id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Conclusie van het Openbaar Ministerie van 31 maart 2023 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2023:CONC.20230331.1N.5 Rolnummer: F.22.0087.N Zaak: VLAAMS GEWEST'contra ONDERNEMINGEN JANSEN Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Belastingrecht Invoerdatum: 2023-06-05 Raadplegingen: 418 - laatst gezien 2026-06-15 08:28 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230331.1N.5 Fiche Voor de toepassing van de kilometerheffing volstaat het niet dat het voertuig geschikt is voor het vervoer van goederen over de weg; vereist is dat het voertuig bestemd is of gebruikt wordt, al dan niet uitsluitend, voor zulk vervoer
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: GEMEENSCHAPS- EN GEWESTBELASTINGEN Wettelijke bepalingen: Decreet 13 december 2013 houdende de Vlaamse Codex Fiscaliteit - 13-12-2013 - Art. 2.4.1.0.1 - 06 ELI link Pub nr 2013036154 Tekst van de conclusie F.22.0087N Conclusie van advocaat-generaal S. Ravyse: Inleiding. Uit de stukken waarop mag worden acht geslagen blijkt dat de verweerster een bedrijf is dat onder meer gespecialiseerd is in het bouwrijp maken van gronden. Ze werd door de eiser aangeslagen in de kilometerheffing voor de grondzuigwagens waarover ze beschikt. Volgens de verweerster vallen deze daartoe speciaal en definitief omgebouwde vrachtwagens niet onder het materieel toepassingsgebied van de kilometerheffing. Het hof van beroep te Brussel stelde de verweerster in het gelijk op basis van de vaststelling en beoordeling dat de betrokken (gelijkaardige) grondzuigwagens niet bedoeld of gebruikt worden, al dan niet uitsluitend, voor vervoer van goederen over de weg. Het cassatieberoep van de eiser tegen dit arrest maakt het voorwerp uit van de huidige cassatieprocedure. Eiseres voert in haar verzoekschrift één middel met twee onderdelen tot cassatie aan. Situering. 2.
- In deze zaak stelt zich de vraag of een grondzuigwagen een voertuig is in de zin van artikel 1.1.0.0.2, vijfde lid, 6° VCF, met name een motorvoertuig of een samenstel van voertuigen, bedoeld of gebruikt, al dan niet uitsluitend voor het vervoer over de weg van goederen, waarvan het maximaal toegestane totaalgewicht meer dan 3,5 ton bedraagt. 2.
- Een eerste reflex kan zijn dat het de feitenrechter toekomt om daarover op basis van de vast te stellen feiten te beslissen. Hier staat de rechtsvraag centraal welke interpretatie dient te worden gegeven aan de woorden in de tekst van de codex “al dan niet uitsluitend, bedoeld of gebruikt voor vervoer van goederen over de weg”. Meer in het bijzonder beperkt de vraag zich hier tot de draagwijdte van de woorden in de “al dan niet uitsluitend bedoeld” vermits de eiser niet betwist dat de grondzuigwagens door de verweerster niet werden gebruikt voor het vervoer van goederen over de weg. 2.
- Volgens de eiser moet onder ‘een voertuig bedoeld voor het vervoer over de weg van goederen’ worden verstaan een voertuig dat geschikt is en dienst kan doen voor het vervoer van goederen over de weg, ongeacht of het voertuig als zodanig daarvoor wordt gebruikt. Elk voertuig, waarvan het maximaal toegestane totaalgewicht meer dan 3,5 ton bedraagt, dat door zijn aard, constructie, opbouw, verbouwing of kenmerkende eigenschappen goederen over de weg kan vervoeren, is volgens de eiser bedoeld voor het vervoer over de weg van goederen. Het is niet vereist dat het voertuig uitsluitend is bedoeld voor het vervoer van goederen over de weg. Een voertuig dat slechts occasioneel, bijkomstig of ondergeschikt dienst doet voor het vervoer van goederen over de weg is evenzeer bedoeld voor het vervoer over de weg van goederen. Een grondzuigwagen die over een laadcapaciteit beschikt voor het stockeren van de grond die afkomstig is van de uitgevoerde werkzaamheden, is volgens de eiser aan de kilometerheffing onderworpen in zoverre die laadcapaciteit het mogelijk maakt dat de betreffende goederen over de weg worden vervoerd, ook al is het vervoeren van die goederen niet de primaire functie of hoofdbestemming van het voertuig en zelfs al wordt het voertuig daarvoor slechts occasioneel of zelfs helemaal niet gebruikt. De eiser vraagt (in het eerste onderdeel) aldus aan het Hof om zijn interpretatie te erkennen dat van zodra een voertuig geschikt is of in staat is of kan dienen om goederen over de weg te vervoeren, dit voertuig daartoe bedoeld is, ongeacht of het daartoe wordt gebruikt of ook nog dienstig is voor andere functies. 2.
