id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 18 december 2023 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20231218.3N.6 Rolnummer: C.23.0132.N Zaak: C. contra V. Kamer: 3N - derde kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2024-02-13 Raadplegingen: 520 - laatst gezien 2026-06-15 06:23 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiche Hoewel het gezag van het rechterlijk gewijsde als onweerlegbaar vermoeden betrekkelijk is in die zin dat de exceptie slechts kan worden ingeroepen tussen de partijen, belet het niet dat de rechterlijke beslissing, bij gebrek aan een geslaagd derdenverzet, bewijswaarde heeft ten aanzien van derden als weerlegbaar feitelijk vermoeden; uit een en ander volgt dat de exceptie van gewijsde van een rechterlijke beslissing inzake het bestaan van een buurtweg en de vrijmaking ervan, gewezen op vordering van de gemeente, slechts kan worden ingeroepen tussen de partijen die betrokken waren in het geding en over het geschil tegenspraak hebben kunnen voeren. Thesaurus CAS: RECHTERLIJK GEWIJSDE - GEZAG VAN GEWIJSDE - Burgerlijke zaken Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 23 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 24 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 25 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 26 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Tekst van de beslissing Nr. C.23.0132.N L.C., eiser, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de eiser woonplaats kiest, tegen
- M.V.D.,
- R.D., verweerders, vertegenwoordigd door mr. Paul Wouters, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 3000 Leuven, Koning Leopold I-straat 3, waar de verweerders woonplaats kiezen, mede inzake STAD AARSCHOT, vertegenwoordigd door haar College van burgemeester en schepenen, met zetel te 3200 Aarschot, Ten Drossaarde 1, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0207.515.464, tot gemeenverklaring van het arrest gedaagde partij. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de rechtbank van eerste aanleg te Leuven van 21 december
- De zaak is bij beschikking van de eerste voorzitter van 4 oktober 2023 verwezen naar de derde kamer. Raadsheer Sven Mosselmans heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Henri Vanderlinden heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling
- De in de artikelen 23 en volgende van het Gerechtelijk Wetboek bedoelde exceptie van gewijsde van een rechterlijke beslissing in civiele zaken kan in de regel slechts worden ingeroepen tussen de partijen die betrokken waren in het geding en over het geschil tegenspraak hebben kunnen voeren.
- Hoewel het gezag van het rechterlijk gewijsde als onweerlegbaar vermoeden betrekkelijk is in die zin dat de exceptie slechts kan worden ingeroepen tussen de partijen, belet het niet dat de rechterlijke beslissing, bij gebrek aan een geslaagd derdenverzet, bewijswaarde heeft ten aanzien van derden als weerlegbaar feitelijk vermoeden.
- Uit een en ander volgt dat de exceptie van gewijsde van een rechterlijke beslissing inzake het bestaan van een buurtweg en de vrijmaking ervan, gewezen op vordering van de gemeente, slechts kan worden ingeroepen tussen de partijen die betrokken waren in het geding en over het geschil tegenspraak hebben kunnen voeren. Het middel dat ervan uitgaat dat de exceptie van gewijsde van een rechterlijke beslissing inzake het bestaan van een buurtweg en de vrijmaking ervan, gewezen op vordering van de gemeente, kan worden ingeroepen tegen elke particuliere persoon die in rechte optreedt tot erkenning van het bestaan van de buurtweg en de vrijmaking ervan, ook al was die persoon geen partij in het andere geding, faalt naar recht. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiser op 637,08 euro en op de som van 650 euro rolrecht verschuldigd aan de Belgische Staat. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, derde kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Koen Mestdagh, als voorzitter, en de raadsheren Ilse Couwenberg, Sven Mosselmans, Myriam Ghyselen en B. Lietaert, en in openbare rechtszitting van 18 december 2023 uitgesproken door sectievoorzitter Koen Mestdagh, in aanwezigheid van advocaat-generaal Henri Vanderlinden, met bijstand van griffier Mike Van Beneden. PDF document ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20231218.3N.6 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div