id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 19 december 2023 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20231219.2N.1 Rolnummer: P.23.1506.N Zaak: P. contra M. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2024-01-15 Raadplegingen: 653 - laatst gezien 2026-06-18 12:30 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiches 1 - 4 Het aanwenden van een rechtsmiddel tegen de beslissing waarbij de beveiligingsmaatregel van de vervallenverklaring wegens lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid is uitgesproken, belet niet dat dit verval op de in artikel 43 Wegverkeerswet vermelde datum effectief wordt en verder loopt; zolang de beslissing tot vervallenverklaring niet wordt hervormd, blijft ze gelden; de wetgever beoogt met deze uitsluiting van de schorsende werking van het aanwenden van een rechtsmiddel op de uitvoerbaarheid van de bevolen beveiligingsmaatregel de verkeersveiligheid te vergroten; de beslissing waarbij een vervallenverklaring wegens lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid op tegenspraak is uitgesproken, kan dan ook dienen als grondslag voor een vervolging wegens overtreding van artikel 48, eerste lid, 1°, Wegverkeerswet en dit ongeacht of tegen die beslissing hoger beroep is aangetekend
(1)Cass. 26 september 2023, AR P.23.0879.N ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230926.2N.2, AC 2023, nr. 595; Cass. 12 september 2023, AR P.23.0540.N ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230912.2N.16, AC 2023, nr. 553, met concl. van advocaat-generaal D. SCHOETERS. Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSWET - WETSBEPALINGEN - Artikel 43 Wettelijke bepalingen: Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 42 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 43 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 48, eerste lid, 1° - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSWET - WETSBEPALINGEN - Artikel 48 Wettelijke bepalingen: Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 42 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 43 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 48, eerste lid, 1° - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Thesaurus CAS: HOGER BEROEP - STRAFZAKEN (DOUANE EN ACCIJNZEN INBEGREPEN) - Gevolgen. Bevoegdheid van de rechter Wettelijke bepalingen: Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 42 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 43 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 48, eerste lid, 1° - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Tekst van de beslissing Nr. P.23.1506.N PROCUREUR DES KONINGS BIJ DE RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG OOST-VLAANDEREN, afdeling Dendermonde, eiser, tegen Y. M., beklaagde, verweerder. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank Oost-Vlaanderen, afdeling Dendermonde, van 27 september
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Sidney Berneman heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Bart De Smet heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
- Het middel voert schending aan van de artikelen 42, 43 en 48, eerste lid, 1°, Wegverkeerswet: het bestreden vonnis spreekt de verweerder vrij voor het feit van de telastlegging B, met name het besturen van een motorvoertuig op de openbare weg niettegenstaande vervallenverklaring van het recht tot sturen; de verweerder werd bij op tegenspraak gewezen vonnis van de politierechtbank Oost-Vlaanderen, afdeling Dendermonde, van 18 juni 2021 schuldig verklaard aan het sturen onder invloed van verdovende middelen en veroordeeld tot een geldboete van 1.200,00 euro; hij werd tevens vervallen verklaard van het recht alle motorvoertuigen te besturen voor een termijn van 45 dagen met als herstelvoorwaarden het slagen in een theoretisch examen, praktisch examen, medisch onderzoek en psychologisch onderzoek; met toepassing van artikel 42 Wegverkeerswet werd de eiser eveneens vervallen verklaard alle motorvoertuigen te besturen wegens een lichamelijke en geestelijke ongeschiktheid; dit laatste verval is geen straf maar wel een veiligheidsmaatregel die onmiddellijk ingaat en van toepassing blijft tot wanneer een andere rechtbank hierover anders beslist; het bestreden vonnis oordeelt dan ook ten onrechte dat er niet voldaan is aan de constitutieve bestanddelen aangezien het vonnis van 18 juni 2021 geen kracht van gewijsde heeft; het bestreden vonnis voegt hiermee een voorwaarde toe aan het verval van het recht tot sturen voorzien in artikel 42 Wegverkeerswet.
- Artikel 43 Wegverkeerswet bepaalt: “Het verval van het recht tot sturen wegens lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid van de bestuurder gaat in bij de uitspraak van de beslissing wanneer deze op tegenspraak is gewezen en bij de betekening wanneer zij bij verstek is gewezen, niettegenstaande voorziening.”
- Het aanwenden van een rechtsmiddel tegen de beslissing waarbij de beveiligingsmaatregel van de vervallenverklaring wegens lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid is uitgesproken, belet niet dat dit verval op de in artikel 43 Wegverkeerswet vermelde datum effectief wordt en verder loopt. Zolang de beslissing tot vervallenverklaring niet wordt hervormd, blijft ze gelden.
- De wetgever beoogt met deze uitsluiting van de schorsende werking van het aanwenden van een rechtsmiddel op de uitvoerbaarheid van de bevolen beveiligingsmaatregel de verkeersveiligheid te vergroten.
- De beslissing waarbij een vervallenverklaring wegens lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid op tegenspraak is uitgesproken, kan dan ook dienen als grondslag voor een vervolging wegens overtreding van artikel 48, eerste lid, 1°, Wegverkeerswet en dit ongeacht of tegen die beslissing hoger beroep is aangetekend.
- Het bestreden vonnis stelt vast dat de verweerder op 19 juli 2021 hoger beroep heeft ingesteld tegen het vonnis van de politierechtbank Oost-Vlaanderen, afdeling Dendermonde, van 18 juni 2021 en dat dit hoger beroep bij vonnis van de correctionele rechtbank Oost-Vlaanderen, afdeling Dendermonde, van 21 juli 2023 ontvankelijk werd verklaard. Het bestreden vonnis oordeelt dat aangezien op de datum van het feit omschreven onder de telastlegging B, namelijk 25 juli 2021, het vonnis van de politierechtbank Oost-Vlaanderen, afdeling Dendermonde, van 18 juni 2021 geen kracht van gewijsde had, een constitutief element van het door artikel 48, eerste lid, 1°, Wegverkeerswet bedoelde misdrijf ontbreekt en het spreekt de verweerder dan ook vrij voor dat feit. Die beslissing is niet naar recht verantwoord. Het middel is in zoverre gegrond. Ambtshalve onderzoek voor het overige
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden vonnis in zoverre het de verweerder vrijspreekt voor het feit omschreven onder de telastlegging B. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde vonnis. Verwerpt het cassatieberoep voor het overige. Laat de helft van de kosten ten laste van de Staat. Houdt de beslissing over de overige kosten aan en laat die over aan de rechter op verwijzing. Verwijst de aldus beperkte zaak naar de correctionele rechtbank Oost-Vlaanderen, rechtszitting houdend in hoger beroep, anders samengesteld. Bepaalt de kosten op 161,94 euro, waarvan 127,88 euro is verschuldigd. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Sidney Berneman, Eric Van Dooren, Steven Van Overbeke en Bruno Lietaert, en in openbare rechtszitting van 19 december 2023 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20231219.2N.1 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2026:CONC.20260310.2N.7 precedenten: ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230912.2N.16 ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230926.2N.2 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250318.2N.11 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div