← België

O. contra D.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 14 december 2023 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20231214.1N.2 Rolnummer: C.23.0218.N Zaak: O. contra D. Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Overige - Internationaal publiekrecht Invoerdatum: 2024-01-12 Raadplegingen: 1253 - laatst gezien 2026-06-15 09:13 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiches 1 - 2 Uit artikel 6.1 EVRM en het algemeen rechtsbeginsel inzake het recht van verdediging vloeit voort dat aan de procespartijen de mogelijkheid wordt geboden om tegenspraak te voeren omtrent elk stuk of elk betoog dat van aard is het oordeel van de rechter te beïnvloeden

(1).
(1)Cass. 13 september 1999, AC 1999, nr. 455, ECLI:BE:CASS:1999:ARR.19990913.5; Cass. 2 november 2012, AR C.11.0018.N, AC 2012, nr. 587, ECLI:BE:CASS:2012:ARR.20121102.8. Thesaurus CAS: RECHT VAN VERDEDIGING - BURGERLIJKE ZAKEN Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Art. 6.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.1 Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Art. 6.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Fiches 3 - 4 Indien een procespartij tegelijk met haar laatste conclusie nieuwe stukken meedeelt, nadat de conclusietermijn van de wederpartij om te antwoorden is verstreken, wordt aan de wederpartij om die enkele reden niet de mogelijkheid ontnomen om tegenspraak te voeren omtrent die stukken aangezien die partij krachtens artikel 748, §2 Gerechtelijk Wetboek om een nieuwe conclusietermijn kan verzoeken. Thesaurus CAS: RECHTBANKEN - BURGERLIJKE ZAKEN - Algemeen Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 748, § 2 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Thesaurus CAS: RECHT VAN VERDEDIGING - BURGERLIJKE ZAKEN Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 748, § 2 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Fiche 5 Stukken die een procespartij ten laatste samen met haar tijdig genomen laatste conclusie overlegt, blijven in beginsel in het debat, ook al heeft de wederpartij geen conclusietermijn meer om te antwoorden; hoewel de rechter, op verzoek van een partij, stukken uit het debat kan weren wanneer de overlegging ervan deloyaal procesgedrag uitmaakt dat het recht van verdediging van de wederpartij aantast, maakt de mededeling van stukken met de tijdig genomen laatste conclusie, terwijl de wederpartij geen conclusietermijn meer heeft om hierover tegenspraak te voeren, niet noodzakelijk deloyaal procesgedrag uit
(1).
(1)Zie Cass. 19 september 2013, AR C.12.0032.F, AC 2013, nr. 449, ECLI:BE:CASS:2013:ARR.20130916.4; zie Cass. 3 oktober 2002, AR C.01.0511.F, AC 2002, nr. 506, ECLI:BE:CASS:2002:ARR.20021003.5; zie Cass. 26 november 1999, AR C.98.0059.F, AC 1999, nr. 633, ECLI:BE:CASS:1999:ARR.19991126.
  1. Thesaurus CAS: RECHT VAN VERDEDIGING - BURGERLIJKE ZAKEN Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 740 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Tekst van de beslissing Nr. C.23.0218.N H.O., eiser, vertegenwoordigd door mr. Paul Lefebvre, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1050 Brussel, Louizalaan 251/10, waar de eiser woonplaats kiest, tegen C.D.B., verweerder, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de verweerder woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 6 februari
  2. Raadsheer Bart Wylleman heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal met opdracht Frederic Vroman heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling (…) Derde onderdeel
  3. Overeenkomstig artikel 6.1 EVRM heeft eenieder bij het vaststellen van zijn burgerlijke rechten en verplichtingen recht op een eerlijke en openbare behandeling van zijn zaak, binnen een redelijke termijn, door een onafhankelijke en onpartijdige rechterlijke instantie welke bij de wet is ingesteld.
  4. Uit deze regel en uit het algemeen rechtsbeginsel inzake het recht van verdediging vloeit voort dat aan de procespartijen de mogelijkheid wordt geboden om tegenspraak te voeren omtrent elk stuk of elk betoog dat van aard is het oordeel van de rechter te beïnvloeden.
  5. Indien een procespartij tegelijk met haar laatste conclusie stukken meedeelt, nadat de laatste conclusietermijn van de wederpartij is verstreken, wordt aan de wederpartij om die enkele reden niet de mogelijkheid ontnomen om tegenspraak te voeren omtrent die stukken. Die partij mag immers, krachtens artikel 748, § 2, Gerechtelijk Wetboek, ten laatste dertig dagen vóór de rechtsdag om een nieuwe conclusietermijn verzoeken, indien zij gedurende de termijn die aan de rechtsdag voorafgaat, een nieuw en ter zake dienend stuk of feit heeft ontdekt dat nieuwe conclusies rechtvaardigt.
  6. Het onderdeel dat geheel ervan uitgaat dat een partij aan wie stukken worden meegedeeld nadat haar laatste conclusietermijn is verstreken, geen enkele mogelijkheid meer heeft om tegenspraak te voeren omtrent die stukken, zodat de stukken om die enkele reden uit het debat moet worden geweerd, faalt naar recht. Vierde onderdeel
  7. Krachtens artikel 740 Gerechtelijk Wetboek worden alle memories, nota’s of stukken die niet ten laatste tegelijk met de conclusies of, bij toepassing van artikel 735, vóór de sluiting van het debat zijn overgelegd, ambtshalve uit het debat geweerd.
  8. Uit deze bepaling volgt dat stukken die een procespartij ten laatste samen met haar tijdig genomen laatste conclusie overlegt, in beginsel in het debat blijven, ook al heeft de wederpartij geen conclusietermijn meer om te antwoorden.
  9. Hoewel de rechter, op verzoek van een partij, stukken uit het debat kan weren wanneer de overlegging ervan deloyaal procesgedrag uitmaakt dat het recht van verdediging van de wederpartij aantast, maakt de mededeling van stukken met de tijdig genomen laatste conclusie, terwijl de wederpartij geen conclusietermijn meer heeft om hierover tegenspraak te voeren, niet noodzakelijk deloyaal procesgedrag uit. Het onderdeel dat uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt naar recht. (…) Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiser op 1.088,31 euro en op de som van 650 euro rolrecht verschuldigd aan de Belgische Staat. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit eerste voorzitter Beatrijs Deconinck, als voorzitter, en de raadsheren Bart Wylleman, Ilse Couwenberg, Sven Mosselmans en Myriam Ghyselen, en in openbare rechtszitting van 14 december 2023 uitgesproken door eerste voorzitter Beatrijs Deconinck, in aanwezigheid van advocaat-generaal met opdracht Frederic Vroman, met bijstand van griffier Elien Van Isterdael. PDF document ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20231214.1N.2 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:1999:ARR.19990913.5 ECLI:BE:CASS:1999:ARR.19991126.10 ECLI:BE:CASS:2002:ARR.20021003.5 ECLI:BE:CASS:2012:ARR.20121102.8 ECLI:BE:CASS:2013:ARR.20130916.4 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.