← België

Z.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 19 december 2023 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20231219.2N.19 Rolnummer: P.23.1700.N Zaak: Z. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2024-01-15 Raadplegingen: 528 - laatst gezien 2026-06-15 06:11 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiches 1 - 2 Uit het arrest van het Hof van Justitie van 27 mei 2019, nr. C-509/18 volgt dat: 1°de term “rechterlijke autoriteit” van de artikelen 6.1. Kaderbesluit Europees Aanhoudingsbevel en 2, §3 Wet Europees Aanhoudingsbevel niet slechts de rechters en rechterlijke instanties van een lidstaat aanduidt, maar breder is en ook autoriteiten kan omvatten die in de betrokken lidstaat deelnemen aan de strafrechtsbedeling, in tegenstelling tot met name ministeries of politiediensten, die deel uitmaken van de uitvoerende macht; 2° het begrip “rechterlijke autoriteit” in de zin van artikel 6.1 Kaderbesluit Europees aanhoudingsbevel ook autoriteiten van een lidstaat kan omvatten die zonder noodzakelijkerwijze rechters of rechterlijke instanties te zijn, deelnemen aan de strafrechtsbedeling in deze lidstaat; en 3° de procureur-generaal van de Republiek Litouwen kan worden geacht deel te nemen aan de strafrechtsbedeling in die lidstaat en als zodanig kan worden aangemerkt als “uitvaardigende rechterlijke autoriteit” in de zin van artikel 6.1 Kaderbesluit Europees Aanhoudingsbevel, aangezien zijn status in deze lidstaat niet alleen de objectiviteit van zijn taak verzekert, maar tevens zijn onafhankelijkheid waarborgt ten opzichte van de uitvoerende macht in het kader van de uitvaardiging van een Europees aanhoudingsbevel

(1).
(1)HvJ 27 mei 2019, nr. C-509/18, www.curia.europa.eu; S. DEWULF, Overlevering, in APR, Kluwer, 2020, p. 33-34 en 135-140. Zie ook HvJ. 27 mei 2019, zaken C-508/19 (Staatsanwaltschaft Lübeck) en C-82/19 (Staatsanwaltschaft Zwickau) en HvJ 2 maart 2023, C-16/22 (Staatsanwaltschaft Graz), www.curia.europa.eu. Thesaurus CAS: EUROPEES AANHOUDINGSBEVEL Wettelijke bepalingen: Kaderbesluit 2002/584/JBZ van de Raad van de EU van 13 juni 2002 betreffende het Europees aanhoudingsbevel en de procedures van overlevering tussen de lidstaten - 13-06-2002 - Art. 6.1 Wet 19 december 2003 betreffende het Europees aanhoudingsbevel - 19-12-2003 - Art. 2, § 3 - 32 ELI link Pub nr 2003009950 Thesaurus CAS: OPENBAAR MINISTERIE Wettelijke bepalingen: Kaderbesluit 2002/584/JBZ van de Raad van de EU van 13 juni 2002 betreffende het Europees aanhoudingsbevel en de procedures van overlevering tussen de lidstaten - 13-06-2002 - Art. 6.1 Wet 19 december 2003 betreffende het Europees aanhoudingsbevel - 19-12-2003 - Art. 2, § 3 - 32 ELI link Pub nr 2003009950 Fiche 3 Wanneer een Europees aanhoudingsbevel vermeldt dat het werd uitgevaardigd op grond van een nationaal rechterlijk aanhoudingsbevel, moet de rechter die over de tenuitvoerlegging van het Europees aanhoudingsbevel oordeelt, ervan uitgaan dat dit nationaal aanhoudingsbevel uitvoerbaar is en met eerbiediging van de in artikel 1.1 Kaderbesluit Europees Aanhoudingsbevel bedoelde grondrechten werd gewezen door een onafhankelijke en onpartijdige rechterlijke instantie van de uitvaardigende lidstaat; dit is slechts anders wanneer gegevens voorliggen of enigszins aannemelijk worden gemaakt die hieraan doen twijfelen. Thesaurus CAS: EUROPEES AANHOUDINGSBEVEL Wettelijke bepalingen: Kaderbesluit 2002/584/JBZ van de Raad van de EU van 13 juni 2002 betreffende het Europees aanhoudingsbevel en de procedures van overlevering tussen de lidstaten - 13-06-2002 - Art. 1.1 Kaderbesluit 2002/584/JBZ van de Raad van de EU van 13 juni 2002 betreffende het Europees aanhoudingsbevel en de procedures van overlevering tussen de lidstaten - 13-06-2002 - Art. 6.1 Wet 19 december 2003 betreffende het Europees aanhoudingsbevel - 19-12-2003 - Art. 2, § 3 - 32 ELI link Pub nr 2003009950 Fiche 4 Voor de beoordeling van de