id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Conclusie van het Openbaar Ministerie van 12 september 2023 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2023:CONC.20230912.2N.16 Rolnummer: P.23.0540.N Zaak: P. contra T. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2023-11-13 Raadplegingen: 461 - laatst gezien 2026-06-18 14:09 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230912.2N.16 Fiches 1 - 3 Het verval van het recht tot sturen wegens lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid gaat overeenkomstig artikel 43 Wegverkeerswet in bij de uitspraak van de beslissing wanneer deze op tegenspraak is gewezen en het aanwenden door de persoon tegen wie vervallenverklaring wegens lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid is uitgesproken van een rechtsmiddel tegen deze beslissing, belet niet dat dit verval op de in artikel 43 Wegverkeerswet vermelde datum effectief wordt en verder loopt; zolang de beslissing tot vervallenverklaring niet wordt hervormd, blijft ze gelden; de beslissing waarbij een vervallenverklaring wegens lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid is uitgesproken, kan dan ook dienen als grondslag voor een vervolging wegens overtreding van artikel 48, eerste lid, 1°, Wegverkeerswet en dit ongeacht of tegen die beslissing hoger beroep is aangetekend
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSWET - WETSBEPALINGEN - Artikel 42 Wettelijke bepalingen: Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 42 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 43 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 48, eerste lid, 1° - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSWET - WETSBEPALINGEN - Artikel 43 Wettelijke bepalingen: Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 42 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 43 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 48, eerste lid, 1° - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSWET - WETSBEPALINGEN - Artikel 48 Wettelijke bepalingen: Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 42 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 43 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 48, eerste lid, 1° - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Tekst van de conclusie P.23.0540.N Conclusies van advocaat-generaal SCHOETERS: III. Ambtshalve middel.
- Het komt mij voor dat een ambtshalve middel dient opgeworpen te worden, met name de schending van de artikelen 42, 43 en 48, eerste lid, 1°, Wegverkeerswet.
- De verweerder werd onder de telastlegging A door het openbaar ministerie vervolgd voor een overtreding van artikel 48, eerste lid, 1°, Wegverkeerswet, omschreven als volgt: “te Ninove op 29 augustus 2019: A. Spijts het tegen hem uitgesproken verval, door een in kracht van gewijsde gegaan vonnis van politierechtbank Halle d.d. 1 april 2019, waarbij lastens hem een verval van het recht tot sturen van een voertuig, luchtschip, het geleiden van een rijdier of een bestuurder te begeleiden met het oog op de scholing, namelijk alle motorvoertuigen, werd uitgesproken voor de duur van levenslang, de kennisgeving van het verval aan hem gedaan overeenkomstig artikel 40 een voertuig, luchtschip te hebben bestuurd, rijdier te hebben begeleid of een bestuurder te hebben begeleid met het oog op de scholing, namelijk een personenauto, behorende tot de categorie bedoeld in de beslissing van de vervallenverklaring (art. 48.1° van de wet betreffende de politie over het wegverkeer KB tot coördinatie van 16 maart 1968) met de omstandigheid dat betrokkene, binnen drie jaar te rekenen van de slag van de uitspraak van een vorig veroordelend vonnis dat in kracht van gewijsde is gegaan en waarin hij op 1 april 2019 door de politierechtbank Halle veroordeeld werd met toepassing van de artikel 29, § 1, lid, 29, § 3, lid 3, 30, §§ 1, 2 of 3, 33, §§ 1 of 2, 34, § 2, 35, 37, 37bis, § 1, 48 of 62bis van de Wegverkeerswet, of artikel 22 van de wet van 21 november 1989 betreffende de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen, één van deze bepalingen opnieuw heeft overtreden. (art. 38, § 1, lid 1 van de Wet van 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer)”. De grondslag voor de vervolging van deze overtreding betreft een vonnis dat op tegenspraak is gewezen door de politierechtbank Halle d.d. 1 april 2019, waarbij beklaagde werd veroordeeld voor verschillende inbreuken op de Wegverkeerswet waarbij hij onder meer voor vier maanden vervallen werd verklaard van het recht tot sturen en met toepassing van artikel 42 Wegverkeerswet vervallen werd verklaard van het recht alle motorvoertuigen te besturen wegens een lichamelijke ongeschiktheid.
