← België

V. contra L.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Conclusie van het Openbaar Ministerie van 19 oktober 2023 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2023:CONC.20231019.1N.3 Rolnummer: C.23.0077.N Zaak: V. contra L. Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Familierecht Invoerdatum: 2024-02-15 Raadplegingen: 343 - laatst gezien 2026-06-15 06:23 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20231019.1N.3 Fiche 1 De rechter die oordeelt over een vordering tot afschaffing of vermindering van een onderhoudsuitkering na echtscheiding die is gesteund op een beweerde wijziging van de financiële situatie van de ex-echtgenoten ingevolge oppensioenstelling, moet bij het bepalen van de inkomsten van de ex-echtgenoten rekening houden, niet enkel met de inkomsten die de ingevolge de beëindiging van pensioenverzekeringen uitgekeerde pensioenbedragen genereren, maar ook met deze pensioenbedragen zelf

(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: ECHTSCHEIDING EN SCHEIDING VAN TAFEL EN BED - GEVOLGEN T.A.V. DE PERSONEN - T.a.v. de echtgenoten Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Art. 301, § 3, tweede lid - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Fiche 2 De pensioenuitkeringen zijn de vrucht van de beroepsloopbaan en strekken ertoe het beroepsinkomen na de oppensioenstelling te vervangen, zodat zij als inkomsten in aanmerking moeten worden genomen bij de vordering tot afschaffing of vermindering van een onderhoudsuitkering na echtscheiding die is gesteund op een beweerde wijziging van de financiële situatie van de ex-echtgenoten ingevolge oppensioenstelling
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: ECHTSCHEIDING EN SCHEIDING VAN TAFEL EN BED - GEVOLGEN T.A.V. DE PERSONEN - T.a.v. de echtgenoten Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Art. 301, § 3, tweede lid - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Nota: Art. 301 Oud Burgerlijk Wetboek, zoals van toepassing vóór de wijziging bij Wet van 27 april 2007, art.
  1. Tekst van de conclusie C.23.0077.N Conclusie van advocaat-generaal met opdracht Michèle Deconynck:
  2. Situering. De vraag die aan uw Hof wordt voorgelegd, is of pensioenbedragen die worden uitgekeerd ten gevolge van pensioenverzekeringen als “inkomsten” dienen te worden beschouwd in de zin van artikel 301, § 1, 1ste lid, Oud Burgerlijk Wetboek zoals hier van toepassing.
  3. Bespreking.
  4. De appelrechter overweegt op pagina 7 van de bestreden beslissing dat er geen rekening werd gehouden met inkomsten uit de pensioenverzekeringen, wat de verweerder betreft “omdat het onduidelijk is welke inkomsten de uitgekeerde pensioenbedragen thans genereren” en vervolgt dat het eveneens onduidelijk is welke inkomsten de eiseres uit haar pensioenverzekering bekomt. Hieruit volgt impliciet maar zeker dat de appelrechter de op basis van de respectievelijke pensioenverzekeringen uitgekeerde kapitalen zélf dus niet als inkomsten heeft beschouwd en deze daarom niet heeft meegenomen met het oog op de beoordeling van het aan de eiseres verschuldigde onderhoudsgeld.
  5. De kapitalen die ingevolge pensioenverzekeringen worden uitgekeerd, werden gevormd dankzij de tijdens de beroepsloopbaan betaalde premies en strekken er toe het verlies aan inkomsten ten gevolge van pensionering te compenseren of met andere woorden, in een aanvullend pensioeninkomen te voorzien. Het loutere feit dat die bedragen in tegenstelling tot een rente in 1 keer worden uitbetaald, doet daaraan geen afbreuk: ook fiscaalrechtelijk zijn dergelijke kapitalen net zoals op basis van pensioenverzekeringen betaalde rentes te beschouwen als beroepsinkomsten, belastbaar overeenkomstig artikel 34 WIB92
(1). Het lijkt dan ook logisch de kapitalen betaald op basis van pensioenverzekeringen ook in de zin van artikel 301, § 1, 1ste lid Oud Burgerlijk Wetboek zoals hier van toepassing als inkomsten te beschouwen. De appelrechter die weigert met dergelijke kapitalen rekening te houden bij diens beoordeling van de respectievelijke inkomsten van de ex-echtgenoten met het oog op het bepalen van een onderhoudsuitkering verantwoordt diens beslissing niet naar recht. Het middel is gegrond. Conclusie: vernietiging. __________________
(1)Zie TIBERGHIEN, Handboek voor Fiscaal Recht 2021/2022, Kluwer 2021, nr. 1163 e.v. PDF document ECLI:BE:CASS:2023:CONC.20231019.1N.3 Gerelateerde publicatie(s) Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20231019.1N.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.