rechtsgeldigheid van een Europees aanhoudingsbevel dat werd uitgevaardigd op grond van een nationaal aanhoudingsbevel, is in beginsel niet vereist dat een afschrift van dat nationaal aanhoudingsbevel bij het dossier wordt gevoegd. Thesaurus CAS: EUROPEES AANHOUDINGSBEVEL Wettelijke bepalingen: Kaderbesluit 2002/584/JBZ van de Raad van de EU van 13 juni 2002 betreffende het Europees aanhoudingsbevel en de procedures van overlevering tussen de lidstaten - 13-06-2002 - Art. 8 Wet 19 december 2003 betreffende het Europees aanhoudingsbevel - 19-12-2003 - Art. 2, §§ 3 en 4 - 32 ELI link Pub nr 2003009950 Tekst van de beslissing Nr. P.23.1700.N M. Z., persoon tegen wie een Europees aanhoudingsbevel is uitgevaardigd, aangehouden, eiser, met als raadsman mr. Valerie Soenen, advocaat bij de balie West-Vlaanderen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel, kamer van inbeschuldigingstelling, van 7 december 2023. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, vijf middelen aan. Raadsheer Steven Van Overbeke heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Bart De Smet heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel 1. Het middel voert schending aan van de artikelen 1 en 6.1 Kaderbesluit 2002/584/JBZ van 13 juni 2002 van de Raad betreffende het Europees aanhoudingsbevel en de procedures van overlevering tussen de lidstaten (hierna Kaderbesluit Europees Aanhoudingsbevel): de beslissing tot tenuitvoerlegging van het Litouwse Europees aanhoudingsbevel van 18 september 2023 is niet naar recht verantwoord; een Europees aanhoudingsbevel is een rechterlijke beslissing die moet worden uitgevaardigd door een rechterlijke autoriteit die de waarborgen biedt die met een rechterlijke beslissing gepaard gaan, waaronder met name de waarborg dat de beslissing wordt uitgevaardigd door een onafhankelijke rechterlijke instantie; het Litouwse Europees aanhoudingsbevel werd evenwel niet uitgevaardigd door een rechterlijke autoriteit maar door het openbaar ministerie van de Republiek Litouwen; bovendien heeft de Litouwse uitvoerende macht de beslissing aangestuurd, wat blijkt uit de verklaringen van de Litouwse president; de kamer van inbeschuldigingstelling had de tenuitvoerlegging van het Europees aanhoudingsbevel moeten weigeren of minstens nader onderzoek moeten bevelen naar het statuut van het Litouwse openbaar ministerie en naar het gebrek aan garanties van onafhankelijkheid. 2. Artikel 1.1 Kaderbesluit Europees Aanhoudingsbevel bepaalt : “Het Europees aanhoudingsbevel is een rechterlijke beslissing die door een lidstaat wordt uitgevaardigd met het oog op de aanhouding en de overlevering door een andere lidstaat van een persoon die gezocht wordt met het oog op strafvervolging of uitvoering van een tot vrijheidsbeneming strekkende straf of maatregel.” Artikel 6.1 Kaderbesluit Europees Aanhoudingsbevel bepaalt : “De uitvaardigende rechterlijke autoriteit is de rechterlijke autoriteit van de uitvaardigende lidstaat die bevoegd is om een Europees aanhoudingsbevel uit te vaardigen krachtens het recht van de uitvaardigende lidstaat.” Artikel 2, § 3, Wet Europees Aanhoudingsbevel bepaalt : “Het Europees aanhoudingsbevel is een gerechtelijke beslissing genomen door de bevoegde rechterlijke autoriteit van een lidstaat van de Europese Unie, uitvaardigende rechterlijke autoriteit genaamd, met het oog op de aanhouding en de overlevering door de bevoegde rechterlijke autoriteit van een andere lidstaat, uitvoerende autoriteit genaamd, van een persoon gezocht met het oog op de instelling van strafvervolging of de tenuitvoerlegging van een vrijheidsbenemende straf of veiligheidsmaatregel.” 