id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Conclusie van het Openbaar Ministerie van 08 mei 2023 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2023:CONC.20230508.3N.1 Rolnummer: C.22.0360.N Zaak: MEDITERRANEAN SHIPPING COMPANY SRL c. BELGISCHE STAAT Kamer: 3N - derde kamer Rechtsgebied: Handelsrecht Invoerdatum: 2023-07-12 Raadplegingen: 342 - laatst gezien 2026-06-18 03:44 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230508.3N.1 Fiche 1 Een administratieve geldboete kan worden opgelegd aan de kapitein of de eigenaar die, zelfs buiten België, een vaartuig zee doet kiezen of in de Belgische zeewateren of binnenwateren een vaartuig doet varen, als de toestand ervan de veiligheid van de bemanning, van de passagiers of van de lading of het mariene milieu in gevaar brengt
(1).
(1)Zie concl. “in hoofdzaak” OM. Thesaurus CAS: SCHIP. SCHEEPVAART Wettelijke bepalingen: Wet 25 december 2016 tot instelling van administratieve geldboetes van toepassing in geval van inbreuken op de scheepvaartwetten - 25-12-2016 - Ar. 2, 1° - 38 ELI link Pub nr 2017030001 Wet 25 december 2016 tot instelling van administratieve geldboetes van toepassing in geval van inbreuken op de scheepvaartwetten - 25-12-2016 - Art. 3, § 1, eerste lid - 38 ELI link Pub nr 2017030001 Fiche 2 Een inbreuk op de voorschriften van het Verdrag van 23 februari 2006 betreffende maritieme arbeid kan van aard zijn om de veiligheid van de bemanning, van de passagiers of van de lading of het mariene milieu in gevaar te brengen; de rechter oordeelt onaantastbaar op grond van de concrete gegevens van de zaak of de vastgestelde inbreuken op het MLC-Verdrag van aard zijn om de veiligheid van de bemanning, van de passagiers of van de lading of het mariene milieu in gevaar te brengen
(1).
(1)Zie concl. "in hoofdzaak" OM. Thesaurus CAS: SCHIP. SCHEEPVAART Wettelijke bepalingen: Wet 25 december 2016 tot instelling van administratieve geldboetes van toepassing in geval van inbreuken op de scheepvaartwetten - 25-12-2016 - Ar. 2, 1° - 38 ELI link Pub nr 2017030001 Wet 25 december 2016 tot instelling van administratieve geldboetes van toepassing in geval van inbreuken op de scheepvaartwetten - 25-12-2016 - Art. 3, § 1, eerste lid - 38 ELI link Pub nr 2017030001 Verdrag 23 februari 2006 betreffende maritieme arbeid, aangenomen te Genève op 23 februari 2006 door de Internationale Arbeidsconferentie tijdens haar 94ste zitting - 23-02-2006 - 54 Link Justel databank 20060223-54 Nota: Art. 2.1° van de wet van 25 december 2016, voor de wijziging door de wet van 8 mei
- Tekst van de conclusie C.22.0360.N Advocaat-generaal H. Vanderlinden heeft in hoofdzaak gezegd: Het middel is gegrond. Artikel 3, § 1, eerste lid van de wet van 25 december 2016 tot instelling van administratieve geldboetes van toepassing in geval van inbreuken op de scheepvaartwetten vereist, opdat er een administratieve boete kan worden opgelegd, dat de feiten het voorwerp moeten kunnen zijn van een strafrechtelijke vervolging. Wat dus inhoudt dat de constitutieve elementen van het misdrijf, ook voor het opleggen van een administratieve geldboete, aanwezig dienen te zijn. De strafrechtelijke beteugeling op grond van artikel 19 van de wet 5 juni 1972 betreffende de veiligheid van vaartuigen vereist, opdat er sprake is van een strafbare gedraging, dat de toestand van het schip de veiligheid van de bemanning, de passagiers, de lading of het maritieme milieu in gevaar brengt. Dus de tekortkoming kan enkel het voorwerp van vervolging zijn indien deze een gevaarsituatie heeft gecreëerd. Of de tekortkoming een gevaarlijke situatie voor o.a. de bemanningsleden in het leven roept, is een beoordeling in feite waar uw hof een marginale toetsing op uitoefent. Uit het oordeel van de rechter blijkt dat de tekortkomingen die weerhouden werden, voortvloeiden uit het niet naleven van de voorschriften van het MLC verdrag. Het waren er drieërlei namelijk vervallen contracten zeevarenden, overschrijding maximale duur van het contract en schending van het recht op vertrek. Voor geen enkel van deze bepalingen is er sprake van een wettelijk vermoeden dat de niet-naleving een gevaarsituatie creëert, zoals vereist voor de toepassing van het aangehaalde artikel
- Eiseres merkt dan ook terecht op dat er een beoordeling in concreto dient te gebeuren. Uit het bestreden vonnis blijkt evenwel niet dat de rechter nagegaan is dat de weerhouden inbreuken een gevaarsituatie opleverde zoals voorgeschreven door artikel
- Immers in de visie van de rechter levert de loutere niet naleving van het MLC verdrag een gevaarsituatie op. Dit standpunt van de rechter kan niet onderschreven worden noch in zijn algemeenheid, noch in toepassing op de weerhouden inbreuken. Wat de algemeenheid van de stelling van de rechter betreft, kan ik bijvoorbeeld wijzen op het gegeven dat het verdrag tevens bepalingen voorziet inzake loon, loopbaan en competentieontwikkeling, recreatievoorziening… Wat bijvoorbeeld dit laatste betreft, schrijft art B.3.1.11.2 dat er minstens een boekenkast dient te zijn. Het is duidelijk dat de niet-naleving van deze bepalingen geen gevaarsituatie oplevert. Inzake de weerhouden tekortkomingen kan een voorbeeld dit illustreren. Het is inderdaad zo dat, zoals aangegeven in de memorie van antwoord, de vermoeidheid van de zeelieden ten gevolge van de overschrijding van de maximaal toegestane duur van de arbeidsovereenkomst een gevaar kan opleveren, doch niet in abstracto. Ik verklaar mij nader indien het vaartuig 6 bemanningsleden nodig heeft om veilig te varen dan is het zo dat indien er een crew van 9 aan boord is het feit dat één bemanningslid over de duur van het contract gaat niet van dien aard is om een gevaar op te leveren voor bemanning of passagiers. Dit bemanningslid kan immers door de kapitein op non-actief worden geplaatst. Wat wel zo een situatie oplevert, is wanneer de betrokken zeeman alleen instaat voor een bepaalde essentiële functie aan boord van het schip. Er dient dan ook telkens in concreto worden geoordeeld. De rechter verantwoordt dan ook niet naar recht zijn beslissing. Conclusie: cassatie. PDF document ECLI:BE:CASS:2023:CONC.20230508.3N.1 Gerelateerde publicatie(s) Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230508.3N.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div