← België

R. contra BELGISCHE STAAT FINANCIËN

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Conclusie van het Openbaar Ministerie van 26 oktober 2023 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2023:CONC.20231026.1N.3 Rolnummer: F.21.0137.N Zaak: R. contra BELGISCHE STAAT FINANCIËN Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Belastingrecht Invoerdatum: 2024-01-17 Raadplegingen: 435 - laatst gezien 2026-06-17 15:53 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20231026.1N.3 Fiche 1 Uit de tekst van de bepaling en de wetsgeschiedenis blijkt dat artikel 15.3 Dubbelbelastingverdrag België-Nederland een exclusieve bronstaatheffing inhoudt ten gunste van de Verdragsluitende Staat waar de plaats van de werkelijke leiding is gelegen van de onderneming die het schip, binnenschip of luchtvaartuig exploiteert. Thesaurus CAS: INKOMSTENBELASTINGEN - INTERNATIONALE VERDRAGEN Wettelijke bepalingen: Verdrag 5 juni 2001 tussen het Koninkrijk België en het Koninkrijk der Nederlanden tot het vermijden van dubbele belasting en tot het voorkomen van het ontgaan van belasting inzake belastingen naar het inkomen en naar het vermogen - 05-06-2001 - Art. 15.3 - 34 Link Justel databank 20010605-34 Fiche 2 Indien een inwoner van België voor de in artikel 23.1 Dubbelbelastingverdrag België-Nederland bedoelde activiteiten in Nederland inkomsten heeft behaald waarop belasting werd geheven, neemt België deze inkomsten niettemin in aanmerking voor de berekening van het belastingtarief dat van toepassing zou zijn indien die inkomsten niet waren vrijgesteld; deze verdragsbepaling kent aan België echter niet het recht toe om op inkomsten die in Nederland niet effectief werden belast, alsnog belasting te heffen. Thesaurus CAS: INKOMSTENBELASTINGEN - INTERNATIONALE VERDRAGEN Wettelijke bepalingen: Verdrag 5 juni 2001 tussen het Koninkrijk België en het Koninkrijk der Nederlanden tot het vermijden van dubbele belasting en tot het voorkomen van het ontgaan van belasting inzake belastingen naar het inkomen en naar het vermogen - 05-06-2001 - Art. 23.1 - 34 Link Justel databank 20010605-34 Tekst van de conclusie F.21.0137.N Conclusie van advocaat-generaal S. Ravyse: Situering Uit de vaststellingen van het bestreden arrest blijkt dat de eerste eiser gedurende twee periodes werkzaam was buiten België op twee schepen die in het bezit zijn van de Cypriotische firma Seaway Heavy Lifting Ltd. op basis van een contract van rompbevrachting en door deze firma worden geëxploiteerd. Tijdens de eerste periode (1 januari 2011-31 juli 2012) werkte de eerste eiser via het Nederlandse interimkantoor Atlas Inexco Contracters BV en in de tweede periode (19 augustus 2013 - 31 december 2013) werkte de eerste eiser rechtstreeks voor de Cypriotische firma Seaway Heavy Lifting Ltd. De eisers gaven de inkomsten uit deze werkzaamheid aan als vrijgestelde buitenlandse inkomsten. De fiscale administratie weigerde de gevraagde belastingvrijstelling. In het bestreden arrest van 23 maart 2021 oordeelde het hof van beroep te Antwerpen dat de werkelijke leiding van de Cypriotische firma zich situeert in Nederland. Het arrest oordeelt vervolgens dat op grond van artikel 15, §3 van het dubbelbelastingverdrag tussen België en Nederland (DBV BE-NL), Nederland heffingsbevoegdheid heeft, maar de vrijstelling in België op grond van artikel 23 van het DBV BE-NL, slechts geldt indien het inkomen (werkelijk) in Nederland is belast. Vermits het arrest vaststelt dat de inkomsten in Nederland geen belastingregeling hebben ondergaan, oordeelt het dat België niet gehouden was om de inkomsten vrij te stellen (met progressievoorbehoud). (…) Vierde middel In het vierde middel voeren de eisers de schending aan van artikel 15, §3 en artikel 23, §1, van het DBV België-Nederland. De verweerder voert aan dat dit middel niet ontvankelijk is. Volgens de verweerder voert het middel niet de schending aan van het algemeen rechtsbeginsel van de primauteit van het direct werkend internationaal recht op het nationaal recht en zou het middel daarom niet voldoen aan artikel 1080 Gerechtelijk Wetboek. Aangezien het middel niet aanvoert dat het arrest ten onrechte voorrang geeft aan een met het dubbelbelastingverdrag strijdige bepaling van nationaal recht, kan de grond van niet ontvankelijkheid m.i. niet worden aangenomen