- Uit de voorbereidende werken blijkt dat de definitie van voertuig in artikel 1.1.0.0.2 VCF is ontleend aan de definitie van voertuig in Richtlijn 1999/62/EG, zoals gewijzigd door Richtlijn 2006/38/EG en Richtlijn 2011/76/EU
(1). In de oorspronkelijke versie van Richtlijn 1999/62/EG werd “voertuig” omschreven als een motorvoertuig of een samenstel van voertuigen dat uitsluitend bestemd (“destinés”; “intended”) is voor het goederenvervoer over de weg en waarvan het maximaal toegestane totaalgewicht ten minste 12 ton bedraagt. Deze definitie van voertuig werd door Richtlijn 2006/38/EG vervangen als volgt: een motorvoertuig of een samenstel van voertuigen bedoeld of uitsluitend gebruikt (“exclusivement prévu ou utilisé”; “intended or used exclusively”) voor het vervoer over de weg van goederen en waarvan het maximaal toegestane totaalgewicht meer dan 3,5 ton bedraagt. De toelichting bij die richtlijn vermeldt dat met het voorstel voor een richtlijn het communautair kader voor tarifering van het infrastructuurgebruik wordt uitgebreid tot voor het goederenvervoer bestemde voertuigen van meer dan 3,5 ton
(2). De definitie van voertuig werd ten slotte nog eens vervangen door Richtlijn 2011/76/EU. In de actuele versie van Richtlijn 1999/62/EG wordt onder voertuig verstaan: een motorvoertuig of een samenstel van voertuigen bedoeld of gebruikt (“prévu ou utilisé”; “intended or used”) voor het vervoer over de weg van goederen en waarvan het maximaal toegestane totaalgewicht meer dan 3,5 ton bedraagt. Uit deze omschrijvingen blijkt dat de termen ‘bedoeld’ en ‘bestemd’ als synoniemen worden gebruikt. Dit blijkt ook uit de voorbereidende werken van het decreet van 3 juli 2015. Uit de toelichting blijkt immers dat de kilometerheffing van toepassing zal zijn op voertuigen bestemd voor het vervoer van goederen over de weg met een maximaal toegestaan totaalgewicht hoger dan 3,5 ton
(3). Dat het voertuig bestemd moet zijn voor het vervoer van goederen over de weg lijkt te veronderstellen dat het voertuig specifiek ontworpen moet zijn met de bedoeling om goederen te vervoeren over de weg. Dat blijkt ook uit de voorbereidende werken. Om te bepalen of een voertuig ontworpen is voor of gebruikt wordt voor het vervoer van goederen zal de classificatie volgens de internationale voertuigcategorieën, vermeld in artikel 1, § 1, van het koninklijk besluit van 15 maart 1968 houdende algemeen reglement op de technische eisen waaraan de auto’s, hun aanhangwagens en hun veiligheidstoebehoren moeten voldoen, als indicatie gelden. Zo zullen bijvoorbeeld alle ‘voor het vervoer van goederen ontworpen en gebouwde voertuigen’ van categorie N2 en N3, vermeld in punt 2 van voormeld artikel, geacht worden onderhevig te zijn aan de kilometerheffing. 2.5. De Vlaamse belastingdienst verduidelijkt in de omzendbrief FB/VLABEL/2020/2 van 23 december 2020 welke voertuigen vanaf 1 april 2016 op de belangrijkste Vlaamse wegen een kilometerheffing zullen moeten betalen
(4). In die omzendbrief wordt gepreciseerd dat gelet op de voorwaarden dat het voertuig bedoeld of gebruikt wordt voor het vervoer van goederen over de weg, oplegger- of aanhangwagentrekkende voertuigen van meer dan 3,5 ton MTT (maximaal toegestane totaalgewicht) die uit hun aard bedoeld zijn voor het vervoer van goederen, altijd onder het materiële toepassingsgebied van de kilometerheffing vallen, ook als die voertuigen alleen, zonder oplegger of aanhangwagen, rondrijden