3. Uit het arrest van het Hof van Justitie van 27 mei 2019, nr. C-509/18 volgt dat: - de hier bedoelde term “rechterlijke autoriteit” niet slechts de rechters en rechterlijke instanties van een lidstaat aanduidt, maar breder is en ook autoriteiten kan omvatten die in de betrokken lidstaat deelnemen aan de strafrechtsbedeling, in tegenstelling tot met name ministeries of politiediensten, die deel uitmaken van de uitvoerende macht; - het begrip “rechterlijke autoriteit” in de zin van artikel 6.1 Kaderbesluit Europees aanhoudingsbevel ook autoriteiten van een lidstaat kan omvatten die zonder noodzakelijkerwijze rechters of rechterlijke instanties te zijn, deelnemen aan de strafrechtsbedeling in deze lidstaat; - de procureur-generaal van de Republiek Litouwen kan worden geacht deel te nemen aan de strafrechtsbedeling in die lidstaat en als zodanig kan worden aangemerkt als “uitvaardigende rechterlijke autoriteit” in de zin van artikel 6.1 Kaderbesluit Europees Aanhoudingsbevel, aangezien zijn status in deze lidstaat niet alleen de objectiviteit van zijn taak verzekert, maar tevens zijn onafhankelijkheid waarborgt ten opzichte van de uitvoerende macht in het kader van de uitvaardiging van een Europees aanhoudingsbevel. 4. In zoverre het middel uitgaat van andere rechtsopvattingen, faalt het naar recht. 5. Uit het Europees aanhoudingsbevel van 18 september 2023 blijkt dat het werd uitgevaardigd door het openbaar ministerie van de Republiek Litouwen op grond van een aanhoudingsbevel van 21 juli 2023 van de districtsrechtbank te Vilnius. Bijgevolg kan de kamer van inbeschuldigingstelling ervan uitgaan dat het Europees aanhoudingsbevel werd uitgevaardigd door een rechterlijke autoriteit in de zin van artikel 6.1 Kaderbesluit Europees Aanhoudingsbevel. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. 6. Voor het overige verplicht het middel tot een onderzoek van feiten waarvoor het Hof niet bevoegd is. In zoverre is het middel niet ontvankelijk. Tweede middel 7. Het middel voert miskenning aan van het beginsel dat een Europees aanhoudingsbevel slechts kan worden uitgevaardigd na een nationaal aanhoudingsbevel of een soortgelijke rechterlijke beslissing; hoewel het Europees aanhoudingsbevel in vak
  1. b)vermeldt dat het werd uitgevaardigd op grond van een beslissing van de districtsrechtbank te Vilnius van 21 juli 2023, bevat het dossier geen afschrift van dit onderliggend nationaal aanhoudingsbevel; aangezien het Europees aanhoudingsbevel in vak
  2. d)vermeldt dat de eiser niet is verschenen op het proces dat heeft geleid tot de beslissing, is niet duidelijk of het Europees aanhoudingsbevel werd uitgevaardigd op grond van een nationaal aanhoudingsbevel dan wel op grond van een verstekvonnis; aldus is het niet bewezen dat aan de grondslag van het Europees aanhoudingsbevel een onderliggend nationaal aanhoudingsbevel ligt, noch dat dit laatste uitgaat van een rechterlijke autoriteit; de kamer van inbeschuldigingstelling had minstens nader onderzoek moeten bevelen naar een onderliggend nationaal aanhoudingsbevel. 8. Wanneer een Europees aanhoudingsbevel vermeldt dat het werd uitgevaardigd op grond van een nationaal rechterlijk aanhoudingsbevel, moet de rechter die over de tenuitvoerlegging van het Europees aanhoudingsbevel oordeelt, ervan uitgaan dat dit nationaal aanhoudingsbevel uitvoerbaar is en met eerbiediging van de in artikel 1.1 Kaderbesluit Europees Aanhoudingsbevel bedoelde grondrechten werd gewezen door een onafhankelijke en onpartijdige rechterlijke instantie van de uitvaardigende lidstaat. Dit is slechts anders wanneer gegevens voorliggen of enigszins aannemelijk worden gemaakt die hieraan doen twijfelen. 9. Voor de beoordeling van de rechtsgeldigheid van een Europees aanhoudingsbevel dat werd uitgevaardigd op grond van een nationaal aanhoudingsbevel, is in beginsel niet vereist dat een afschrift van dat nationaal aanhoudingsbevel bij het dossier wordt gevoegd. 10. In zoverre het middel uitgaat van andere rechtsopvattingen, faalt het naar recht. 11. Uit het Europees aanhoudingsbevel van 18 september 2023 blijkt dat het werd uitgevaardigd op grond van een rechterlijke beslissing van 21 juli 2023 van de districtsrechtbank te Vilnius tot aanhouding van de eiser in het kader van een gerechtelijk onderzoek. De omstandigheid dat uit de eveneens aangekruiste rubrieken 2 en 3.4 van vak
