id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Conclusie van het Openbaar Ministerie van 31 maart 2023 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2023:CONC.20230331.1N.7 Rolnummer: F.22.0108.N Zaak: BEHEERSMAATSCHAPPIJ F.A.R. bv c. BEL ST FINANCIEN Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Belastingrecht Invoerdatum: 2023-06-05 Raadplegingen: 879 - laatst gezien 2026-06-19 02:49 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230331.1N.7 Fiche Uit de omstandigheid dat een vennootschap een rechtspersoon is die opgericht is met het oog op een winstgevende activiteit, kan niet worden afgeleid dat al haar uitgaven mogen worden afgetrokken als beroepskost; de kosten die een vennootschap maakt, zijn enkel aftrekbaar in de zin van artikel 49 WIB92 wanneer zij aan de in die bepaling gestelde voorwaarden voldoen, en onder meer wanneer die kosten gedaan of gedragen zijn om belastbare inkomsten te verkrijgen of te behouden
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: INKOMSTENBELASTINGEN - VENNOOTSCHAPSBELASTING - Vaststelling van het belastbaar netto-inkomen - Beroepskosten Wettelijke bepalingen: Wetboek Inkomstenbelastingen 1992 - 12-06-1992 - Art. 49 - 32 Link Justel databank 19920612-32 Tekst van de conclusie F.22.0108.N Conclusie van advocaat-generaal S. Ravyse: Uit de stukken waarop mag worden acht geslagen blijkt dat de eiseres een management- en patrimoniumvennootschap is die (100% volle) eigenares is van een woning gelegen te Schilde. De woning wordt door de eiseres voor 85% verhuurd aan haar zaakvoerder en voor 15% door haar zelf gebruikt. Voor de terbeschikkingstelling van het onroerend goed wordt voor de betrokken aanslagjaren 2014 en 2015 een vergoeding via rekening-courant aangerekend die wordt geboekt als ‘huuropbrengsten’. Er wordt geen voordeel van alle aard aangerekend. Op basis van die vaststellingen stellen de appelrechters vast dat de bezoldigingstheorie niet toepasselijk is
(1). De administratie weigert de aftrek van de facturen voor verschillende onderhouds- en aanpassingswerken aan de woning. In het bestreden arrest van 5 januari 2021 stelt het hof van beroep te Brussel de administratie in het gelijk. (…) De voorwaarde van een beroepskost “om belastbare inkomsten te verkrijgen of te behouden", houdt volgens de eiseres niet in dat aan deze voorwaarde niet is voldaan, indien de belastingplichtige niet aantoont of kan aantonen dat hij de "door deze specifieke investering de huurinkomsten konden worden behouden". Volgens de eiseres houdt artikel 49, eerste lid, WIB 1992, geen dergelijke vereiste van causaliteit in. Dit verweer houdt in dat het volgens de eiseres voor de aftrekbaarheid van een kost niet is vereist dat de belastingplichtige concreet moet kunnen aantonen welke belastbare inkomsten door de kost zijn verkregen of behouden. Artikel 49 WIB92 bepaalt (onder meer) dat als beroepskosten aftrekbaar zijn, de kosten die de belastingplichtige in het belastbare tijdperk heeft gedaan of gedragen om de belastbare inkomsten te verkrijgen of te behouden. Deze voorwaarde wordt geduid als de zogenaamde finaliteitsvoorwaarde. Deze voorwaarde houdt in dat de belastingplichtige met betrekking tot elke kost die hij de bewijslast draagt dat deze is gedaan of gedragen met de bedoeling om door middel van die kost belastbare inkomsten zal verkrijgen of behouden. Deze voorwaarde houdt onder meer in dat er weliswaar geen noodzakelijk verband meer moet bestaan tussen de kost en de beroepswerkzaamheid
(2)maar wel nog steeds een noodzakelijk verband moet bestaan tussen de kost en de bedoeling om door het maken van de kost belastbare inkomsten te verkrijgen of te behouden