(5). 2.6. Volgens deze omzendbrief valt een “voertuig van speciale constructie, ook wel bedrijfsmaterieel genoemd, (voertuig getypeerd als MT (codes N, O, T, C, R, S)) (…) echter niet onder het materieel toepassingsgebied van de kilometerheffing als het wegens zijn constructie of definitieve verbouwing voornamelijk bestemd of bedoeld is als werktuig met een laadvermogen dat bijna nul is ten opzichte van het tarragewicht”. De omzendbrief preciseert dat onder andere de volgende werktuigmachines “in principe niet onder het materieel toepassingsgebied van de kilometerheffing” vallen “als ze geen goederen vervoeren”: “graafmachines”, “bulldozers”, “dumpers”, enz
(6). (eigen benadrukking) 2.7. Een grondzuigmachine beschikt, zoals een bulldozer, een dumper en een graafmachine noodzakelijk voor de zinnige uitoefening van zijn bestemming over een laadcapaciteit, namelijk hun schep- of opvangbak of kuip. Het zijn werktuigen die zuigen, graven, scheppen of dumpen om goederen (vb. grond) te verplaatsen (= vervoeren?). Zonder hun laadcapaciteit kunnen deze voertuigen hun functie niet uitoefenen. Op zich zijn deze voertuigen in staat om met een volle (schep/opvang)bak van een werf over de weg de lading te vervoeren. Dat betekent m.i. niet dat deze goederen bedoeld zijn om goederen over de weg te vervoeren. Het standpunt van de eiser in zijn omzendbrief dat deze voertuigen als werktuig “in principe” niet onderworpen zijn aan de kilometerheffing, maar dat wel zijn “als ze goederen vervoeren”
(7), komt verwarrend voor omdat het kunnen vervoeren van goederen noodzakelijk inherent is aan hun werktuigfunctie, waarmee de eiser lijkt aan te geven dat de uitzondering voor deze werktuigen (uiteindelijk) niet geldt. Deze visie van de administratie lijkt wel aan te sluiten met het eerste onderdeel van de eiser, namelijk waar de eiser de interpretatie voorstaat dat het voor de toepassing van de kilometerheffing volstaat dat het voertuig geschikt is of in staat is of kan dienen om goederen te vervoeren. Zoals hoger aangegeven, lijkt mij deze verruiming van het toepassingsgebied niet in overeenstemming met de toepasselijk tekst van de codex (en evenmin met de tekst van de voormelde richtlijn). 2.8. De eiser argumenteert dat de decreetgever in 2015 specifiek het toepassingsgebied van de kilometerheffing heeft willen verruimen in vergelijking met dat van het (inmiddels opgeheven) eurovignet, specifiek om de kilometerheffing ook toepasselijk te maken op voertuigen die niet uitsluitend bedoeld zijn om goederen te vervoeren. Het toepassingsgebied van het eurovignet sloeg op voertuigen “uitsluitend bestemd voor het vervoer van goederen over de weg”
(8). Op grond van die omschrijving en met verwijzing naar de “algemene bestemming” in het arrest van het Hof van Justitie van 28 oktober 1999, bevestigt het Hof bij arrest van 11 maart 2011 de beslissing dat een vuilniswagen niet onder het toepassingsgebied valt van het eurovignet
(9). Hoewel niet voorzien in de thans toepasselijke richtlijn, heeft de decreetgever naar aanleiding van de invoering van de kilometerheffing specifiek de woorden “al dan niet uitsluitend” toegevoegd met betrekking tot de bestemming of het gebruik van het voertuig voor vervoer van goederen over de weg. Deze toevoeging verandert m.i. niets aan de vaststelling dat het materieel toepassingsgebied de kilometerheffing (nog steeds) betrekking heeft op de voertuigen bedoeld of gebruikt om goederen te vervoeren over de weg. Deze toevoeging lijkt evenmin afbreuk te doen aan het criterium van de “algemene bestemming” zoals door het Hof nog bevestigd in zijn arrest van 21 september 2012
(10)met gelijkluidende conclusie van advocaat-generaal THIJS waaruit blijkt dat de hoven en rechtbanken het criterium van de “algemene bestemming” hebben overgenomen
(11). Er lijken geen redenen voorhanden om inzake de kilometerheffing af te wijken van dat criterium. 2.
