← België

FEDERALE PENSIOENDIENST contra B.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 14 december 2023 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20231214.1N.5 Rolnummer: C.23.0032.N Zaak: FEDERALE PENSIOENDIENST contra B. Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Burgerlijk recht Invoerdatum: 2024-01-12 Raadplegingen: 1275 - laatst gezien 2026-06-19 11:33 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Vertaling in voorbereiding Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2023:CONC.20231214.1N.5 Fiche 1 Herstel van de schade in natura is de normale wijze van vergoeding van schade; de rechter is bijgevolg verplicht het herstel van de schade in natura te bevelen wanneer het slachtoffer dit vordert of de aansprakelijke dit aanbiedt en deze wijze van herstel bovendien mogelijk is en geen rechtsmisbruik uitmaakt

(1)
(2).
(1)Zie concl. OM.
(2)Cass. 26 november 2021, AR C.20.0578.F ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20211126.1F.5, AC 2021, nr. 749, ECLI:BE:CASS:2021:CONC.20211126.1F.5 met concl. van advocaat-generaal Ingels op datum in Pas.; Cass. 3 april 2017, AR S.16.0039.N, AC 2017, nr. 240, ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20170403.5; Cass. 20 januari 1993, AR 9817, AC 1993, nr. 39bis, ECLI:BE:CASS:1993:ARR.19930120.19; Cass. 26 juni 1980, AC 1979-80, nr. 686, ECLI:BE:CASS:1980:ARR.19800626.11. Thesaurus CAS: AANSPRAKELIJKHEID BUITEN OVEREENKOMST - HERSTELPLICHT - Algemeen Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Art. 1382 - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Fiche 2 Indien het herstel van de schade in natura mogelijk is door toekenning van een periodiek verschuldigde betaling en de aansprakelijke deze wijze van herstel aanbiedt, kan de rechter in beginsel niet het herstel van de schade bij equivalent middels kapitalisatie bevelen; dit geldt eveneens indien de aansprakelijkheid slechts bestaat voor het verlies van een kans
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: AANSPRAKELIJKHEID BUITEN OVEREENKOMST - HERSTELPLICHT - Algemeen Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Art. 1382 - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Tekst van de beslissing Nr. C.23.0032.N FEDERALE PENSIOENDIENST, openbare instelling, met zetel te 1060 Brussel, Zuidertoren, europa Esplanade 1, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0206.738.078, eiser, vertegenwoordigd door mr. Stefan De Vleeschouwer, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Dalstraat 67, waar de eiser woonplaats kiest, tegen H.B., verweerster, vertegenwoordigd door mr. Willy van Eeckhoutte, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 9051 Gent, Drie Koningenstraat 3, waar de verweerster woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel van 27 juni
  1. Advocaat-generaal met opdracht Michèle Deconynck heeft op 16 november 2023 een schriftelijke conclusie neergelegd. Raadsheer Sven Mosselmans heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal met opdracht Frederic Vroman heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDELEN De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel Tweede onderdeel
  2. Artikel 1382 Oud Burgerlijk Wetboek verplicht degene door wiens schuld aan een ander schade is ontstaan, deze integraal te vergoeden, wat impliceert dat de benadeelde zo goed als mogelijk moet worden geplaatst in de toestand waarin hij zich zou hebben bevonden indien de fout niet was begaan.
  3. Herstel van de schade in natura is de normale wijze van vergoeding van schade. De rechter is bijgevolg verplicht het herstel van de schade in natura te bevelen wanneer het slachtoffer dit vordert of de aansprakelijke dit aanbiedt en deze wijze van herstel bovendien mogelijk is en geen rechtsmisbruik uitmaakt.
  4. Indien het herstel van de schade in natura mogelijk is door toekenning van een periodiek verschuldigde betaling en de aansprakelijke deze wijze van herstel aanbiedt, kan de rechter in beginsel niet het herstel van de schade bij equivalent middels kapitalisatie bevelen. Dit geldt eveneens indien de aansprakelijkheid slechts bestaat voor het verlies van een kans.
  5. De appelrechters stellen vast en oordelen dat: - de verweerster vervroegd op pensioen ging nadat zij de eiser verschillende pensioenramingen had laten uitvoeren; - de eiser een fout beging doordat haar orgaan een pensioenraming heeft afgeleverd aan de verweerster op basis van verkeerde uitgangspunten en zonder schriftelijk voorbehoud te formuleren; - de verweerster aanvoert dat zij, zonder deze fout van de eiser, tot aan de wettelijke pensioenleeftijd van 67 jaar aan het werk zou zijn gebleven, zodat zij recht zou hebben gehad op een volledig pensioen; - de verweerster zich echter vragen had moeten stellen bij die laatste raming, rekening houdend met het verschil van deze raming met de twee vorige ramingen, en de omstandigheid dat de laatste raming slechts een handgeschreven document is terwijl de eerdere ramingen werden opgesteld na een berekening door een computerprogramma, zodat de verweerster onzorgvuldig heeft gehandeld; - zowel de fout van de eiser als deze van de verweerster hebben bijgedragen aan het verlies van de kans voor de verweerster om aan het werk te blijven tot aan de wettelijke pensioenleeftijd; - de kans dat de verweerster zonder deze fouten aan het werk zou zijn gebleven tot aan de wettelijke pensioenleeftijd 90% bedraagt, en de causale bijdrage van de fout van de eiser aan dit kansverlies eveneens 90% bedraagt, zodat de eiser aansprakelijk is voor 81% van het werkelijk geleden nadeel.
  6. De appelrechters verzenden de zaak met toepassing van artikel 1068, tweede lid, Gerechtelijk Wetboek naar de eerste rechter. Krachtens deze wetsbepaling verwijst de rechter in hoger beroep de zaak naar de eerste rechter indien hij, zelfs gedeeltelijk, een in het beroepen vonnis bevolen onderzoeksmaatregel bevestigt. De eerste rechter had, alvorens recht te spreken, een gerechtsdeskundige aangewezen met als opdracht het verschil te berekenen tussen het pensioenbedrag waarop de verweerster thans recht heeft en het pensioenbedrag waarop zij aanspraak had kunnen maken indien zij op de wettelijke leeftijd van 67 jaar met pensioen zou zijn gegaan, daarbij gebruik makend van een adequate kapitalisatiemethode. De appelrechters die zodoende de kapitalisatiemethode opleggen terwijl de aansprakelijke het herstel van de schade in natura had aangeboden door een verhoging van het pensioen, verantwoorden hun beslissing niet naar recht. Het onderdeel is gegrond. Overige grieven
  7. De overige grieven kunnen niet tot ruimere cassatie leiden. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest, behalve in zoverre dit het hoger beroep ontvankelijk verklaart. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Antwerpen. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit eerste voorzitter Beatrijs Deconinck, als voorzitter, en de raadsheren Bart Wylleman, Ilse Couwenberg, Sven Mosselmans en Myriam Ghyselen, en in openbare rechtszitting van 14 december 2023 uitgesproken door eerste voorzitter Beatrijs Deconinck, in aanwezigheid van advocaat-generaal met opdracht Frederic Vroman, met bijstand van griffier Elien Van Isterdael. PDF document ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20231214.1N.5 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2023:CONC.20231214.1N.5 precedenten: ECLI:BE:CASS:1980:ARR.19800626.11 ECLI:BE:CASS:1993:ARR.19930120.19 ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20170403.5 ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20211126.1F.5 ECLI:BE:CASS:2021:CONC.20211126.1F.5 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.