← België

V. contra GDS BOUW

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 18 december 2023 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20231218.3N.2 Rolnummer: C.23.0063.N Zaak: V. contra GDS BOUW Kamer: 3N - derde kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2024-02-13 Raadplegingen: 755 - laatst gezien 2026-06-18 13:06 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiche 1 Het staat aan de partijen door het hoofdberoep en het incidenteel beroep de grenzen te bepalen waarbinnen de appelrechter uitspraak moet doen over de hem voorgelegde betwistingen

(1).
(1)Cass. 3 april 2009, AR C.07.0496.N ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090403.4, AC 2009, nr. 238; Cass. 19 maart 2004, AR C.03.0386.F ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20040319.7, AC 2004, nr.
  1. Thesaurus CAS: HOGER BEROEP - BURGERLIJKE ZAKEN (HANDELSZAKEN EN SOCIALE ZAKEN INBEGREPEN) - Gevolgen. Bevoegdheid van de rechter Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1068 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Fiche 2 De geïntimeerde die een punt van de vordering in de zin van artikel 1138, 2° en 3°, Gerechtelijk Wetboek dat de eerste rechter in zijn nadeel heeft beslecht en dat niet door de appellant is beroepen, aan de appelrechter wil voorleggen, moet daartoe incidenteel beroep instellen; de geïntimeerde die een door de eerste rechter verworpen verweermiddel tot afwijzing van de vordering van de appellant wil handhaven, moet daartoe geen incidenteel beroep instellen; het volstaat dat hij dit verweermiddel in zijn appelconclusie herneemt. Thesaurus CAS: HOGER BEROEP - BURGERLIJKE ZAKEN (HANDELSZAKEN EN SOCIALE ZAKEN INBEGREPEN) - Incidenteel beroep Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1068 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1138, 2° en 3° - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Tekst van de beslissing Nr. C.23.0063.N T.V., eiser, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de eiser woonplaats kiest, tegen GDS BOUW bv, met zetel te 8630 Veurne, Ondernemingenstraat 2, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0812.258.006, verweerster. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 23 november
  2. De zaak is bij beschikking van de eerste voorzitter van 28 september 2023 verwezen naar de derde kamer. Raadsheer Ilse Couwenberg heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Henri Vanderlinden heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling
  3. Krachtens artikel 1068, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek maakt het hoger beroep tegen een eindvonnis of tegen een vonnis alvorens recht te doen het geschil bij de appelrechter aanhangig met al de feitelijke en juridische vragen die met het geschil samenhangen. Het staat evenwel aan de partijen door het hoofdberoep en het incidenteel beroep de grenzen te bepalen waarbinnen de appelrechter uitspraak moet doen over de hem voorgelegde betwistingen.
  4. De geïntimeerde die een punt van de vordering in de zin van artikel 1138, 2° en 3°, Gerechtelijk Wetboek dat de eerste rechter in zijn nadeel heeft beslecht en dat niet door de appellant is beroepen, aan de appelrechter wil voorleggen, moet daartoe incidenteel beroep instellen. De geïntimeerde die een door de eerste rechter verworpen verweermiddel tot afwijzing van de vordering van de appellant wil handhaven, moet daartoe geen incidenteel beroep instellen. Het volstaat dat hij dit verweermiddel in zijn appelconclusie herneemt. Het middel dat geheel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt naar recht. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiser op 817,45 euro en op de som van 650 euro rolrecht verschuldigd aan de Belgische Staat. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, derde kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Koen Mestdagh, als voorzitter, en de raadsheren Ilse Couwenberg, Sven Mosselmans, Myriam Ghyselen en Bruno Lietaert, en in openbare rechtszitting van 18 december 2023 uitgesproken door sectievoorzitter Koen Mestdagh, in aanwezigheid van advocaat-generaal Henri Vanderlinden, met bijstand van griffier Mike Van Beneden. PDF document ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20231218.3N.2 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20040319.7 ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090403.4 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251106.1N.17 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.