- Het komt de rechter toe om op grond van de vast te stellen feiten te beoordelen wat die ‘algemene bestemming’ is. De appelrechter heeft in de voorliggende zaak vastgesteld en geoordeeld dat ondanks dat bepaalde van de betrokken grondzuigwagens een laadvermogen hadden tot 10m³, er werkelijk slechts een beperkt laadcapaciteit was omdat het nettogewicht van de voertuigen klaarblijkelijk wegens hun omgebouwde constructie zeer dicht lag bij hun brutogewicht (maximaal toegestane massa - MTM) en niet mag worden vermoed dat ze worden overladen en daarmee een inbreuk begaan. 2.
- Artikel 1.1.0.0.2, vijfde lid, 6° VCF bepaalt dat ook (louter) het (feitelijk) gebruik van een voertuig voor het vervoeren van goederen over de weg volstaat voor de toepassing van de kilometerheffing. Hoewel niet relevant in deze zaak, put de eiser daaruit wel een argument voor de toepasselijkheid van de kilometerheffing ten aanzien van grondzuigwagens, omdat ze ook opdrachten kunnen uitvoeren op de openbare weg. Het bestaan van een laadcapaciteit en het (kunnen) uitvoeren van een opdracht op de weg volstaat volgens de eiser om deze voertuigen te plaatsen in het materieel toepassingsgebied van de kilometerheffing. Dit standpunt van de eiser lijkt mij moeilijk verzoenbaar met de voormelde omzendbrief tenzij, zoals hoger reeds vermeld, de administratie wil aangeven dat de uitzondering (niet onderworpen) (uiteindelijk) nooit uitwerking kan vinden voor die werktuigen
(12). Die opvatting over de omzendbrief zou echter niet bij te dragen tot de voorzienbaarheid en de rechtszekerheid van de regel. Die interpretatie lijkt niet verzoenbaar met de in de omzendbrief volgende voorziene uitdrukkelijke uitzondering: “een bus, zelfs als die een aanhangwagen met bijvoorbeeld bagage trekt, niet onder het materieel toepassingsgebied van de kilometerheffing valt, aangezien een bus een motorvoertuig is dat bestemd is voor personenvervoer”
(13). Hier lijkt de administratie af te zien van de eerder gemaakte strikte toepassing van de regel en van de door de eiser in het eerste onderdeel aangevoerde interpretatie dat een voertuig onderworpen is aan de kilometerheffing van zodat het geschikt is of kan dienen om goederen over de weg te vervoeren. De uitzondering voor de bus wijst eerder op een ‘voornamelijk-toets’ waarbij men kijkt naar de hoofdfunctie van het voertuig (personenvervoer/werktuig) en de laadcapaciteit toelaat wegens noodzakelijk (bijkomstig) voor het zinvol kunnen vervullen van de hoofdfunctie. Dit wordt overigens ook in de omzendbrief als een algemene regel geformuleerd: “Een voertuig van speciale constructie, ook wel bedrijfsmaterieel genoemd, (voertuig getypeerd als MT (codes N, O, T, C, R, S)) valt echter niet onder het materieel toepassingsgebied van de kilometerheffing als het wegens zijn constructie of definitieve verbouwing voornamelijk bestemd is als werktuig met een laadvermogen dat bijna nul is ten opzichte van het tarragewicht” (eigen benadrukking)
(14). Ook bij een gebruik van een voertuig voor vervoer van goederen over de weg lijkt het criterium van de “algemene bestemming” toepasselijk. Zelfs met toevoeging van “het gebruik” van het voertuig voor het vervoer van goederen over de weg, lijkt zich de rechtsregel van het arrest van het Hof van 21 september 2012 te handhaven, namelijk dat “de algemene bestemming van het voertuig in aanmerking moet worden genomen, ongeacht het gebruik dat er in een bepaald geval van kan worden gemaakt”
(15). Deze interpretatie houdt in dat deze werktuigen op dat moment niet werkelijk worden gebruikt voor vervoer van goederen over de weg zoals bedoeld in artikel 1.1.0.0.2, vijfde lid, 6° VCF. De ‘voornamelijk-toets’ of deze van de ‘algemene bestemming’ lijkt anderzijds niet in overeenstemming met de voorbereidende werken van de kilometerheffing waar zuigwagens uitdrukkelijk als voorbeeld worden genoemd van voertuigen die onder het toepassingsgebied van de kilometerheffing kunnen vallen “in de mate dat ze het geëxtraheerde afval ook vervoeren”
(16). Bespreking van het enig middel. Eerste onderdeel. 3.1.
