← België

D. contra BELGISCHE STAAT, MINISTER FINANCIEN

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 21 december 2023 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20231221.1N.8 Rolnummer: F.22.0004.N Zaak: D. contra BELGISCHE STAAT, MINISTER FINANCIEN Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Belastingrecht Invoerdatum: 2024-01-12 Raadplegingen: 857 - laatst gezien 2026-06-15 06:09 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2023:CONC.20231221.1N.8 Fiche De termijn voor het vestigen van een nieuwe aanslag eindigt drie maanden nadat de termijn bedoeld in artikel 1385undecies Gerechtelijk Wetboek is verstreken; daarbij moet niet worden onderzocht of de belastingplichtige een belang heeft om op te komen tegen de vernietiging van de oorspronkelijke aanslag

(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: INKOMSTENBELASTINGEN - AANSLAGPROCEDURE - Aanslagtermijnen Wettelijke bepalingen: Wetboek Inkomstenbelastingen 1992 - 12-06-1992 - Art. 355 - 32 Link Justel databank 19920612-32 Wetboek Inkomstenbelastingen 1992 - 12-06-1992 - Art. 375 - 32 Link Justel databank 19920612-32 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1385undecies - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Tekst van de beslissing Nr. F.22.0004.N
  1. G.D.,
  2. B.D., eisers, vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1170 Brussel, Terhulpensesteenweg 177/7, waar de eisers woonplaats kiezen, tegen BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kabinet te 1000 Brussel, Wetstraat 12, voor wie optreedt de Adviseur-generaal-directeur Centrum P Gent, met kantoor te 9050 Ledeberg, Gaston Crommenlaan 6 bus 408, verweerder, vertegenwoordigd door mr. Willy van Eeckhoutte, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 9051 Gent, Drie Koningenstraat 3, waar de verweerder woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest van het hof van beroep te Gent van 22 juni
  3. Advocaat-generaal Johan Van der Fraenen heeft op 30 november 2023 een schriftelijke conclusie neergelegd. Raadsheer Myriam Ghyselen heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Johan Van der Fraenen heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eisers voeren in hun verzoekschrift, dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling
  4. Krachtens artikel 355, eerste lid, WIB92 kan de administratie, wanneer een aanslag nietig verklaard is omdat hij niet werd gevestigd overeenkomstig een wettelijke regel, met uitzondering van een regel betreffende de verjaring, zelfs wanneer de voor het vestigen van de aanslag gestelde termijn reeds is verlopen, ten name van dezelfde belastingschuldige, op grond van dezelfde belastingelementen of op een gedeelte ervan, een nieuwe aanslag vestigen binnen drie maanden vanaf de datum waarop de beslissing van de directeur van de belastingen of van de door hem gedelegeerde ambtenaar niet meer voor de rechter kan worden gebracht. Artikel 375, tweede lid, tweede zin, WIB92 bepaalt dat de beslissing van de directeur der belastingen of van de door hem gedelegeerde ambtenaar onherroepelijk is wanneer geen vordering is ingesteld binnen de in artikel 1385undecies Gerechtelijk Wetboek vermelde termijn. Op grond van artikel 1385undecies, tweede lid, Gerechtelijk Wetboek is de beslissing van de directeur der belastingen of van de door hem gedelegeerde ambtenaar onherroepelijk wanneer geen vordering bij de rechtbank van eerste aanleg overeenkomstig artikel 569, eerste lid, 32°, Gerechtelijk Wetboek is ingesteld binnen drie maanden vanaf de kennisgeving van de beslissing met betrekking tot het administratief verhaal.
  5. Uit deze wetsbepalingen volgt dat de termijn voor het vestigen van een nieuwe aanslag eindigt drie maanden nadat de termijn bedoeld in artikel 1385undecies Gerechtelijk Wetboek is verstreken. Daarbij moet niet worden onderzocht of de belastingplichtige een belang heeft om op te komen tegen de vernietiging van de oorspronkelijke aanslag.
  6. De appelrechter stelt vast en oordeelt dat: - zowel uit artikel 355 WIB92 als uit zijn ontstaansgeschiedenis duidelijk blijkt dat de termijn van drie maanden begint te lopen vanaf het ogenblik dat de beslissing van de administrateur-generaal definitief is geworden en het enkel het verloop van de tijd die daarvoor nodig is, die wordt geviseerd door de termijnbepaling opgenomen in artikel 355 WIB92; - op grond van artikel 375 WIB92 de beslissing van de administrateur-generaal onherroepelijk is wanneer geen vordering is ingesteld bij de rechtbank van eerste aanleg binnen de in artikel 1385undecies Gerechtelijk Wetboek vermelde termijn, de relevante termijn vermeld in artikel 1385undecies Gerechtelijk Wetboek drie maanden is vanaf de kennisgeving van de beslissing met betrekking tot het administratief verhaal; - uit artikel 375 WIB92 volgt dat de beslissing van de administrateur-generaal definitief is wanneer binnen een termijn van drie maanden vanaf de kennisgeving ervan geen vordering is ingesteld bij de rechtbank van eerste aanleg en het einde van deze termijn dan ook de startdatum is voor de termijn van drie maanden vermeld in artikel 355 WIB92; - toelaatbaarheidsvereisten voor het brengen van een vordering voor de rechtbank, andere dan het loutere verloop van de bij wet bepaalde termijn vooraleer een beslissing definitief wordt, in het kader van het bepalen van de startdatum van de termijn opgenomen in artikel 355 WIB92 niet relevant zijn en voor het bepalen van de startdatum van de termijn van drie maanden bepaald door artikel 355 WIB92 dus niet moet worden onderzocht of de belastingplichtige een belang heeft om op te komen tegen de vernietiging van de initiële aanslag; - om die reden het onderscheid dat de eisers menen te kunnen ontwaren tussen de oude fiscale procedure en de nieuwe fiscale procedure niet ter zake dienend is; - dat onder de nieuwe fiscale procedure het voorwerp van het geschil de aanslag is en niet de beslissing na bezwaar, geen afbreuk doet aan het feit dat ook onder de nieuwe fiscale procedure de beslissing na bezwaar binnen een bepaalde termijn voor de rechter kan worden gebracht; - de kwestieuze aanslag op grond van artikel 355 WIB92 werd gevestigd op 22 februari 2018, dit is binnen de termijn van drie maanden vanaf de datum waarop de beslissing van 28 september 2017 niet meer voor de rechter kon worden gebracht.
  7. De appelrechter die op deze gronden beslist dat geen laattijdigheid kan worden vastgesteld, verantwoordt zijn beslissing naar recht. Het middel kan niet worden aangenomen. Dictum Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eisers tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eisers op 276,65 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Koen Mestdagh, als voorzitter, en de raadsheren Bart Wylleman, Eric Van Dooren, Sven Mosselmans en Myriam Ghyselen, en in openbare rechtszitting van 21 december 2023 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Koen Mestdagh, in aanwezigheid van advocaat-generaal Johan Van der Fraenen, met bijstand van griffier Elien Van Isterdael. PDF document ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20231221.1N.8 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2023:CONC.20231221.1N.8 geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20250509.1N.8 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.