id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 14 december 2023 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20231214.1N.1 Rolnummer: C.22.0442.N Zaak: D. contra F. Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Overige - Constitutioneel recht Invoerdatum: 2024-01-09 Raadplegingen: 665 - laatst gezien 2026-06-18 18:48 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiches 1 - 2 Het gezag van gewijsde van een beslissing moet worden getoetst aan de wet die van kracht was op de dag van de uitspraak
(1).
(1)Cass. 5 november 2021, AR C.20.0139.F, AC 2021, nr. 699, ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20211105.1F.
- Thesaurus CAS: RECHTERLIJK GEWIJSDE - GEZAG VAN GEWIJSDE - Burgerlijke zaken Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Art. 1 - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 3 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 23 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 24 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Thesaurus CAS: WETTEN. DECRETEN. ORDONNANTIES. BESLUITEN - WERKING IN DE TIJD EN IN DE RUIMTE Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Art. 1 - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 3 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 23 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 24 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Tekst van de beslissing Nr. C.22.0442.N Y.D.D., eiseres, vertegenwoordigd door mr. Paul Wouters, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 3000 Leuven, Koning Leopold I-straat 3, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen
- X.F.,
- X.F.,
- H-H.C., verweerders, vertegenwoordigd door mr. Patricia Vanlersberghe, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Koloniënstraat 11, waar de verweerders woonplaats kiezen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Dendermonde, van 2 december
- Raadsheer Ilse Couwenberg heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal met opdracht Frederic Vroman heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling
- Artikel 1080 Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat het verzoekschrift tot cassatie, op straffe van nietigheid, de vermelding bevat van de wettelijke bepalingen waarvan de schending wordt aangevoerd.
- Het middel voert schending aan van artikel 23 Gerechtelijk Wetboek, in de versie zoals gewijzigd door de wet van 21 december 2018 houdende diverse bepalingen betreffende justitie.
- Krachtens artikel 1 Oud Burgerlijk Wetboek beschikt de wet alleen voor het toekomende en heeft zij geen terugwerkende kracht. Artikel 3 Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat de wetten op de rechterlijke organisatie, de bevoegdheid en de rechtspleging van toepassing zijn op de hangende rechtsgedingen. Artikel 24 van dat wetboek bepaalt dat iedere eindbeslissing gezag van gewijsde heeft vanaf de uitspraak. Uit het geheel van deze wetsbepalingen volgt dat het gezag van gewijsde van een beslissing moet worden getoetst aan de wet die van kracht was op de dag van de uitspraak.
- De appelrechters onderzoeken het gezag van gewijsde van de arbitrale beslissing van 20 april
- Uit het voorgaande volgt dat de gewijzigde versie van artikel 23 Gerechtelijk Wetboek niet van toepassing is op de beoordeling van het gezag van gewijsde van die beslissing.
- De wijziging van artikel 23 Gerechtelijk Wetboek kan invloed hebben op de gegrondheid van het middel, aangezien in de oorspronkelijke versie van artikel 23 nog niet was bepaald dat het gezag van het rechterlijk gewijsde zich niet uitstrekt tot de vordering die berust op dezelfde oorzaak, maar waarvan de rechter geen kennis kon nemen gelet op de rechtsgrond waarop ze steunt.
- In zoverre het middel schending aanvoert van artikel 23 Gerechtelijk Wetboek in de hier niet-toepasselijke versie, is het niet ontvankelijk.
- De overige als geschonden aangevoerde wetsbepalingen volstaan niet om tot cassatie te kunnen leiden. In zoverre is het middel evenmin ontvankelijk. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiseres op 950,59 euro en op de som van 650 euro rolrecht verschuldigd aan de Belgische Staat. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit eerste voorzitter Beatrijs Deconinck, als voorzitter, en de raadsheren Bart Wylleman, Ilse Couwenberg, Sven Mosselmans en Myriam Ghyselen, en in openbare rechtszitting van 14 december 2023 uitgesproken door eerste voorzitter Beatrijs Deconinck, in aanwezigheid van advocaat-generaal met opdracht Frederic Vroman, met bijstand van griffier Elien Van Isterdael. PDF document ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20231214.1N.1 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20211105.1F.7 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div