- In het eerste onderdeel voert de eiser de schending aan van de artikelen 1.1.0.0.2, vijfde lid, 6°, 2.4.1.0.1 en 2.4.2.0.1 VCF. In zoverre vaststaat dat de grondzuigwagens van verweerster principieel en theoretisch geschikt zijn en dienst kunnen doen voor het vervoer van goederen over de weg en aldus bedoeld zijn voor het vervoer over de weg van goederen, ook al werden ze hiervoor niet daadwerkelijk door verweerster gebruikt, heeft het bestreden arrest volgens de eiser niet wettig beslist dat deze voertuigen niet vallen binnen het materieel toepassingsgebied van de kilometerheffing. 3.1.
- Het uitgangspunt van de eiser dat een voertuig bedoeld is voor het vervoer over de weg van goederen van zodra het geschikt is en dienst kan doen voor het vervoer van goederen over de weg, ongeacht of het voertuig als zodanig daarvoor wordt gebruikt. De eiser lijkt daarvoor inspiratie te vinden bij de rechtspraak van het Hof met betrekking tot belastingen geheven op de stoom- of motorvoertuigen die dienen tot het vervoer van personen of goederen. Volgens het Hof volstaat daartoe dat het voertuig geschikt is voor zulk vervoer en als zodanig wordt gebruikt . Die overweging is m.i. hier niet (naar analogie) toepasselijk op basis van de tekst van de codex. Een voertuig dat bedoeld of bestemd is voor het vervoer van goederen, veronderstelt inderdaad dat het voertuig geschikt is voor het vervoer van goederen, maar het is niet omdat een voertuig geschikt is voor het vervoer van goederen, dat het daarvoor ook is bedoeld of bestemd. De betrokken grondzuigwagens (met beperkte laadcapaciteit zoals vastgesteld door de appelrechter) kunnen goederen over de weg vervoeren, maar zijn daarvoor niet bedoeld of bestemd. Ze zijn bedoeld of bestemd als werktuig en vallen als zodanig niet onder de kilometerheffing, behoudens in geval van gemengd gebruik, met name wanneer ze ook daadwerkelijk gebruikt worden om het geëxtraheerde afval te vervoeren
(17). 3.1.
- Mede verwijzend naar de hoger gemaakte analyse meen ik dat het eerste onderdeel, dat ervan uitgaat dat een voertuig bedoeld is voor het vervoer over de weg als het geschikt is voor het vervoer van goederen over de weg, ongeacht of het voertuig als zodanig daarvoor wordt gebruikt, berust op een onjuiste rechtsopvatting en daarom faalt naar recht. Tweede onderdeel. 3.2.
- In het tweede middel voert de eiser de schending aan van het algemeen rechtsbeginsel inzake het recht van verdediging (artikel 774, tweede lid Ger.W.) de artikelen 1.1.0.0.2, vijfde lid, 6°, 2.4.1.0.1 en 2.4.2.0.1 VCF. 3.2.
- De eiser acht deze bepalingen geschonden omdat de appelrechter zijn beslissing dat de voertuigen van verweerster niet vallen binnen het materieel toepassingsgebied van de kilometerheffing, niet wettig heeft geschraagd op grond van feitelijke gegevens die hij kent door eigen vaststelling of die berusten op persoonlijke ervaring, waarvan hij slechts buiten de rechtszitting kennis heeft gekregen en die niet aan de tegenspraak van de partijen waren voorgelegd, waardoor het recht van verdediging van eiser was miskend; minstens had het bestreden arrest de debatten moeten heropenen. 3.2.
- Het komt mij voor dat het besteden arrest de beslissing dat de betrokken voertuigen niet zijn onderworpen aan de kilometerheffing, onder meer (en in eerste instantie) steunt op basis van een reeks van feitelijke vaststellingen, in het bijzonder dat de betrokken voertuigen slechts 2m³ grond reglementair over de weg mogen vervoeren. Het is op basis van die vaststellingen dat de appelrechter m.i. terecht zijn beslissing naar recht verantwoord dat de betroken voertuigen niet gebruikt of bedoeld zijn voor vervoer van goederen over de weg en aldus niet onder het materieel toepassingsgebied vallen van de kilometerheffing. 3.2.