(1). Artikel 15, §3 van het dubbelbelastingverdrag tussen België en Nederland bepaalt het volgende: “Niettegenstaande de voorgaande bepalingen van dit artikel is de beloning verkregen ter zake van een dienstbetrekking uitgeoefend aan boord van een schip, binnenschip of luchtvaartuig, slechts belastbaar in de verdragsluitende Staat waar de plaats van de werkelijke leiding is gelegen van de onderneming die dat schip, binnenschip of luchtvaartuig exploiteert.” (eigen onderlijning) Na te hebben vastgesteld dat de werkelijke zetel van de Cypriotische firma gelegen is in Nederland, oordeelt het arrest dat op grond van het voormelde artikel 15, §3 DBV BE-NL, Nederland “uitsluitend” heffingsbevoegd is en de uitkering “in België principieel van belasting te worden vrijgesteld” in toepassing van artikel 23, §1, a), DBV BE-NL. Artikel 23, §1, a), DBV luidt als volgt: “1. In België wordt dubbele belasting op de volgende wijze vermeden: a) indien een inwoner van België inkomsten verkrijgt, andere dan dividenden, interest of royalty’s als zijn bedoeld in artikel 12, paragraaf 5, of bestanddelen van een vermogen bezit die ingevolge de bepalingen van dit Verdrag, in Nederland zijn belast, stelt België deze inkomsten of deze bestanddelen van vermogen vrij van belasting, maar om het bedrag van de belasting op het overige inkomen of vermogen van die inwoner te berekenen mag België het belastingtarief toepassen dat van toepassing zou zijn indien die inkomsten of die bestanddelen van het vermogen niet waren vrijgesteld”. (eigen onderlijning) Vermits het arrest vaststelt dat in Nederland geen loonheffing werd ingehouden of aangifte werd ingediend en dus de inkomsten in Nederland geen belastingregeling hebben ondergaan, oordeelt het dat de vrijstelling van artikel 23, §1, a), DBV BE-NL, niet toepasselijk is en België het inkomen (van zijn rijksinwoner) kan belasten. Artikel 15, §3, DBV BE-NL, impliceert een exclusieve heffingsbevoegdheid voor de Staat van de ligging van de werkelijke leiding van de onderneming.
(2)De onderneming is de exploiterende onderneming.
(3)Het middel voert mijns inziens terecht aan dat deze interpretatie in het arrest over de toepassing van artikel 23, §1, a), DBV BE-NL, niet kan worden gevolgd. Bij arrest van 25 januari 2018 oordeelde het Hof over deze verdragsbepaling als volgt: “Deze verdragsbepaling kent aan België echter niet het recht toe om op inkomsten die in Nederland niet effectief werden belast, alsnog belasting te heffen. Het middel dat volledig steunt op de veronderstelling dat op een inkomen dat in Nederland is behaald en waarvoor Nederland heffingsbevoegd is, door België belasting kan worden geheven indien dit inkomen in Nederland niet daadwerkelijk werd belast, faalt naar recht”.
(4)De exclusieve toewijzingsregel betekent dat de regeling van artikel 23 DBV ter vermijding van dubbele belasting in de woonstaat van de werknemer niet meer relevant is, behoudens de mogelijkheid van de woonstaat om de beloningen toch op te nemen in de belastbare grondslag met het oog op het progressievoorbehoud.
(5)De gezamenlijke artikelsgewijze toelichting bij het DBV BE-NL stelt in dit verband: “Ondanks de in paragraaf 3 neergelegde exclusieve bronstaatheffing, kan de verdragsluitende Staat waarvan de genieter van de desbetreffende beloningen inwoner is, deze beloningen met het oog op het progressievoorbehoud begrijpen in de grondslag waarnaar de belasting over die inkomsten wordt geheven. Voor België vloeit dit voort uit de bepalingen van artikel 23, paragraaf 1, subparagraaf a; voor Nederland uit punt 19 van Protocol I”.
(6)Na te hebben geoordeeld dat Nederland op grond van artikel 15, §3, DBV BE-NL, uitsluitend heffingsbevoegd is, kon het arrest niet meer zonder schending van deze bepaling oordelen dat België geen belastingvrijstelling moet verlenen omdat het inkomen in Nederland geen belastingregeling onderging. Het vierde middel lijkt mij gegrond. Besluit: (beperkte) cassatie (in zoverre het oordeelt over de dienstbetrekking aan boord van een schip) _____________________________________
(1)J. KIRCKPATRICK, “La violation du principe de la primauté du droit international doit-elle être invoquée dans les moyens de cassation qui font grief au juge du fond d'avoir appliqué une disposition légale contraire à une disposition directement applicable d'un Traité international? », JT 2008/35, nr. 6327.
(2)Bijlage bij de memorie van toelichting bij het wetsontwerp tot goedkeuring van het op 5 juni 2001 tot stand gekomen DBV NL-België; Gezamenlijke artikelsgewijze toelichting; https://www.senate.be/www/?MIval=publications/viewPub.html&COLL=S&LEG=2&NR=1293&VOLGNR=2&LANG=nl
(3)B. PEETERS (ed.), Het Belgisch- Nederlands dubbelbelastingverdrag - een artikelsgewijze bespreking, Gent, Larder, 2007, nr. 15.115, 461; Cass. 20 april 2018, AR F.16.0071.F, AC 2018, nr. 256, ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20180420.5.
(4)Cass. 25 januari 2018, AR F.16.0060.N, AC 2018, nr. 58, ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20180125.4, met concl. van advocaat-generaal J. VAN DER FRAENEN, ECLI:BE:CASS:2018:CONC.20180125.4.
(5)B. PEETERS (ed.), Het Belgisch-Nederlands dubbelbelastingverdrag – een artikelsgewijze bespreking, Gent, Larder, 2007, nr. 15.101, 456; OESO-commentaar, nr. 6 bij artikel 23, MODEL TAX CONVENTION (CONDENSED VERSION) – ISBN 978-92-64-08948-8 – © OECD 2010, 307, https://www.oecd.org/berlin/publikationen/43324465.pdf.
(6)Gezamenlijke artikelsgewijze toelichting bij DBV BE-NL, https://www.senate.be/www/?MIval=publications/viewPub.html&COLL=S&LEG=2&NR=1293&VOLGNR=2&LANG=nl. PDF document ECLI:BE:CASS:2023:CONC.20231026.1N.3 Gerelateerde publicatie(s) Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20231026.1N.3 citeert: ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20180125.4 ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20180420.5 ECLI:BE:CASS:2018:CONC.20180125.4 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.