← België

T. contra V.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Conclusie van het Openbaar Ministerie van 17 maart 2023 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2023:CONC.20230317.1N.2 Rolnummer: C.22.0248.N Zaak: T. contra V. Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Burgerlijk recht Invoerdatum: 2023-08-14 Raadplegingen: 518 - laatst gezien 2026-06-15 11:05 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230317.1N.2 Fiche De ingebrekestelling heeft geen stuitende werking wanneer de vermelding van het adres van de woonplaats, verblijfplaats of gekozen woonplaats onjuist is doordat de verificatieplicht niet werd nageleefd; de ingebrekestelling waarop het juiste adres is vermeld op het ogenblik van verzending heeft, mits aan de overige vereisten is voldaan, stuitende werking, ook al heeft de verzender zich niet van de juistheid van het adres vergewist aan de hand van een administratief document van minder dan een maand oud

(1).
(1)Zie gelijkluidende concl. OM. Thesaurus CAS: VERJARING - BURGERLIJKE ZAKEN - Stuiting Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Art. 2244, § 2, derde en vierde lid - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Annotaties Publicaties: NJW-Nieuw juridisch weekblad - 2023, nr. 490, p.
  1. - VAN DEN ABEELE, Frederik; Noot'Stuiting verjaring door buitengerechtelijke ingebrekestelling' TBBR-Tijdschrift voor Belgisch burgerlijk recht - 2025, nr. 1, p. 17-
  2. - ROUVROY, Gilles; Noot'Het (norm)doel heiligt de middelen, ook bij een toevalstreffer' Tekst van de conclusie C.22.0248.N Conclusie van advocaat-generaal DECONYNCK:
  3. Verloop rechtspleging. Het hof van beroep te Antwerpen wees de vordering van de eisers in cassatie bij arrest van 8 maart 2022 af ingevolge verjaring. De eisers in cassatie betwisten dat hun vordering verjaard zou zijn.
  4. Bespreking.
  5. De eisers in cassatie voeren aan dat artikel 2244, § 2 Oud Burgerlijk Wetboek grondwetsconform moet geïnterpreteerd worden zodat een onregelmatige ingebrekestelling, bijvoorbeeld bij gebrek aan administratief document van minder dan 1 maand oud ter verificatie van de adresgegevens van de schuldenaar, wel moet geacht worden de verjaring te stuiten. Zij concluderen dat de appelrechter door geen stuitende werking toe te kennen aan de ingebrekestelling omwille van het feit dat een dergelijk document niet werd opgevraagd artikel 2244, § 2 Oud Burgerlijk Wetboek in samenhang gelezen met de artikelen 10 en 11 van de Grondwet schendt.
  6. Artikel 2244, § 2 Oud Burgerlijk Wetboek, voorlaatste en laatste lid luiden als volgt (eigen benadrukking): “De verjaring wordt gestuit op het ogenblik van de verzending van de ingebrekestelling bij aangetekende zending met ontvangstbewijs. De advocaat van de schuldeiser, de gerechtsdeurwaarder daartoe aangesteld door de schuldeiser of de persoon die krachtens artikel 728, § 3, van het Gerechtelijk Wetboek in rechte mag verschijnen namens de schuldeiser vergewist zich van de juiste gegevens van de schuldenaar aan de hand van een administratief document van minder dan een maand oud. Ingeval de bekende verblijfplaats verschilt van de woonplaats, zendt de advocaat van de schuldeiser, de gerechtsdeurwaarder daartoe aangesteld door de schuldeiser of de persoon die krachtens artikel 728, § 3, van het Gerechtelijk Wetboek in rechte mag verschijnen namens de schuldeiser, een kopie van zijn aangetekende zending naar die verblijfplaats. Om een verjaringsstuitende werking te hebben, moet de ingebrekestelling volledig en uitdrukkelijk de volgende vermeldingen bevatten: 1° de gegevens van de schuldeiser: voor een natuurlijke persoon, de naam, de voornaam en het adres van de woonplaats, of, in voorkomend geval, van de verblijfplaats of van de gekozen woonplaats, overeenkomstig de artikelen 36 en 39 van het Gerechtelijk Wetboek; voor een rechtspersoon, de juridische vorm, de benaming en het adres van de maatschappelijke zetel of, in voorkomend geval, van de administratieve zetel, overeenkomstig artikel 35 van het Gerechtelijk Wetboek; 2° de gegevens van de schuldenaar: voor een natuurlijke persoon, de naam, de voornaam en het adres van de woonplaats, of, in voorkomend geval, van de verblijfplaats of van de gekozen woonplaats, overeenkomstig de artikelen 36 en 39 van het Gerechtelijk Wetboek; voor een rechtspersoon, de juridische vorm, de benaming en het adres van de maatschappelijke zetel of, in voorkomend geval, van de administratieve zetel, overeenkomstig artikel 35 van het Gerechtelijk Wetboek; 3° de beschrijving van de verbintenis die de schuldvordering heeft doen ontstaan; 4° indien de schuldvordering betrekking heeft op een geldsom, de verantwoording van alle bedragen die van de schuldenaar worden geëist, met inbegrip van de schadevergoeding en de verwijlinteresten; 5° de termijn waarbinnen de schuldenaar zijn verbintenissen kan nakomen alvorens bijkomende invorderingsmaatregelen kunnen worden getroffen; 6° de mogelijkheid in rechte op te treden met het oog op de uitwerking van andere invorderingsmaatregelen indien de schuldenaar niet binnen de vastgestelde termijn reageert; 7° de verjaringsstuitende werking van deze ingebrekestelling; 8° de handtekening van de advocaat van de schuldeiser, van de gerechtsdeurwaarder daartoe aangesteld door de schuldeiser of van de persoon die krachtens artikel 728, § 3, van het Gerechtelijk Wetboek in rechte mag verschijnen namens de schuldeiser”.