- Het is juist dat de appelrechter zijn beslissing ook nog steunt op andere redenen, waaronder de reden dat ingeval een opdracht plaatsvindt op de openbare weg, het van algemene bekendheid is dat zich in dat geval allicht ook dumpers en pletwalsen zonder kenteken op die (afgesloten) werf (op de openbare weg) bevinden. Die reden was niet nodig om tot de voormelde beslissing te komen. Het tweede onderdeel dat deze laatste redengeving bekritiseert, lijkt mij op te komen tegen een bijkomende overtollige reden en kan daarom m.i. niet tot cassatie leiden, waardoor het bij gebrek aan belang niet ontvankelijk voorkomt. Derde onderdeel. 3.3.
- In het derde onderdeel voert de eiser de schending aan van de artikelen 8.1.9 en 8.29 B.W., meer bepaald de miskenning van het wettelijk begrip feitelijk vermoeden. De appelrechter zou de wettelijke regel van het feitelijk vermoeden hebben miskend door op grond van het voormeld beweerde algemeen bekend feit te oordelen dat ook de grondzuigwagens van verweerster bij werken op de openbare weg louter als werktuig worden ingezet, zoals dumpers en pletwalsen, al dan niet met kenteken. 3.3.
- Ook dit derde onderdeel lijkt mij op te komen tegen dezelfde overtollige reden zoals besproken bij het tweede onderdeel, waardoor het m.i. bij gebrek aan belang niet tot cassatie kan leiden. Besluit: verwerping. ____________________________________
(1)Mvt bij het ontwerp van decreet tot invoering van de kilometerheffing en stopzetting van de heffing van het eurovignet en tot wijziging van de Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13 december 2013 in dat verband, Parl.St. Vl.Parl. 2014-15, nr. 370/1, 13.
(2)Toelichting bij voorstel voor een Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Richtlijn 1999/62/EG betreffende het in rekening brengen van het gebruik van bepaalde infrastructuurvoorzieningen aan zware vrachtvoertuigen, COM/2003/0448 def.
(3)Mvt bij het ontwerp van decreet tot invoering van de kilometerheffing en stopzetting van de heffing van het eurovignet en tot wijziging van de Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13 december 2013 in dat verband, Parl.St. Vl.Parl. 2014-15, nr. 370/1, 3; https://docs.vlaamsparlement.be/pfile?id=1100650.
(4)Omzendbrief FB/VLABEL/2020/2 van 23 december 2020; Omzendbrief FB/VLABEL/2020/2 (vlaanderen.be).
(5)Vgl. Mvt bij het ontwerp van decreet instaurant un prélèvement kilométrique à charge des poids lourds pour l’utilisation des routes, Parl.St. Waals Parlement, 2014-15, nr. 236/1, 5: “Ainsi, à titre exemplatif, les véhicules suivants sont en dehors du champ d’application du prélèvement kilométrique: – les véhicules-outils tels que les grues, les élévateurs, les pelleteuses, les bulldozers, les dépanneuses-grues, les débardeuses, les véhicules ateliers et les remorques ateliers, les remorques-vestiaires, etc.; Sont assimilés aux véhicules-outils, les camions circulant seuls et les ensembles de véhicules (tracteurs + semi-remorques, camions + remorques) qui servent exclusivement au transport de machines-outils ou de véhicules outils ainsi que des accessoires indispensables à leur fonctionnement. Dès que le véhicule (véhicule-outil, camion, ensemble de véhicules) est affecté au transport de marchandises ou d’objets quelconques, le prélèvement kilométrique peut s’appliquer”.
(6)Omzendbrief FB/VLABEL/2020/2 van 23 december 2020, pt. 16, Omzendbrief FB/VLABEL/2020/2 (vlaanderen.be).
(7)daarbij is niet de vermelding gevoegd: “over de weg”.
(8)Artikel 3 van de Wet van 27 december 1994 tot goedkeuring van het Verdrag inzake de heffing van rechten voor het gebruik van bepaalde wegen door zware vrachtwagens, ondertekend te Brussel op 9 februari 1994 door de Regeringen van het Koninkrijk België, het Koninkrijk Denemarken, de Bondsrepubliek Duitsland, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden, en tot invoering van een Eurovignet overeenkomstig richtlijn 93/89/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 25 oktober 1993, BS 31 december 1994, add., BS 1 februari 1995.