(3). Louter de vaststelling dat een kost wordt gemaakt met betrekking tot een actief van een vennootschap dat belastbare inkomsten genereert, volstaat op zich niet om te besluiten tot de aftrekbaarheid ervan. De belastingplichtige dient aan te tonen dat de kost gemaakt is om het verkrijgen of behouden van belastbare inkomsten. In zoverre het onderdeel ervan uitgaat dat het voor de aftrekbaarheid van een kost volstaat dat deze betrekking heeft op een actief dat belastbare inkomsten opbrengt, faalt het m.i. naar recht. De appelrechters hebben niet geoordeeld dat moet worden bewezen dat tegenover de kosten daadwerkelijk de verkrijging of het behoud van belastbare inkomsten staan. Ze hebben geoordeeld dat het bewijs van de finaliteit daartoe ontbreekt, hetgeen blijkt uit de bewoordingen “zou hebben kunnen verwerven of behouden” en “konden worden behouden” en “beoogden”. In zoverre het onderdeel ervan uitgaat dat de appelrechters de aftrekbaarheid van de kost hebben verworpen omdat de eiseres niet heeft aangetoond dat de kost (werkelijk) belastbare inkomsten heeft gecreëerd of behouden, berust het m.i. op een verkeerde lezing en lijkt het mitsdien onontvankelijk. Het onderdeel kan ook in die zin worden begrepen, namelijk dat de appelrechter volgens de eiseres in strijd met artikel 49 WIB92 oordelen dat niet voldaan is aan de finaliteitsvoorwaarde hoewel de kosten betrekking hebben op werken aan de woning die structureel van aard zijn (zoals funderings- en dakwerken). In zoverre het onderdeel het Hof uitnodigt tot een onderzoek van de feiten, lijkt het mij onontvankelijk. De appelrechters oordelen bovendien dat wel voldaan is aan de finaliteitsvoorwaarde, namelijk ten belope van het beroepsgedeelte van de woning. Anders dan waar het onderdeel van uitgaat, oordelen de appelrechters dus niet dat voor deze kost niet is voldaan aan de finaliteitsvoorwaarde. In zoverre lijkt het onderdeel te berusten op een verkeerde lezing van het arrest, waardoor het onontvankelijk voorkomt. Het komt mij voor dat de appelrechters een juiste toetsing maken van de finaliteitsvoorwaarde en geen opportuniteitsbeoordeling, waardoor het onderdeel m.i. niet kan worden aangenomen. (…) Besluit: cassatie in zoverre het arrest oordeelt over de aftrek van de facturen van Alarm Wouters bv van 7 mei 2013 en 30 mei 2013 en van Halsberghe Gebroeders nv van 13 februari 2013. ____________________________________
(1)Aangezien een vergoeding/huuropbrengst wordt aangerekend, kan de terbeschikkingstelling van de woning door de eiseres aan haar zaakvoerder niet worden aangemerkt als een vergoeding (in natura) voor de levering van werkelijke prestaties door de zaakvoerder aan de vennootschap.
(2)Sinds de zogenaamde midzomerarresten van 4, 12 en 19 juni 2015: Cass. 19 juni 2015, AR F.13.0069.N, arrest niet gepubliceerd; Cass. 19 juni 2015, AR F.14.0145.N, arrest niet gepubliceerd; Cass. 12 juni 2015, AR F.14.0212.N, AC 2015, nr. 396, ECLI:BE:CASS:2015:ARR.20150612.6; Cass. 12 juni 2015, AR F.14.0080.N, AC 2015, nr. 395, ECLI:BE:CASS:2015:ARR.20150612.5; Cass. 12 juni 2015, AR F.13.0163.N, AC 2015, nr. 393, ECLI:BE:CASS:2015:ARR.20150612.3; Cass. 4 juni 2015, AR F.14.0185.F, AC 2015, nr. 375, ECLI:BE:CASS:2015:ARR.20150604.6; Cass. 4 juni 2015, AR F.14.0165.F, AC 2015, nr. 374, ECLI:BE:CASS:2015:ARR.20150604.5; zie ook Cass. 21 september 2018, AR F.17.0054.N, AC 2018, nr. 490, ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20180921.4; Cass. 21 juni 2019, AR F.18.0130.N, AC 2019, nr. 390, ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190621.6.
(3)Cass. 10 januari 1944, Pas. 1944, I, 136. PDF document ECLI:BE:CASS:2023:CONC.20230331.1N.7 Gerelateerde publicatie(s) Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230331.1N.7 citeert: ECLI:BE:CASS:2015:ARR.20150604.5 ECLI:BE:CASS:2015:ARR.20150604.6 ECLI:BE:CASS:2015:ARR.20150612.3 ECLI:BE:CASS:2015:ARR.20150612.5 ECLI:BE:CASS:2015:ARR.20150612.6 ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20180921.4 ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190621.6 geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2026:CONC.20260122.1N.8 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div