← België

DOCPHARMA nv contra BELGISCHE STAAT

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Conclusie van het Openbaar Ministerie van 16 november 2023 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2023:CONC.20231116.1N.13 Rolnummer: C.23.0053.N Zaak: DOCPHARMA nv contra BELGISCHE STAAT Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Burgerlijk recht - Overige Invoerdatum: 2024-03-04 Raadplegingen: 992 - laatst gezien 2026-06-19 00:20 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20231116.1N.13 Fiches 1 - 2 Rechtsmisbruik bestaat in de uitoefening van een recht op een wijze die kennelijk de grenzen te buiten gaat van de normale uitoefening van dat recht door een voorzichtig en redelijk persoon in dezelfde omstandigheden geplaatst; dit kan het geval zijn wanneer een persoon door de wijze waarop hij zijn recht uitoefent het gewettigde vertrouwen beschaamt dat hij bij een ander persoon deed ontstaan

(1)
(2).
(1)Zie concl. OM.
(2)Cass. 7 september 2020, AR C.19.0034.N ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200907.3N.3 – C.19.0118.N ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200907.3N.3, AC 2020, nr. 495; Cass. 27 april 2020, AR C.19.0435.N ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200427.3, AC 2020, nr. 247; Cass. 27 januari 2020, AR C.19.0020.N ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200127.3N.6, AC 2020, nr. 75; Cass. 19 december 2019, AR C.19.0127, AC 2019, nr. 683 met concl. van advocaat-generaal A. Van Ingelgem. Thesaurus CAS: RECHTSMISBRUIK Wettelijke bepalingen: Algemeen rechtsbeginsel dat rechtsmisbruik verbiedt Thesaurus CAS: RECHTSBEGINSELEN (ALGEMENE) Wettelijke bepalingen: Algemeen rechtsbeginsel dat rechtsmisbruik verbiedt Fiches 3 - 4 De sanctie voor rechtsmisbruik bestaat in de matiging van de rechtsuitoefening tot een normale rechtsuitoefening, onverminderd het herstel van de schade die het misbruik heeft berokkend
(1)
(2).
(1)Zie concl. OM.
(2)Cass. 8 februari 2021, AR S.20.0009.N ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210208.3N.4, AC 2021, nr. 102; Cass. 7 september 2020, AR C.19.0034.N ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200907.3N.3 – C.19.0118.N ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200907.3N.3, AC 2020, nr. 495; Cass. 19 december 2019, AR C.19.0127, AC 2019, nr. 683 met concl. van advocaat-generaal A. Van Ingelgem. Thesaurus CAS: RECHTSMISBRUIK Wettelijke bepalingen: Algemeen rechtsbeginsel dat rechtsmisbruik verbiedt Thesaurus CAS: RECHTSBEGINSELEN (ALGEMENE) Wettelijke bepalingen: Algemeen rechtsbeginsel dat rechtsmisbruik verbiedt Annotaties Publicaties: RGDC-Revue générale de droit civil belge - 2024, n° 6, p. 262-
  1. - STIJNS, Sophie; AUVRAY, Françoise; Note'L'abus de droit peut résulter de la méconnaissance de la confiance légitime créée chez autrui' RW-Rechtskundig weekblad - 2023/24, nr. 21, p. 1669-
  2. - POLLEFEYT, Florian; Noot'Beschamen van rechtmatig vertrouwen erkend als bijzonder criterium van het verbod op rechtsmisbruik' TBH-Tijdschrift voor Belgisch handelsrecht - 2024, nr. 6, p. 772-
  3. - JANSEN, Sanne; Noot'Tijd genoeg komt te laat: na voorzet van de wetgever erkent het Hof van Cassatie het beschamen van het gewettigde vertrouwen als bijzonder criterium van het verbod op rechtsmisbruik' Tekst van de conclusie C.23.0053.N Conclusies van advocaat-generaal met opdracht Deconynck:
  4. Verloop rechtspleging. Het geschil dat thans aan uw Hof wordt voorgelegd, betreft de vraag naar eventueel rechtsmisbruik in het kader van de opeising van intresten verschuldigd op reeds lang verbeurde dwangsommen.
  5. Bespreking. EERSTE ONDERDEEL. (…) TWEEDE ONDERDEEL. Rechtsmisbruik kan verschillende vormen aannemen. De appelrechters zijn er bij hun beslissing van uit gegaan dat abnormaal lang stilzitten tijdens een gerechtelijke procedure een vorm van rechtsmisbruik kan uitmaken. Het gaat hier dan in feite om de indruk die de betrokken partij bij de tegenpartij heeft gewekt aangaande diens voornemen om een bepaald recht in de toekomst nog te zullen uitoefenen, hier concreet het opvorderen van intresten, waarbij de appelrechters hebben geoordeeld dat het instellen van een vordering tot het bekomen van gerechtelijke intresten na jaren te hebben stilgezeten in de gegeven omstandigheden rechtsmisbruik uitmaakte. Het verlies van een recht na de indruk te hebben gewekt dit niet meer te zullen uitoefenen, doet denken aan de figuur van de rechtsverwerking. Overeenkomstig de vaststaande rechtspraak van uw Hof wordt het bestaan van rechtsverwerking als dusdanig niet aanvaard
(1). Dit lijkt evenwel genuanceerd te worden in de rechtspraak van uw Hof wanneer het wekken van de indruk een bepaald recht niet meer te zullen uitoefenen gelet op de gegeven omstandigheden neerkomt op rechtsmisbruik