(9)Cass. 11 maart 2011, AR F.10.0049.N, AC 2011, nr. 192, ECLI:BE:CASS:2011:ARR.20110311.4; HvJ, 28oktober 1999, C-193/98, ECLI:EU:C:1999:536.
(10)Cass. 21 september 2012, AR C.11.0636.N, AC 2012, nr. 478, ECLI:BE:CASS:2012:ARR.20120921.1, met concl. van advocaat-generaal D. THIJS.
(11)Concl. van advocaat-generaal D. THIJS bij Cass. 21 september 2012, AR C.11.0636.N, AC 2012, nr. 478, ECLI:BE:CASS:2012:CONC.20120921.1, waaruit het volgend citaat: “Het arrest van het Hof van Justitie van 28 oktober 1999 heeft aanleiding gegeven tot vaste rechtspraak van de hoven van beroep (Antwerpen 22 juni 2000, Fisc.Koer. 2000, p. 35; Antwerpen 2 maart 2004, FJF 2005, p. 57; Antwerpen 27 april 2004, FJF 2005, p. 209; Gent 25 september 2007, Fisc.Koer. 2007, p. 688; Antwerpen 30 september 2008, Fisc.Koer. 2008, p. 728; Gent 20 mei 2008, TGR 2009, p. 135) en rechtbanken van eerste aanleg (Rb. Brugge 18 december 2001, FJF 2002, p. 180; Rb. Luik 9 november 2006, FJF 2008, p. 210; Rb. Bergen 27 mei 2008, FJF 2010, p. 90). Ook in de rechtsleer werden uit dat arrest de zich opdringende conclusies getrokken (J. WILMS, R. MERMANS en J. LEMMENS, "Eurovignet - Enkele knelpunten”, A.F.T. januari 2011, 30: “Indien de visie van het Europese Hof van Justitie wordt toegepast op voertuigen-werkmachines, kunnen we niet anders dan concluderen dat de algemene bestemming van dergelijke voertuigen-werkmachines ipso facto niet kan leiden tot een exclusief goederenvervoer over de weg, zelfs al vervoeren zij tezelfdertijd goederen.” (...) Indien we het standpunt van het Europese Hof van Justitie volgen, moeten we concluderen dat voertuigen-werkmachines een dubbele functie hebben, namelijk deze van voertuig én werktuig. Derhalve zijn zij niet uitsluitend gericht op goederenvervoer.”).”
(12)vb. een graafmachine die op de weg grachten kuist (gelegen langs de weg), en het slib deponeert langs de gracht of het stort in een kiepvrachtwagen.
(13)In de praktijk zijn er ook bussen (voor personenvervoer) waarop achteraan een bagagebak is gemonteerd, die volgens de omzendbrief mogen worden geacht evenmin te zijn onderworpen aan de kilometerheffing.
(14)Omzendbrief FB/VLABEL/2020/2 van 23 december 2020, pt. 16, Omzendbrief FB/VLABEL/2020/2 (vlaanderen.be)
(15)Cass. 21 september 2012, AR C.11.0636.N, AC 2012, nr. 478, ECLI:BE:CASS:2012:ARR.20120921.1, met concl. van advocaat-generaal D. THIJS.
(16)Mvt bij het ontwerp van decreet tot invoering van de kilometerheffing en stopzetting van de heffing van het eurovignet en tot wijziging van de Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13 december 2013 in dat verband, Parl.St. Vl.Parl. 2014-15, nr. 370/1, 14.
(17)De toets van de ‘algemene bestemming’ of de ‘voornaamste bedoeling’ komt misschien neer op de feitelijke appreciatie of de werktuigfunctie een middel is om de vervoerfunctie te kunnen uitvoeren, of dat de vervoerfunctie louter noodzakelijk is om de werktuigfunctie te kunnen vervullen.2 PDF document ECLI:BE:CASS:2023:CONC.20230331.1N.5 Gerelateerde publicatie(s) Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230331.1N.5 citeert: ECLI:BE:CASS:2011:ARR.20110311.4 ECLI:BE:CASS:2012:ARR.20120921.1 ECLI:BE:CASS:2012:CONC.20120921.1 ECLI:EU:C:1999:536 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div