  7. De verjaringsstuitende werking van de aangetekende ingebrekestelling bedoeld in artikel 2244, § 2 Oud Burgerlijk Wetboek is gelet op de gebruikte bewoordingen dus louter afhankelijk gesteld van de 8 punten opgesomd in het laatste lid van dit artikel, waaronder de gegevens van de schuldenaar. Het verlenen van verjaringsstuitende werking aan een dergelijke ingebrekestelling is daarentegen niét of tenminste niet zonder meer afhankelijk gesteld van de verificatie van de gegevens van de schuldenaar aan de hand van een administratief document van minder dan 1 maand oud. Zoals uit de wettekst blijkt, heeft die verificatie immers louter tot doel de juistheid van die gegevens te verifiëren. Hieruit volgt dat indien de ingebrekestelling de juiste gegevens van de schuldenaar vermeldt – en evident indien ook voldaan is aan de overige 7 punten – die ingebrekestelling daardoor voldoet aan de door artikel 2244, § 2, laatste lid Oud Burgerlijk Wetboek gestelde voorwaarden en derhalve de verjaring stuit. De vraag naar de al dan niet verificatie van de gegevens van de schuldenaar aan de hand van een administratief document van minder dan 1 maand oud wordt dus maar relevant indien die gegevens fout zouden zijn. In die omstandigheden moet kunnen aangetoond worden dat men er alles aan heeft gedaan om die gegevens te verifiëren. De ingebrekestelling verkrijgt dan gelet op het samen lezen van artikel 2244, § 2, voorlaatste en laatste lid Oud Burgerlijk Wetboek niettegenstaande de foutieve gegevens desalniettemin toch stuitende werking indien een administratief document van minder dan 1 maand oud werd opgevraagd
(1). Het is niet vereist om artikel 2244, § 2 Oud Burgerlijk Wetboek grondwetsconform te interpreteren zoals de eisers aanvoeren en er is evenmin sprake van een onregelmatige ingebrekestelling indien de gegevens van de schuldenaar juist zijn maar niet werden geverifieerd: de logische interpretatie van de wettekst volstaat om in casu te besluiten tot de schending van dit artikel. 4. De appelrechter die oordeelt dat artikel 2244, § 2 Oud Burgerlijk Wetboek ook wanneer de gegevens van de schuldenaar juist zijn slechts verjaringsstuitende werking aan een buitengerechtelijke ingebrekestelling verleent indien die gegevens werden geverifieerd aan de hand van een administratief document van minder dan 1 maand oud, verantwoordt zijn beslissing niet naar recht. Het middel is in zoverre gegrond. Conclusie: vernietiging met verwijzing. ______________________
(1)Zie ook het verslag namens de commissie voor de justitie, 17 juli 2012, Parl.St. Senaat 2011-2012, nr. 5-146/6, 29 (eigen benadrukking): “Het is aan de schuldeiser om aan de hand van de aangetekende brief en de daaraan verbonden verjaringsstuitende werking aan te tonen dat alle door de wet voorgeschreven voorwaarden vervuld waren en dat ingebrekestelling verzonden werd naar een adres waar de geadresseerde bereikt werd of geacht werd bereikt te kunnen worden”. PDF document ECLI:BE:CASS:2023:CONC.20230317.1N.2 Gerelateerde publicatie(s) Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230317.1N.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.