(2). Rechtsverwerking als dusdanig wordt dus niet aanvaard maar wél als een vorm van rechtsmisbruik, met als sanctie het verlies of minstens de inperking van een bepaald recht na het rechtmatig vertrouwen te hebben gewekt dit niet of niet meer te zullen uitoefenen. Kan het langdurig stilzitten gedurende een gerechtelijke procedure om vervolgens alsnog gerechtelijke intresten te vorderen voor die periode nu als een vorm van dergelijk rechtsmisbruik beschouwd worden? Rechtsmisbruik wordt traditioneel gegrond op het in artikel 1134 Oud Burgerlijk Wetboek vervatte principe van de uitvoering te goeder trouw van overeenkomsten. In het Burgerlijk Wetboek wordt rechtsmisbruik thans in artikel 1.10, 2de lid gedefinieerd als “wie zijn recht uitoefent op een wijze die kennelijk de grenzen te buiten gaat van de normale uitoefening van dat recht door een voorzichtig en redelijk persoon in dezelfde omstandigheden geplaatst, maakt misbruik van zijn recht”, waarmee die wettelijke definitie de sinds jaar en dag geldende jurisprudentie verankert
(3). Rechtsmisbruik veronderstelt de onredelijke uitoefening van een recht, wat onder meer het geval zal zijn wanneer het hierdoor veroorzaakte nadeel niet in verhouding staat tot het voor de houder van het recht behaalde voordeel, waarbij het aan de bodemrechter is om dit na te gaan met inachtneming van alle concrete omstandigheden van de zaak
(4). Zeer lang stilzitten gedurende een gerechtelijke procedure om dan alsnog interest op te eisen, heeft tot gevolg dat de tegenpartij voor een zeer lange periode interest is verschuldigd die dan nog de op de markt gangbare intrest overschrijdt
(5)terwijl deze er redelijkerwijze van kon uitgaan dat die niet meer zou opgeëist worden. Dergelijke handelwijze ontzegt de tegenpartij de mogelijkheid tot schadebeperking: indien een vordering tot betaling van interesten ten gepasten tijde wordt ingesteld, kan men immers bijvoorbeeld onder voorbehoud betalen om zo alvast de loop van de intresten te stuiten. Of nog: een partij geconfronteerd met een vordering tot betaling van interesten zal geneigd zijn zoveel mogelijk de procedure te bespoedigen om het bedrag aan verschuldigde interesten in geval van verlies van de procedure zoveel mogelijk te beperken. Hieruit volgt dat abnormaal lang stilzitten tijdens een gerechtelijke procedure – een feitelijke kwestie die steeds door de bodemrechter zal moeten beoordeeld worden – om vervolgens alsnog interesten op te eisen voor de volledige “inactieve” periode terwijl bij de tegenpartij het gewettigd vertrouwen was gewekt dat dergelijke vordering niet meer zou ingesteld worden, naar het oordeel van mijn ambt inderdaad rechtsmisbruik uitmaakt. Een passende sanctie hiervoor is dan de loop van die intresten te schorsen tot op het ogenblik dat de betrokken partij diens vordering tot het bekomen van intresten heeft ingesteld. Door te oordelen dat de eiseres zich aan rechtsmisbruik bezondigt nu zij het gewettigde vertrouwen dat zij bij de verweerder deed ontstaan schond door pas bij conclusie van 27 februari 2015 interest te vorderen op dwangsommen die reeds verbeurd werden in de periode van december 2003 tot juni 2004, verantwoorden de appelrechters hun beslissing naar recht. Door vervolgens de uitoefening van het recht te matigen door dit in te perken tot de interesten verschuldigd vanaf het instellen van de vordering bij conclusie van 27 februari 2015, verantwoorden de appelrechters hun beslissing ook op dit vlak naar recht en laten zij uw Hof toe diens wettigheidscontrole uit te oefenen. Conclusie: verwerping. ___________________________________
(1)Cass. 20 februari 1992, AR 9050, AC 1991-92, nr. 325; Cass. 17 mei 1990, AR 8685, AC 1989-90, nr. 546.
(2)Cass. 1 oktober 2010, AR C.09.0565.N ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20101001.4, AC 2010, nr. 571 en Cass. 17 oktober 2008, AR C.07.0214.N ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20081017.4, AC 2008, nr. 558. In feite volgt dit ook reeds uit de eerdere arresten van uw Hof van respectievelijk 17 mei 1990 en 20 februari 1992 nu uit beide arresten blijkt dat een recht naar het oordeel van uw Hof niet tenietgaat door dit gedurende lange(re) tijd niet uit te oefenen tenzij er sprake is van rechtsmisbruik.
(3)Zie ook artikel 5.73 Burgerlijk Wetboek.
(4)Zeer recent nog herhaald in Cass. 20 januari 2023, AR C.22.0069.N, AC 2023, nr. 56, ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230120.1N.10.
(5)Zie ook Cass. 17 oktober 2008, AR C.07.0214.N ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20081017.4, AC 2008, nr. 558. PDF document ECLI:BE:CASS:2023:CONC.20231116.1N.13 Gerelateerde publicatie(s) Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20231116.1N.13 citeert: ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20081017.4 ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20101001.4 ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230120.1N.10 geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2026:CONC.20260219.1N.13 precedenten: ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200127.3N.6 ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200427.3 ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200907.3N.3 ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210208.3N.4 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.