- Het bestreden vonnis sprak verweerder vrij voor de telastlegging A. Het stelt vast dat verweerder tegen het vermelde vonnis van de politierechtbank Halle van 1 april 2019 dat de grondslag vormt voor de vervolging van de telastlegging A, op 24 april 2019 hoger beroep heeft ingesteld en dat dit hoger beroep bij vonnis van de Nederlandstalige correctionele rechtbank Brussel van 6 november 2019 ontvankelijk werd verklaard. Het stelt vast dat op datum van de feiten – 29 augustus 2019 – het vonnis van de politierechtbank Halle van 1 april 2019 geen kracht van gewijsde had en oordeelt dat hierdoor niet is voldaan aan een constitutief element van het door artikel 48, eerste lid, 1°, Wegverkeerswet bedoelde misdrijf. In haar motivering stelt het bestreden vonnis, met verwijzing naar rechtspraak van het Hof (Cass. 25 januari 1984, AC 1983-84, 616-617) en naar artikel 48, 1° in fine Wegverkeerswet, dat het vonnis dat een bestuurder veroordeelt omdat hij een motorvoertuig op de openbare weg heeft bestuurd niettegenstaande vervallenverklaring van het recht tot sturen, moet vaststellen dat de rechterlijke beslissing tot vervallenverklaring kracht van gewijsde heeft verkregen.
- Zoals vermeld werd bij het vonnis gewezen op tegenspraak van de politierechtbank Halle van 1 april 2019 dat de grondslag vormt voor de vervolging van de inbreuk op artikel 48, eerste lid, 1°, Wegverkeerswet, toepassing gemaakt van artikel 42 Wegverkeerswet. Artikel 43 Wegverkeerswet bepaalt dat het verval van het recht tot sturen wegens lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid van de bestuurder ingaat bij de uitspraak van de beslissing wanneer deze op tegenspraak is gewezen en bij de betekening wanneer zij bij verstek is gewezen, niettegenstaande voorziening. Deze duidelijke wettekst houdt in dat dit verval onmiddellijk, dit is vanaf de uitspraak ervan wanneer deze op tegenspraak is gewezen en bij de betekening wanneer zij bij verstek is gewezen, ingaat
(1). Deze regeling gold reeds onder de oude wetgeving (Wet van 1 augustus 1899 houdende herziening van de wetgeving en van de reglementen op de politie van het vervoerd, gewijzigd bij de wetten van 15 april 1958 en 1 augustus 1963) en het Hof besliste daaromtrent bij arrest van 1 april 1968 dat de vervallenverklaring van het recht tot besturen van een voertuig of een luchtschip of het geleiden van een rijdier, uitgesproken wegens lichamelijke ongeschiktheid, ingaat, niettegenstaande elk rechtsmiddel, onder meer een cassatieberoep, vanaf de uitspraak van de beslissing, indien deze op tegenspraak, en vanaf de betekening ervan, indien zij bij verstek is gewezen
(2). Het feit dat de persoon tegen wie deze vervallenverklaring wegens lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid is uitgesproken, een rechtsmiddel instelt, belet mijns inziens niet dat het verval al effectief wordt en verder doorloopt
(3). Zolang de beslissing tot vervallenverklaring niet wordt hervormd, blijft ze gelden. De rechtspraak van het Hof waarnaar het bestreden vonnis verwijst (Cass. 25 januari 1984, AC 1983-84, 616-617) betrof geen vervallenverklaring wegens lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid. 5. Het lijkt mij dan ook dat een vonnis waarbij een vervallenverklaring wegens lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid is uitgesproken kan dienen als grondslag voor een vervolging wegens een overtreding van artikel 48, eerste lid, 1°, Wegverkeerswet en dit ongeacht of tegen die beslissing hoger beroep is aangetekend
(4). De beslissing waarbij geoordeeld wordt dat niet is voldaan aan een constitutief element van het door artikel 48, eerste lid, 1°, Wegverkeerswet bedoelde misdrijf aangezien op datum van het feit omschreven onder de telastlegging A, namelijk 29 augustus 2019, het vonnis van de politierechtbank Halle van 1 april 2019 geen kracht van gewijsde had en verweerder hiervoor vrijgesproken wordt, lijkt mij niet naar recht verantwoord. Voor het overige heb ik geen ambtshalve middelen. Conclusie: vernietiging van het bestreden vonnis in zoverre het de verweerder vrijspreekt voor het feit omschreven onder de telastlegging A, met verwijzing. __________________________________
(1)Cass. 20 juni 2023, AR P.23.0444.N, arrest niet gepubliceerd.
(2)Cass. 1 april 1968, AC 1968, 1001.
(3)P. ARNOU en M. DE BUSSCHER, Misdrijven en sancties in de Wegverkeerswet, Antwerpen, Kluwer 1999, nr. 1006, p. 301.
(4)Zie in dezelfde zin Cass. 20 juni 2023, AR P.23.0444.N voor wat betreft een vervolging op grond van artikel 30, § 1, 4°, Wegverkeerswet, arrest niet gepubliceerd. PDF document ECLI:BE:CASS:2023:CONC.20230912.2N.16 Gerelateerde publicatie(s) Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230912.2N.16 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250422.2N.12 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div