id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Conclusie van het Openbaar Ministerie van 24 februari 2023 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2023:CONC.20230224.1N.2 Rolnummer: F.20.0115.N Zaak: SURYA'S ASSOCIATES c. BELGISCHE STAAT fod Financië Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Constitutioneel recht - Belastingrecht Invoerdatum: 2023-04-19 Raadplegingen: 416 - laatst gezien 2026-06-15 08:18 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230224.1N.2 Fiche 1 Een delegatie aan de Koning is niet in strijd met het fiscaal legaliteitsbeginsel voor zover de machtiging voldoende nauwkeurig is omschreven en betrekking heeft op de tenuitvoerlegging van maatregelen waarvan de essentiële elementen voorafgaandelijk door de wetgever zijn vastgelegd. Thesaurus CAS: MACHTEN - SCHEIDING DER MACHTEN Fiche 2 De wetgever heeft de essentiële elementen bepaald voor het bepalen van de belastbare minima in het geval een onderneming of beoefenaar van een vrij beroep geen aangifte indient of laattijdig aangifte indient, en er geen bewijskrachtige gegevens zijn die worden geleverd door de belanghebbenden of door de administratie om de belastbare winsten en baten vast te stellen
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: INKOMSTENBELASTINGEN - AANSLAGPROCEDURE - Bewijsvoering - Vergelijking met soortgelijke belastingplichtigen Wettelijke bepalingen: Wetboek Inkomstenbelastingen 1992 - 12-06-1992 - Art. 342 - 32 Link Justel databank 19920612-32 Fiche 3 De belastbare winst, die wordt vastgesteld in overeenstemming met de minimumwinst die per in het bijzonder aangeduide sector belastbaar is en die refereert aan de essentiële elementen die door de wetgever zijn vastgesteld, bepaalt op minimum 19.000 euro, is in overeenstemming met de delegatie die de wetgever aan de Koning heeft gegeven
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: INKOMSTENBELASTINGEN - AANSLAGPROCEDURE - Aanslag van ambtswege en forfaitaire aanslag Wettelijke bepalingen: Koninklijk Besluit tot uitvoering van het Wetboek van Inkomstenbelastingen 1992 - 27-08-1993 - Art. 182, § 2 - 48 ELI link Pub nr 1993003537 Tekst van de conclusie F.20.0115.N Conclusie van advocaat-generaal S. Ravyse: Inleiding De eiseres diende geen belastingaangifte in en werd daarom van ambtswege belast op een forfaitaire minimumwinst, zoals voorzien in artikel 342 WIB92. In het bestreden arrest van 16 mei 2020 bevestigde het hof van beroep te Antwerpen die aanslag. De opgelegde belastingverhoging werd herleid van 200% naar 30%. (…) Bespreking van het tweede middel De eiseres heeft dit middel niet voor het eerst in deze zaak aan het Hof voorgelegd. Dit middel in zijn geheel maakte reeds het voorwerp uit van een cassatieberoep van de eiseres, dat aanleiding gaf tot het arrest van 21 april 2022
(1). In dat arrest oordeelde het Hof dat het niet bevoegd is de verenigbaarheid van een wet met de Grondwet na te gaan en om die reden die onderdelen van het middel onontvankelijk zijn. Anders dan in het vierde onderdeel aangevoerd, hebben de appelrechters het verweer over de wettigheid van artikel 342, WIB92 wel uitvoerig beantwoord. Het vierde onderdeel houdt geen verband met een schending van artikel 149 van de Grondwet en lijkt mij om die reden onontvankelijk. De appelrechters hebben in hun motivering ook terecht verwezen naar het arrest van het Hof van 23 januari 2020
(2). In dat arrest oordeelde het Hof dat uit artikel 342, WIB92, (onder meer) volgt dat de wetgever: - de essentiële elementen heeft bepaald voor het bepalen van de belastbare minima in het geval een onderneming of beoefenaar van een vrij beroep geen aangifte indient of laattijdig aangifte indient; - de Koning machtigt om, met inachtneming van de gegevens die de wetgever heeft bepaald, het minimum van de winst dat belastbaar is te bepalen. In dat arrest oordeelde het Hof vervolgens dat de uitvoeringsbepalingen (artikel 182, § 2, eerste lid, KB WIB92) die de belastbare winst bepaalt op minimum 19.000 euro, in overeenstemming zijn met de delegatie die de wetgever aan de Koning heeft gegeven. Het middel dat in zijn geheel berust op een andere rechtsopvatting, faalt m.i. naar recht. Bovendien oordeelde het Grondwettelijk Hof in meerdere arresten dat de regeling van de forfaitaire minimumwinst niet strijdig is met de artikelen 10, 11, en 172 van de Grondwet
(3). Besluit: verwerping. _____________________________________
(1)Cass. 21 april 2022, AR F.19.0119.N, arrest niet gepubliceerd.
(2)Cass, 23 januari 2020, AR F.18.0036.N, AC 2020, nr. 68, ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200123.1N.3
(3)Gwh. 19 juni 2013, nr. 93/2013, Gwh. 24 april 2014, nr. 66/2014; Gwh., 24 maart 2016, nr. 47/2016. PDF document ECLI:BE:CASS:2023:CONC.20230224.1N.2 Gerelateerde publicatie(s) Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230224.1N.2 citeert: ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200123.1N.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div