id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Conclusie van het Openbaar Ministerie van 10 februari 2023 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2023:CONC.20230210.1N.5 Rolnummer: C.20.0453.N Zaak: G. contra AGFA FINANCE Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Overige - Burgerlijk recht Invoerdatum: 2023-05-30 Raadplegingen: 412 - laatst gezien 2026-06-15 03:45 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230210.1N.5 Fiches 1 - 3 Omwille van de jurisdictionele aard van hun functie mogen arbiters zich niet mengen in het debat over de nietigverklaring van hun sententie zodat het hun evenmin is toegestaan een rechtsmiddel aan te wenden tegen de beslissing waarbij hun sententie wordt vernietigd, met dien verstande dat de redenen van deze beslissing in het kader van een eventueel aansprakelijkheidsgeding ten hunne opzichte slechts de bewijswaarde van een weerlegbaar vermoeden hebben
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: ARBITRAGE Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 292 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 297 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 304 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1097 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Algemeen rechtsbeginsel volgens hetwelk niemand tegelijkertijd rechter en partij in een zelfde zaak mag zijn Thesaurus CAS: CASSATIEBEROEP - BURGERLIJKE ZAKEN - Personen door of tegen wie cassatieberoep kan of moet worden ingesteld - Gevolgen van niet-ontvankelijkheid t.a.v. een partij Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 292 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 297 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 304 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1097 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Algemeen rechtsbeginsel volgens hetwelk niemand tegelijkertijd rechter en partij in een zelfde zaak mag zijn Thesaurus CAS: BEWIJS - BURGERLIJKE ZAKEN - Geschriften - Bewijswaarde Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 292 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 297 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 304 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1097 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Algemeen rechtsbeginsel volgens hetwelk niemand tegelijkertijd rechter en partij in een zelfde zaak mag zijn Tekst van de conclusie C.20.0453.N Conclusie van mevrouw advocaat-generaal E. Herregodts: Situering.
- Op 20 december 2007 werd door verweerster, samen met andere vennootschapen, een arbitrageprocedure opgestart teneinde een geschil te horen beslechten, gerezen in het kader van een kredietverzekeringsovereenkomst gesloten tussen verweerster en EULER HERMES NV, in gemeenverklaring opgeroepen partij. Er werd een arbitraal college samengesteld, bestaande uit eisers.
- Door het arbitraal college werd op 29 november 2011 een eerste tussensententie geveld.
- Op 4 december 2014 werd door het arbitraal college een tweede tussensententie geveld.
- Bij dagvaarding van 4 maart 2015 werd door verweerster de vernietiging gevorderd door de Nederlandstalige rechtbank van eerste aanleg Brussel. van de tweede tussensententie.
- Op 18 februari 2016 werd door het arbitraal college een eindsententie geveld.
- Bij dagvaarding betekend op 4 en 5 juli 2016 werd door verweerster de vernietiging gevorderd door de Nederlandstalige rechtbank van eerste aanleg Brussel van de eindsententie.
- Bij vonnis gewezen op 12 oktober 2016 werd de vordering tot vernietiging van de tweede tussensententie ontvankelijk doch ongegrond verklaard. Bij vonnis van 22 februari 2018 werd de vordering tot vernietiging van de eindsententie eveneens ontvankelijk doch ongegrond verklaard. Door verweerster werd tegen beide vonnissen hoger beroep aangetekend bij het hof van beroep van Brussel.
- Met een tussenarrest door het hof van beroep van Brussel gewezen op 16 juni 2020, worden beide hoger beroepen samengevoegd. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard in zoverre het strekt tot de vernietiging van de arbitrale sententies van 4 december 2014 en 18 februari 2016 op grond van de strijdigheid met de openbare orde en de overschrijding van rechtsmacht of bevoegdheden. Het hoger beroep wordt gegrond verklaard in zoverre het strekt tot de vernietiging van de arbitrale tussensententie van 4 december 2014 op grond van artikel 1704, 2°, g) van het Gerechtelijk Wetboek. De arbitrale tussensententie van 4 december 2014 wordt vernietigd. Het debat wordt heropend teneinde partijen toe te laten standpunt in te nemen met betrekking tot de ontvankelijkheid van het hoger beroep in zoverre het gericht is tegen de arbiters, en teneinde partijen toe te laten standpunt in te nemen omtrent de gevolgen van de vernietiging van de arbitrale tussensententie van 4 december
- Met een eindarrest door het hof van beroep van Brussel gewezen op 20 oktober 2020, wordt het hoger beroep van verweerster onontvankelijk verklaard in zoverre gericht tegen eisers als arbiters, en wordt de arbitrale eindsententie van 18 februari 2016 vernietigd.
- Eisers komen met hun voorziening in cassatie, met 3 middelen, op tegen het arrest dat op 16 juni 2020 werd gewezen door het hof van beroep van Brussel. Voor verweerster werd op 24 november 2020 een memorie van antwoord betekend aan eisers. De memorie van antwoord werd neergelegd op 26 november
- Voor eisers werd op 16 december 2020 een memorie van wederantwoord neergelegd. Bespreking. Middel van niet-ontvankelijkheid van het cassatieberoep ambtshalve aangevoerd door het openbaar ministerie.
- Ik meen, krachtens artikel 1097 Gerechtelijk Wetboek, tegen de voorziening in cassatie van eisers ambtshalve een middel van niet-ontvankelijkheid te moeten aanvoeren, wegens schending van een regel van openbare orde. Het algemeen rechtsbeginsel volgens hetwelk niemand tegelijk rechter en partij kan zijn in dezelfde zaak (“nemo iudex in causa sua”) raakt de openbare orde
(1). De functie van een arbiter is van jurisdictionele aard. Hieruit volgt mijns inziens dat de arbiters de beslissing waarbij hun arbitrale sententie wordt vernietigd, niet door een rechtsmiddel kunnen bestrijden
(2). Arbiters mogen zich immers, gelet op hun functie, niet mengen in het debat over de nietigverklaring van hun sententie. Conclusie: Het cassatieberoep is niet-ontvankelijk. __________________________
(1)Cass. 13 oktober 1975, AC 1975, 191, ECLI:BE:CASS:1975:ARR.19751013.8.
(2)Zie Cass. Fr. 16 december 1997, geciteerd bij onder meer B. HANOTIAU en O. CAPRESSE, “L’annulation des sentences arbitrales”, JT 2004, 415. PDF document ECLI:BE:CASS:2023:CONC.20230210.1N.5 Gerelateerde publicatie(s) Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230210.1N.5 citeert: ECLI:BE:CASS:1975:ARR.19751013.8 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div