te gaan; het arrest verwijst daarvoor ten onrechte naar de beperkte devolutieve werking van eisers hoger beroep.
- De artikelen 3.43 en 3.44 Vlaamse Codex Wonen van 2021 bevatten een regeling voor de herstelmaatregelen die door de rechter naast de straf kunnen worden bevolen. Dit herstel kan ambtshalve worden bevolen of op vordering van de Wooninspecteur of het college van burgemeester en schepenen van de gemeente waar de woning, het pand of het goed ligt.
- Artikel 3.47, eerste lid, Vlaamse Codex Wonen van 2021 bepaalt dat voor het geval de herstelmaatregelen door de overtreder niet binnen de gestelde termijn worden uitgevoerd, het vonnis van de rechter, bedoeld in de artikelen 3.43 en 3.44 Vlaamse Codex Wonen van 2021, beveelt dat de Wooninspecteur, het college van burgemeester en schepenen en eventueel de burgerlijke partij, ambtshalve in de uitvoering ervan kunnen voorzien.
- Artikel 3.48, eerste lid, Vlaamse Codex Wonen van 2021 bepaalt dat ingeval van veroordeling wegens één van de misdrijven bepaald in de artikelen 3.34, 3.35 en 3.36 Vlaamse Codex Wonen van 2021, het vonnis van de rechter bedoeld in de artikelen 3.43 en 3.44, de Wooninspecteur en het college van burgemeester en schepenen machtigt om de kosten, vermeld in artikel 3.33 Vlaamse Codex Wonen van 2021, te verhalen op de overtreder.
- Uit deze bepalingen en hun wetsgeschiedenis volgt dat: - indien de rechter een herstelmaatregel beveelt in de zin van artikel 3.43 Vlaamse Codex Wonen van 2021, hij verplicht is om zowel de Wooninspecteur als het college van burgemeester en schepenen te machtigen tot ambtshalve uitvoering voor het geval dat de herstelmaatregel door de overtreder niet binnen de door de rechtbank bepaalde termijn wordt uitgevoerd; - indien de rechter veroordeelt wegens één van de misdrijven bepaald in de artikelen 3.34, 3.35 en 3.36 Vlaamse Codex Wonen van 2021, hij verplicht is zowel de Wooninspecteur als het college van burgemeester en schepenen te machtigen om de herhuisvestingskosten vermeld in artikel 3.33 Vlaamse Codex Wonen van 2021, te verhalen op de overtreder.
- De grondslag voor deze door de rechter ambtshalve te verlenen machtigingen aan de herstelvorderende overheden is niet de vordering van deze overheden, maar wel de publiekrechtelijke verhouding die wegens het misdrijf ontstaat tussen enerzijds de overtreder en anderzijds de herstelvorderende overheden die tot taak hebben het herstel te benaarstigen.
- De omstandigheid dat het appelgerecht van oordeel is dat het aspect van deze ambtshalve machtigingen niet het voorwerp uitmaakt van een ontvankelijk hoger beroep, ontvankelijke appelgrieven of een ontvankelijk incidenteel beroep, ontslaat dit gerecht niet van de verplichting die ambtshalve machtigingen te bevelen als aan de voorwaarden daartoe is voldaan.
- Het arrest willigt door bevestiging van het beroepen vonnis en met een precisering de herstelvordering van de eiser in en het machtigt het college van burgemeester en schepenen van de stad Vilvoorde om desnoods ambtshalve het herstel uit te voeren en de kosten van eventuele herhuisvesting van de bewoners te verhalen op de verweerders. Het oordeelt dat gelet op de devolutieve werking van het hoger beroep van de verweerders en de niet-ontvankelijkheid van eisers incidenteel beroep bij gebrek aan de vereiste hoedanigheid, de eiser daartoe niet kan worden gemachtigd. Die beslissing is niet naar recht verantwoord. Het middel is gegrond. Ambtshalve onderzoek voor het overige
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest in zoverre het oordeelt dat de appelrechters zich niet kunnen uitspreken over het ambtshalve machtigen van de eiser overeenkomstig de artikelen 3.47 en 3.48 Vlaamse Codex Wonen van
- Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest. Verwerpt het cassatieberoep voor het overige. Veroordeelt het Vlaams Gewest tot de helft van de kosten van het cassatieberoep. Houdt de beslissing over de overige kosten aan en laat die over aan de rechter op verwijzing. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Gent. Bepaalt de kosten op 462,77 euro, waarvan 459,77 euro is verschuldigd. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Erwin Francis, Sidney Berneman, Eric Van Dooren en Steven Van Overbeke, en in openbare rechtszitting van 12 december 2023 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Alain Winants, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20231212.2N.12 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200908.2N.24 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div