  3. d)van dat Europees aanhoudingsbevel blijkt dat de eiser niet aanwezig was bij die beslissing en dat hij na zijn overlevering zal worden geïnformeerd over de rechtsmiddelen die hij tegen die beslissing kan instellen, doet hieraan geen afbreuk. In zoverre mist het middel feitelijke grondslag. Derde middel 12. Het middel voert schending aan van artikel 7 Wet Europees Aanhoudingsbevel: de beslissing tot tenuitvoerlegging van het Europees aanhoudingsbevel van 18 september 2023 is niet naar recht verantwoord; in zoverre een verstekbeslissing aan de grondslag ligt van het Europees aanhoudingsbevel, blijkt niet dat de procedure in de uitvaardigende lidstaat beantwoordt aan de vereisten van het voormelde artikel 7. 13. Uit het Europees aanhoudingsbevel van 18 september 2023 blijkt dat het niet werd uitgevaardigd op grond van een verstekbeslissing die de eiser tot een straf veroordeelt, maar wel op grond van een rechterlijke beslissing van 21 juli 2023 van de districtsrechtbank te Vilnius tot aanhouding van de eiser in het kader van een gerechtelijk onderzoek. In zoverre mist het middel feitelijke grondslag. 14. Voor het overige is het middel afgeleid uit de met het tweede middel vergeefs aangevoerde grief en is het niet ontvankelijk. Vierde middel 15. Het middel voert aan dat het arrest blijk geeft van verkeerde gevolgtrekkingen en ondeugdelijk is gemotiveerd met betrekking tot de vrijheid onder voorwaarden: de kamer van inbeschuldigingstelling leidt uit het voorstel van de eiser om een borgsom van 25.000,00 euro te betalen ten onrechte af dat de eiser heeft gesteld dat hij geen hoger bedrag dan 25.000,00 euro als borgsom kan betalen; de kamer van inbeschuldigingstelling antwoordt ook niet op eisers verzoek om, desgevallend met een enkelband, vast verblijf te houden bij zijn zus. 16. Het arrest oordeelt dat de eiser op de rechtszitting van 4 december 2023 zich bereid heeft verklaard om een borgsom van 25.000,00 euro te betalen. Het leidt daaruit echter niet af dat de eiser heeft gesteld dat hij geen hoger bedrag dan 25.000,00 euro kan betalen. In zoverre berust het middel op een onjuiste lezing van het arrest en mist het feitelijke grondslag. 17. Na te hebben geoordeeld dat de eiser geen banden heeft met België, de Georgische nationaliteit heeft en er een manifest en reëel onttrekkingsgevaar is, oordeelt het arrest dat er geen reden is om de eiser, al dan niet mits het opleggen van voorwaarden of het betalen van een borgsom, in vrijheid te stellen tot aan de effectieve overlevering. Met die redenen verwerpt het arrest eisers verzoek om onder voorwaarden in vrijheid te worden gesteld. In zoverre mist het middel eveneens feitelijke grondslag. Vijfde middel 18. Het middel voert aan dat het arrest blijk geeft van verkeerde gevolgtrekkingen en ondeugdelijk is gemotiveerd met betrekking tot het gevaar voor miskenning van de fundamentele rechten: het arrest motiveert niet waarom het gegeven van eisers asielaanvraag van 17 november 2023 niet in overweging diende te worden genomen; het openbaar ministerie is ertoe gehouden na te gaan of er geen asielaanvraag werd ingediend. 19. In zoverre het middel gericht is tegen het optreden van het openbaar ministerie en niet tegen het arrest, is het niet ontvankelijk. 20. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt niet dat de eiser aan de kamer van inbeschuldigingstelling heeft verzocht om rekening te houden met een asielaanvraag. In zoverre mist het middel feitelijke grondslag. Ambtshalve onderzoek 21. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 64,41 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Sidney Berneman, Eric Van Dooren, Steven Van Overbeke en Bruno Lietaert, en in openbare rechtszitting van 19 december 2023 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20231219.2N.19 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.