id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 19 december 2023 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2
Art. 195
- 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wetboek
Art. 211
- 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wetboek
Art. 216bis
- 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: OPENBAAR MINISTERIE Wettelijke bepalingen: Wetboek
Art. 195
- 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wetboek
Art. 211
- 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wetboek
Art. 216bis
- 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: MINNELIJKE SCHIKKING Wettelijke bepalingen: Wetboek
Art. 195
- 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wetboek
Art. 211
- 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wetboek
Art. 216bis
- 30 ELI link Pub nr 1808111701 Fiches 4 - 5 Uit artikel 38, § 1, 3°, en § 3, 1°, Wegverkeerswet volgt dat de rechter die veroordeelt wegens een overtreding van de tweede of de derde graad als bedoeld in artikel 29, § 1, tweede en derde lid, Wegverkeerswet, een verval van het recht tot het besturen van een motorvoertuig kan uitspreken en het herstel van dit recht kan afhankelijk maken van het slagen in een theoretisch examen; volgens artikel 3, 2°/2, van het koninklijk besluit van 30 september 2005 tot aanwijzing van de overtredingen per graad van de algemene reglementen genomen ter uitvoering van de wet betreffende de politie over het wegverkeer, is de overtreding van het verbod voor een bestuurder, behalve wanneer zijn voertuig stilstaat of geparkeerd is, om een mobiel elektronisch apparaat met een scherm te gebruiken, vast te houden of te manipuleren, tenzij het in een daartoe bestemde houder aan het voertuig is bevestigd, een overtreding van de derde graad in de zin van artikel 29, § 1, tweede lid, Wegverkeerswet; de rechter kan derhalve voor een inbreuk op artikel 8.4 Wegverkeersreglement het herstel van het recht tot sturen afhankelijk maken van het slagen in een theoretisch examen. Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSREGLEMENT VAN 01-12-1975 - REGLEMENTSBEPALINGEN - Artikel 8 Wettelijke bepalingen: Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 29, § 1, tweede en derde lid - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 38, § 1, 3°, en § 3, 1° - 31 ELI link Pub nr 1968031601 KB 30 september 2005 tot aanwijzing van de overtredingen per graad van de algemene reglementen genomen ter uitvoering van de wet betreffende de politie over het wegverkeer - 30-09-2005 - Art. 3, 2°/2 - 37 ELI link Pub nr 2005014182 KB van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en het gebruik van de openbare weg - 01-12-1975 - Art. 8.4 - 31 ELI link Pub nr 1975120109 Tekst van de beslissing Nr. P.23.1391.N B. L. K., beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Gelu Buzincu, advocaat bij de balie Brussel. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de Nederlandstalige correctionele rechtbank Brussel van 6 september
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Bart De Smet heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
- Het middel voert schending aan van “de wet en de algemene rechtsbeginselen van het recht op een eerlijk proces”: het bestreden vonnis kon het herstel van het tegen de eiser uitgesproken verval van het recht tot sturen niet afhankelijk maken van een theoretisch examen; het bestreden vonnis houdt rekening met door de eiser betaalde minnelijke schikkingen en beschouwt die dus indirect als veroordelingen; de schuldvraag kan nochtans op geen enkele wijze worden beïnvloed door betaalde minnelijke schikkingen; de eiser is dan ook geen recidivist; zelfs indien rekening wordt gehouden met de minnelijke schikkingen, dan dienen die afgewogen te worden tegen de overige dossierelementen, zoals de strafrechtelijk antecedenten en de persoonlijkheid.
- Het bestreden vonnis oordeelt dat de schuld niet behoort tot de saisine van het appelgerecht. De appelrechters betrekken de minnelijke schikkingen niet bij de schuldbeoordeling. In zoverre berust het middel op een onjuiste lezing van het bestreden vonnis en mist het feitelijke grondslag.
- De rechter mag bij de straftoemeting rekening houden met een door de betrokkene aanvaarde minnelijke schikking, voor zover dit gegeven blijkt uit stukken die aan de tegenspraak van de beklaagde zijn onderworpen en de rechter die minnelijke schikking louter beschouwt als een waarschuwing en daaruit geen bewezenverklaring afleidt van een strafbaar feit.
- De rechter die een door de betrokkene aanvaarde minnelijke schikking bij de straftoemeting in aanmerking neemt als een waarschuwing, dient bij de motivering van de straf dit gegeven niet uitdrukkelijk af te wegen tegen de overige dossiergegevens, behoudens bij daartoe strekkende conclusie.
- In zoverre het middel uitgaat van andere rechtsopvattingen, faalt het naar recht.
- Het bestreden vonnis oordeelt als volgt: - voor de eerste rechter heeft het openbaar ministerie stukken overgelegd waaruit blijkt dat de eiser reeds meermaals een minnelijke schikking aangeboden kreeg voor het gebruik van een gsm aan het stuur; - de rechtbank mag die informatie meenemen in haar beoordeling, te meer de raadsman van de eiser kennis heeft kunnen nemen van deze stukken die ter rechtszitting aan de tegenspraak zijn onderworpen en waarbij de eiser heeft bevestigd dat hij deze minnelijke schikkingen heeft ontvangen en betaald; - ondanks deze waarschuwingen heeft de eiser zijn rijgedrag niet aangepast. Een dergelijke motivering van de bestraffing miskent eisers recht op een eerlijk proces niet. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen.
- Uit artikel 38, § 1, 3°, en § 3, 1°, Wegverkeerswet volgt dat de rechter die veroordeelt wegens een overtreding van de tweede of de derde graad als bedoeld in artikel 29, § 1, tweede en derde lid, Wegverkeerswet, een verval van het recht tot het besturen van een motorvoertuig kan uitspreken en het herstel van dit recht kan afhankelijk maken van het slagen in een theoretisch examen. Volgens artikel 3, 2°/2, van het koninklijk besluit van 30 september 2005 tot aanwijzing van de overtredingen per graad van de algemene reglementen genomen ter uitvoering van de wet betreffende de politie over het wegverkeer, is de overtreding van het verbod voor een bestuurder, behalve wanneer zijn voertuig stilstaat of geparkeerd is, om een mobiel elektronisch apparaat met een scherm te gebruiken, vast te houden of te manipuleren, tenzij het in een daartoe bestemde houder aan het voertuig is bevestigd, een overtreding van de derde graad in de zin van artikel 29, § 1, tweede lid, Wegverkeerswet. De rechter kan derhalve voor een inbreuk op artikel 8.4 Wegverkeersreglement het herstel van het recht tot sturen afhankelijk maken van het slagen in een theoretisch examen. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
- Voor het overige komt het middel op tegen de onaantastbare beoordeling door het bestreden vonnis van de gepastheid om aan de eiser de door artikel 38, § 3, 1°, Wegverkeerswet bedoelde beveiligingsmaatregel op te leggen. In zoverre is het middel niet ontvankelijk. Ambtshalve onderzoek
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 64,41 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Sidney Berneman, Eric Van Dooren, Steven Van Overbeke en Bruno Lietaert, en in openbare rechtszitting van 19 december 2023 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20231219.2N.3 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20250402.2F.18 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250402.2F.21 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div